Katholieke Stichting Medische Ethiek
6 december 2022

Vruchtbaarheid – gegeven of keuze?

Het Netwerk Katholieke Zorgprofessionals Nederland (NKZN) hield op 22 oktober 2022 een studiedag over vruchtbaarheid. Drs. Jeroen Eidhof, huisarts en lid van de werkgroep NKZN gaf een fraai en volledig overzicht van de biologische vruchtbaarheid van mannen en vrouwen en de medische mogelijkheden hier op in te grijpen.

Dr. Anton ten Klooster, moraaltheoloog aan de Tilburg School of Theology, ging naar aanleiding van de lezing van Jeroen Eidhof in op de rol van de arts in vragen rond vruchtbaarheid en seksualiteit. In de eerste plaats schetste hij de breed gedeelde erkenning van het belang van een geïntegreerde seksualiteit voor een goed leven. Bij deze overweging richt de aandacht zich op de patiënt en zijn of haar belangen, en in deze kwesties vaak háár belangen. Het grootste gedeelte van de lezing ging in op de rol van de arts. Ten Klooster schetste hoe in de literatuur het zogenaamde ‘provider of services’ model ter discussie wordt gesteld. Hierdoor wordt onvoldoende erkend dat geneeskunde geen technisch beroep is, maar iets dat het beste gestalte krijgt in de arts-patiëntrelatie – waarin ook ruimte is voor de ontwikkelde wijsheid van de arts, zonder dat dit paternalistisch wordt. Daarbij zullen ook ingewikkelde situaties voorbij komen. Dan is het geweten van belang, dat ook voortdurend gevormd kan blijven worden. Daar waar het de arts verbindt met zaken waar hij of zij grote bezwaren tegen heeft, kan het doordenken van het idee van ‘medewerking aan het kwaad’ behulpzaam zijn bij de onderscheiding van deze kwesties. De erkenning van het belang van het eigen geweten maakt dat het beroep van arts zich ontworstelt aan een (dreigend) technocratisch paradigma, en dat er geen ongezonde waterscheiding optreedt tussen de opgebouwde wijsheid van de arts en de inzichten die daar uitvloeien enerzijds en datgene wat de arts als ‘zorgverlener’ gevraagd wordt te doen. Gedurende en na deze lezing was er ook ruimte om concrete kwesties te bespreken, en ook van elkaar te leren.

Naar aanleiding van beide lezingen ontstond een waardevolle discussie over de Leer van de Kerk op het gebied van vruchtbaarheid, toepassing hiervan in de praktijk en dilemma’s die zich hierbij voordoen. Ook werd besproken hoe werkers in de gezondheidszorg gewetensvol proberen hiermee om te gaan.


Twintig jaar euthanasie in België: reden voor een feestje?

Katholiek Nieuwsblad, 13 oktober 2022
door broeder René Stockman, generaal overste van de Broeders van Liefde

Twintig jaar Belgische euthanasiewet werd breed gevierd, ook in de media. Tot het Europees Hof kritisch oordeelde in een Vlaamse euthanasiezaak. Het is tijd om de euthanasiepraktijk grondig te evalueren.

Het stond in alle kranten: Mario Verstraete was de eerste die 20 jaar geleden gebruik maakte van de nieuwe wet die euthanasie onder bepaalde voorwaarden depenaliseerde. Tegelijk werden de daaropvolgende uitbreidingen van de wet dik in de verf gezet. Net als de stappen die nog gezet worden moeten om echt te kunnen spreken van een recht op euthanasie met zo weinig mogelijk of zelfs geen belemmerende voorwaarden. De kers op de taart was natuurlijk een uitgebreid interview met de pionier van de euthanasie in België, dr. Distelmans.

Stoorzender

Maar op hetzelfde ogenblik oordeelde het Europees Hof dat in de zaak ‘Mortier-De Troyer’ artikel 2 van de Europese Conventie van de Rechten van de Mens niet werd gerespecteerd. Dat gaat over het recht op leven.

Dit laatste kwam amper in de kranten, want dit was een stoorzender in de positieve berichtgeving. Door onzorgvuldige omgang met de vereiste voorwaarden voor euthanasie, werd het recht op leven van mevrouw De Troyer geschonden.

Aan het licht gekomen

Er kwamen tegelijk verschillende dingen aan het licht: hoe een kankerspecialist, dezelfde dr. Distelmans, een uitspraak deed over de psychische toestand van een ernstig depressieve patiënt; hoe hij van deze patiënt geld ontving voor zijn LEIF-organisatie; dat hij ervoor zorgde dat twee andere geneesheren gegarandeerd een positief euthanasie-advies gaven; dat hij die euthanasie uitvoerde en dat hij ook nog medevoorzitter is van de federale commissie die uitgevoerde euthanasiegevallen moet controleren.

Volgens de statistieken overlijden in België dagelijks zeven patiënten door euthanasie, en dat zijn enkel de geregistreerde gevallen. Het is dan toch wel merkwaardig dat de federale commissie oordeelt dat in alle euthanasiezaken in de afgelopen twintig jaar de procedures correct zijn gevolgd, enige uitzondering niet te na gesproken. Papier lijkt hier heel geduldig te zijn!

Hier klopt iets niet

Nee, zelfs een buitenstaander moet vaststellen dat hier iets niet klopt. Het lijkt eigenlijk absurd dat een commissie een evaluatie moet uitvoeren op basis van achteraf ingevulde formulieren, om daaruit te besluiten dat alles in orde is. Komt er toch een klacht, overwegend vanuit de familie, dan leidt dit tot verontwaardiging: het is alsof het recht op euthanasie hiermee onrecht wordt aangedaan.

Zo zorgde een proces in 2020 voor grote beroering. Onderzocht werd of de euthanasie van Tine Nys, die er op 38-jarige leeftijd wegens psychisch lijden om vroeg, correct verlopen was. De overwegend katholieke middens die kritisch waren, werd verweten de hele zaak te hebben geënsceneerd. Wie zich nog durft af te vragen of euthanasie wel zo’n goede zaak is en of ze wel zomaar als ‘vooruitgang’ kan worden beschouwd, wordt in het verdomhoekje gezet en bestempeld als oerconservatief. Ook de uitspraak van het Europees Hof zal wel afgedaan worden als het resultaat van een lobby van ‘oerconservatieven’.

Meer in petto

De zogenaamde progressieven hebben nog heel wat in petto. We kennen de slogans. Iedereen zou met hulp van een gezondheidswerker zelf moeten kunnen bepalen wanneer en waarom men euthanasie wil laten uitvoeren, ook als men het verzoek niet meer zelf kan formuleren. En ook mensen die levensmoe zijn en vinden dat hun leven voltooid is, zouden euthanasie moeten kunnen verkrijgen.

Doden als enige alternatief?

Niemand vraagt nog naar de mogelijke alternatieven om mensen niet te moeten doden, maar hen zogezegd van hun lijden of levensmoeheid af te helpen. Wordt doden nu echt het enige alternatief? Staat men nog stil bij de mogelijke schuldgevoelens die dit bij de familie kan achterlaten? En de invloed die dit kan hebben op andere patiënten in dezelfde situatie? Hoe zal men voorkomen dat financiële overwegingen de doorslag geven om euthanasie te vragen of te verlenen? En nee, dat laatste is zeker geen fabeltje.

En is het wel zo evident dat geneesheren het doden van een medemens als een normaal onderdeel van hun beroepsuitoefening gaan beschouwen? Hoeveel geneesheren en gezondheidswerkers worden niet onder druk gezet om uiteindelijk tegen hun geweten te handelen, omdat ze zich anders totaal gemarginaliseerd voelen?

Is het normaal dat ziekenhuizen als rechtspersonen geen eigen ethische keuzen meer kunnen maken, maar verplicht worden mee te gaan met ieder nieuw besluit rond euthanasie? En kan euthanasie eigenlijk wel als het ‘vijftiende werk van barmhartigheid’ worden beschouwd?

De cruciaalste vraag

De lijst vragen is eindeloos, maar dit is de cruciaalste: is het niet de hoogste tijd om het hele euthanasiegebeuren grondig te evalueren en de vooruitstrevendheid van onze maatschappij vooral te tonen in het vinden van positieve alternatieven die mensen leven schenken in plaats van de dood? Hoe buigen wij de cultuur van de dood waarin we nu zijn verzeild geraakt, toch nog om naar een cultuur van het leven?


Coöperatie Laatste Wil pleit voor verdere versoepeling euthanasiewet

Katholiek Nieuwsblad, 11 oktober 2022
door Francesco Paloni

Het verbod om iemand te helpen bij zelfdoding moet helemaal verdwijnen, bepleit Coöperatie Laatste Wil (CLW). De organisatie spande maandag samen met 29 mede-eisers een rechtszaak aan tegen de Nederlandse Staat.

Als het aan CLW ligt moeten mensen zelf kunnen kiezen voor levensbeëindiging. Onder de huidige euthanasiewet kan dit alleen nadat een arts hier toestemming voor heeft gegeven. Daarbij moet sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Daarnaast verbiedt de wet om hulp te verlenen bij euthanasie. CLW wil dat dit juridisch verbod van tafel gaat.

Verkeerde boodschap

“Eigenlijk ben ik het een beetje met ze eens”, reageert hoogleraar Ethiek Theo Boer. Het voormalig lid van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie ziet in de bestaande euthanasiewet het eigenlijke probleem.

“Als je er enerzijds op staat dat alle hulp bij levensbeëindiging moet plaatsvinden door een arts, dan heeft dit als voordeel dat de arts deskundig is op het gebied van levensbeëindiging”, redeneert Boer. Anderzijds, zegt hij, geeft de samenleving in de persoon van een arts een verkeerde boodschap af aan de patiënt.

‘Doe het niet’

“We geven hiermee mensen die uit het leven willen stappen groot gelijk. Sterker nog: we gaan ze daarbij helpen. Dat vind ik een hele problematische tendens in Nederland.” Boer pleit er daarom al langer voor om artsen op grotere afstand van levensbeëindiging te plaatsen. “Ik blijf levensbeëindiging problematisch vinden en zal altijd tegen iemand zeggen: doe het niet. Maar als iemand dat per se wil, laat hem dan zijn eigen verantwoordelijkheid dragen.”

Onaantastbare waardigheid

Moraaltheoloog Lambert Hendriks plaatst vanuit een katholiek perspectief bezwaren bij het initiatief van CLW. “Als je hulp bij zelfdoding zo toegankelijk gaat maken verdwijnt er weer een drempel”, zegt hij. “Daarmee help je niet: je beëindigt het probleem, maar je maakt tegelijk de mens zelf tot probleem. Die heeft echter een onaantastbare waardigheid.”

Schrijnend

Volgens Hendriks is zelfdoding een uitdrukking van schijnbaar onoplosbare problematiek bij mensen die ervoor willen kiezen. “Ze zien dan geen andere uitweg dan de dood. Moet je dan zeggen: laat ze maar? Dat is schrijnend.” De maatschappij moet er juist alles op alles zetten om mensen te helpen om niet voor euthanasie te kiezen, stelt de moraaltheoloog. “Zelfs als er menselijk gezien geen oplossing lijkt te zijn, moet je manieren zoeken om het leven van deze mensen zinvol te maken. Help mensen om te beseffen dat ze er mogen zijn. Dat is waardevol.”

De rechtbank in Den Haag waar CLW de rechtszaak heeft aangespannen, komt uiterlijk medio december met een uitspraak.


Europees Hof over euthanasiezaak: België schond recht op leven van 64-jarige vrouw

Katholiek Nieuwsblad, 6 oktober 2022
door Francesco Paloni

Belgische artsen hebben het recht op leven van een vrouw geschonden die euthanasie kreeg omwille van ernstige depressies. Dat heeft het Europees Hof Voor de Rechten van de Mens dinsdag geoordeeld. Het Hof ziet geen bezwaar in de Belgische euthanasiewetgeving, maar beticht de Belgische controlecommissie van gebrek aan onafhankelijkheid.

Volgens het Hof heeft België artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geschonden, waarin burgerrechten voor alle Europese inwoners zijn geregeld. Het betreffende artikel stelt dat het recht op leven van personen wettelijk beschermd moet zijn.

Twijfels

De zaak werd aangespannen door Tom Mortier, zoon van Godelieva de Troyer, de vrouw in kwestie. Zij stierf in 2012 op 64-jarige leeftijd door middel van een dodelijke injectie die werd toegediend door een Belgische oncoloog. De vrouw leed volgens haar behandelende artsen aan een ongeneeslijke vorm van depressie. De Troyer was lichamelijk gezond.

Haar psychiater, die de vrouw meer dan twintig jaar behandelde, twijfelde of ze wel aan de wettelijke voorwaarden voldeed om in aanmerking te komen voor euthanasie. Zowel de oncoloog die de dodelijke injectie toediende als het ziekenhuis bracht hem niet op de hoogte van hun voornemen om het euthanasieverzoek in te willigen.

Partijdigheid

Ook haar zoon hoorde pas de dag na haar euthanasie dat zijn moeder was overleden, waarop hij een klacht indiende. Mortier besloot later om de zaak aanhangig te maken voor het Europees Hof. Hij liet zich daarbij juridisch bijstaan door ADF International, een christelijke organisatie.

Volgens het Hof kon de Belgische Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie (FCEE) de omstandigheden waardoor de vrouw om euthanasie vroeg onmogelijk goed en onpartijdig onderzoeken. De arts die instemde met het euthanasieverzoek en de euthanasie vervolgens uitvoerde, is voorzitter van de controlecommissie. Dat betekent dat hij zelf mee oordeelde over de wettigheid van zijn eigen handelen.

De Belgische euthanasiewetgeving bood daarmee onvoldoende bescherming van het recht op leven van de betrokken vrouw, aldus het Hof.

Gevaar legaliseren euthanasie

Volgens Robert Clarke van ADF, die Mortier als advocaat bijstond, toont de uitspraak het gevaar van het wettelijk regelen van euthanasie.

Hij omschrijft de oncoloog die De Troyer de injectie toediende, als België’s prominentste voorstander van euthanasie. De vrouw maakte voor de euthanasie werd uitgevoerd een bedrag over naar LevensEindeInformatieForum. Die organisatie is opgericht en voorgezeten door de oncoloog. Diens voorzitterschap van de FCEE is volgens Clarke een “duidelijke vorm van belangenverstrengeling”.

‘Immense schade’

“Het feit dat België wordt veroordeeld voor de schending van het recht op leven is op zijn zachts gezegd opmerkelijk”, zegt Jean-Paul Van De Walle, juridisch adviseur bij ADF. “In het jaar 2021 werden 179 rechtszaken tegen België behandeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In slechts 4,4 procent van die zaken werd België veroordeeld.”

De zoon van de vrouw, Tom Mortier, hoopt dat de uitspraak mensen alert maakt op “de immense schade van euthanasie”, niet alleen voor mensen in kwetsbare situaties die euthanasie overwegen, maar ook voor hun familieleden en de maatschappij. “We hebben in onze maatschappij de betekenis verloren van het zorgen voor elkaar”, schrijft hij in een verklaring.

In België is euthanasie sinds 2002 wettelijk geregeld. Volgens de wet moet de persoon die erom vraagt aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos fysiek of psychisch lijden. België is, na Nederland, het tweede land ter wereld waar euthanasie is toegestaan.


Mgr. V. Paglia onjuist geciteerd over abortus

Pauselijke Academie voor het Leven, 29 augustus 2022

Tijdens een televisie-uitzending op 26 augustus 2022 antwoordde mgr. Paglia aan de interviewer die vroeg of Wet 194 kon worden afgeschaft, dat de wet nu een “pijler” van het Italiaanse sociale leven was, zozeer is die ingebed in het Italiaanse rechtssysteem. En wat meer is, geen enkele politieke macht is momenteel van plan om haar af te schaffen.

De bedoeling van de verklaring was niet een waardeoordeel over de wet te geven, maar veeleer de constatering dat het praktisch onmogelijk is om wet 194 af te schaffen omdat het nu een structureel onderdeel is van de relevante wetgeving. Over de kwaliteit van de “pijler” valt echter veel te zeggen.

Mgr. Paglia benadrukte in hetzelfde interview krachtig dat het dringend noodzakelijk was om dat deel van de wet te bevorderen dat betrekking heeft op de verdediging en bevordering van het moederschap, zoals kardinaal Ruini zich destijds ook uitsprak. Dat de wet kan en inderdaad moet worden verbeterd in de richting van een meer volledige verdediging van het ongeboren kind; dit is meer dan wenselijk, met aandacht voor het vermijden van het risico van verslechtering van de situatie, zoals helaas in sommige gevallen is gebeurd.

De reactie die sommigen hebben gehad op de verklaring van mgr. Paglia lijkt eigenlijk meer een voorwendsel, zelfs beledigend. Niet alleen omdat men zich ertoe beperkte om een ​​woord (“pijler”) uit de context te halen (en dit is al een ernstige zaak!), maar vooral door geen rekening te houden met de talrijke interventies van Mgr. Paglia over de verdediging en bevordering van het leven op alle leeftijden (van conceptie tot dood) en in alle situaties (hoe vaak wordt het met voeten getreden bij kinderen, vrouwen, gevangenen, ter dood veroordeelde gevangenen, immigranten, ouderen); ook de interventies van mgr. Paglia tegen euthanasie en voor het bevorderen van een nieuwe aandacht voor ouderen.

Wat abortus betreft, is het in ieder geval voldoende om terug te denken aan de viering van 29 mei jongstleden, gepromoot door de Movement for Life, waarbij bisschop Paglia een beeld van Maria zegende met het kind in haar schoot.

Vaticaanstad, 29 augustus 2022

Vertaling: dr. J.A. Raymakers


Embryo’s zijn te waardevol om te vernietigen

Katholiek Nieuwsblad, 14 juni 2022
door Eline Gorter-van Huizen, beleidsadviseur Onderzoek & Beleid bij NPV-Zorg voor het leven

Embryo’s kweken speciaal voor onderzoek en in meer gevallen embryoselectie toestaan: D66 en VVD werken aan verruimingen van de embryowet. Het doel is om lijden te voorkomen, maar hoe nobel ook, daarvoor worden embryo’s vernietigd.

Onlangs maakten fractievoorzitters Hermans (VVD) en Paternotte (D66) bekend dat ze nog dit jaar hun initiatiefwetsvoorstel over embryoselectie willen indienen. Nu is embryoselectie toegestaan voor stellen die een sterk verhoogd risico hebben op een kind met een ernstige erfelijke ziekte. In het laboratorium worden meerdere embryo’s tot stand gebracht en genetisch getest. Een gezond embryo wordt teruggeplaatst in de baarmoeder, embryo’s met de ziekte worden vernietigd.

Moeilijke keuzes

VVD en D66 willen embryoselectie ook toestaan om te voorkomen dat een kind geboren wordt dat drager is van een ziekte. Het kind is dan zelf gezond, maar heeft wel een afwijking in het DNA. Krijgt het in de toekomst zelf kinderen, dan bestaat de kans dat hij of zij het foute DNA doorgeeft en de ziekte in de volgende generatie wel bij iemand tot uiting komt.

Stellen die moeilijke keuzes rond hun kinderwens moeten maken omdat zij drager zijn van een ziekte, willen dit hun kinderen soms besparen. Het is vanuit hun perspectief begrijpelijk dat zij vragen om embryoselectie om dragerschap te voorkomen. Zo voorkomen ze ook dat eventuele kleinkinderen het risico lopen de ziekte te krijgen.

De tweede initiatiefwet is om embryo’s in het laboratorium te creëren alléén om er experimenten mee te doen. Daarna worden ze vernietigd. Dit voorstel bereiden de partijen wel voor, maar het mag deze regeerperiode niet worden ingediend voor behandeling in de Kamer.

Nu gebruiken wetenschappers voor hun experimenten embryo’s die over zijn na IVF-behandelingen-behandelingen. Maar bepaald onderzoek kunnen zij daarmee niet doen en daarom willen zij embryo’s kweken. Bijvoorbeeld voor onderzoek om IVF-behandelingen te verbeteren, waardoor de slagingskans groter wordt en ivf-kinderen mogelijk gezonder zijn. Of voor onderzoek naar het aanpassen van DNA in embryo’s. Deze methode kan in de toekomst misschien gebruikt worden om erfelijke ziekten te voorkomen.

Fundamenteel probleem

Wat is er, zou je kunnen vragen, eigenlijk op tegen om de wet te verruimen als zo lijden en ziekte voorkomen kunnen worden? De NPV begrijpt de motieven erachter, maar wij zien een fundamenteel probleem. In beide voorstellen worden menselijke embryo’s vernietigd. Een embryo is het prille begin van menselijk leven. Uit één bevruchte eicel groeit onder de goede omstandigheden een compleet mensje. Geschapen door God, en waardevol vanaf het eerste begin – te waardevol om te vernietigen, zoals dat gebeurt bij embryoselectie en onderzoek met embryo’s. Als de nieuwe voorstellen aangenomen worden, zullen nog meer embryo’s vernietigd worden dan nu al het geval is.

Maar als je met dit onderzoek in de toekomst levens kunt redden, weegt dat dan niet op tegen het gebruik van embryo’s? Allereerst is het onzeker of het embryo-onderzoek inderdaad levensreddende resultaten zal hebben. Maar ook als dat zo zou zijn, is het in de ethiek breed geaccepteerd dat je een mens niet slechts als middel tot een doel mag gebruiken: de mens is een doel in zichzelf. Een embryo, hoe klein en pril ook, is een mens en mag niet als middel gebruikt worden.

Geen recht aan menselijke waardigheid

Ook mensen die het embryo niet als volledig beschermwaardig zien, delen sommige argumenten tegen de voorstellen van D66 en VVD. Zij vinden dat kweken van embryo’s voor onderzoek geen recht doet aan de menselijke waardigheid. Minimensen worden dan als in een fabriek gecreëerd om als materiaal te gebruiken. En bij embryoselectie bij dragerschap is een belangrijke tegenwerping dat je niet direct ziekte voorkomt: de embryo’s die vernietigd worden, zijn zelf gezond. Daarom adviseerde de Raad van State in 2016 negatief over een soortgelijk wetsvoorstel.

Hoe sympathiek het doel van de voorstellen dus ook lijkt, laten we geen embryo’s opofferen om het te bereiken.

Lees een uitvoerige analyse door kardinaal dr. W.J. Eijk over de status van het embryo.


Tweede Kamer stemt in met abortuspil via de huisarts

Katholiek Nieuwsblad, 16 maart 2022

Met een ruime meerderheid is het wetsvoorstel om de abortuspil via huisartsen beschikbaar te maken door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer moet nog stemmen over het voorstel.

Vooralsnog zijn vrouwen aangewezen op een kliniek voor een abortus, maar daar komt door het voorstel van GroenLinks, D66, PvdA en VVD verandering in. De wetswijziging moet vrouwen meer keuzevrijheid geven; de achterliggende gedachte is dat de drempel om naar de huisarts te gaan lager is dan voor een bezoek aan een abortuskliniek.

Verplichte cursus

Huisartsen moeten volgens het voorstel een verplichte cursus volgen voor ze bevoegd zijn om een abortuspil voor te schrijven. Een abortus met een pil kan tot negen weken na de bevruchting. Dat is korter dan de termijn voor een abortus via een ingreep, die is 24 weken. Aan de geldende termijn verandert het wetsvoorstel niets.

De stemming over dit wetsvoorstel gebeurde hoofdelijk, wat inhoudt dat Kamerleden zich mogen baseren op hun eigen afwegingen en het standpunt van hun partij niet hoeven te volgen. Hoofdelijk stemmen over medisch-ethische onderwerpen is een van de afspraken die in het regeerakkoord gemaakt is.

106 stemmen voor

106 Kamerleden stemden voor het voorstel. Naast de partijen van de indieners stemden ook de voltallige fracties van SP, Volt, JA21, Partij voor de Dieren, de groep-Van Haga, de fractie-Den Haan voor. Ook de Kamerleden van het CDA stemden voor. Een amendement van het CDA dat de wet over zeven jaar geëvalueerd moet worden, is ook aangenomen.

24 Kamerleden waren tegen het wetsvoorstel, waaronder de leden van ChristenUnie, SGP, Denk, BBB, Forum voor Democratie en op Fleur Agema na ook de PVV-fractie.

Ook is een motie van SP’er Maarten Hijink aangenomen om het effect van de nieuwe wet op abortusklinieken te monitoren. Ernst Kuipers, minister van Volksgezondheid, zei vorige week in een debat dat mogelijk niet alle abortusklinieken open kunnen blijven als de pil via huisartsen beschikbaar wordt. Nederland telt momenteel zestien abortusklinieken.

Al langer gespreksonderwerp

De verstrekking van een abortuspil door huisartsen is al langer een gespreksonderwerp in de Nederlandse politiek. De Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) presenteerde in 2018 al een petitie tegen de verstrekking van de abortuspil door huisartsen.

Tegenstanders vrezen onder meer dat het aantal abortussen met de nieuwe wet niet zal dalen en dat de balans tussen zelfbeschikking en bescherming voor het ongeboren leven zoek raakt.

Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer behandeld worden voordat de wet van kracht gaat.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Laten we de grote onverschilligheid over abortus doorbreken

Katholiek Nieuwsblad, 10 maart 2022
door broeder René Stockman, generaal overste van de Broeders van Liefde

Waarom beweegt het ene leed ons tot een terecht en diep medeleven, terwijl het andere ons onverschillig lijkt te laten?

De laatste maanden zijn we getuige geweest van verdwijningen en ongevallen waarvan kinderen het slachtoffer waren. Telkens, en meer dan terecht, zagen we een golf van medeleven. Bij het kind dat in een diepe waterput viel in Marokko waren de reddingswerken internationaal nieuws dat minuut na minuut werd gevolgd. Het was bewonderenswaardig met welke solidariteit gepoogd werd het kind te bevrijden.

Spontane compassie

Toen het nieuws kwam dat de hulp te laat kwam, voelden we met zijn allen de pijn van het verlies. Een kind dat we nooit hadden gekend of gezien werd één van de onzen, een geliefde medemens, een deeltje van onszelf. Ik heb de avond waarop de reddingswerken ten einde kwamen, verschillende malen, tegen alle gewoonten in, de nieuwspagina geopend in de hoop positief nieuws te lezen.

Compassie, die het hart is van de naastenliefde, welde spontaan in het hart van velen op, ook in het mijne. Dat is het mensdom op zijn best, broederschap die alle grenzen doorbreekt en geen vragen meer stelt over etnische, religieuze of andere verschillen. Wij zijn allen broeders en zusters, en het is de liefde voor elkaar die ons bindt.

Hardnekkigheid

Hoe komt het dan dat eenzelfde golf van medeleven ontbreekt wanneer het gaat over kinderen die nog geboren moeten worden? Het is schrijnend te moeten vaststellen hoeveel kinderen vóór hun geboorte het leven niet gegund wordt en door abortus worden gedood. De hardnekkigheid waarmee sommigen enkel het recht van de vrouw beogen en dat van het kind totaal negeren, is onbegrijpelijk.

Nederland is er trots op dat uiteindelijk de wachttijd tussen de vraag en de uitvoering van abortus wordt afgeschaft, men hoopt met het laten verschaffen van de abortuspil door de huisarts abortus te ‘normaliseren’ en president Macron achtte het zijn plicht de Europese Unie op te roepen abortus tot mensenrecht te verheffen. En in de media verschenen opnieuw foto’s waarop vrouwen op hun ontblote buik de vermaarde tekst ‘Baas in eigen buik’ hadden neergeschreven. En dat alles onder de noemer van menselijke vooruitgang.

Schroom en terughoudendheid

Dit lijkt wel de tegenovergestelde beweging van wat we zagen bij de ongevallen die de eerder genoemde kinderen troffen. Het medelijden lijkt hier omgeslagen in een totale onverschilligheid, die opkomt in het zog van een oprukkend individualisme dat niemand lijkt te ontzien.

Natuurlijk zie ook ik de uitzichtloze situaties die een vrouw tot abortus kunnen bewegen, evenals de psychische wonden die een abortus kan veroorzaken. Maar dit alleen al zou ons met heel veel schroom en terughoudendheid naar abortus moeten doen kijken, en ons met vereende krachten naar alternatieve oplossingen moeten doen zoeken.

Recht van de sterkste

Dit lijkt echter ondergeschikt en verwaarloosbaar tegenover de strijd om abortus als mensenrecht te laten erkennen en het toejuichen van iedere stap richting ‘normalisering’. Wie zich nog durft uit te spreken tegen abortus wordt niet alleen meewarig, maar zelfs vijandig naar de zijkant verwezen. Hoe durven ze…

De meest verontrustende tegenstelling die hier opduikt, is deze: dat wat normaal als menselijke vooruitgang wordt beschouwd, namelijk de speciale zorg voor het meest zwakke, hier totaal ondergesneeuwd raakt door een toenemend individualisme en een absoluut verklaarde zelfbeschikking.

Het recht van de sterkste wint het hier en onmondige kinderen moeten het ontgelden. Voor hen is er geen media-interesse, en de mogelijke opkomende compassie wordt verdrongen door een niet zelden aangemoedigde onverschilligheid.

Laten we niet vergeten dat er voor zwijgen of zelfs goedpraten, een gedeelde verantwoordelijkheid geldt, een passieve deelname aan een daad die verkeerd blijft, ook al is die door de wetgever gedecriminaliseerd. Laten we dus samen de moed behouden om niet aan de zijlijn te gaan staan waarnaar we worden verwezen, maar dit opgelegde stilzwijgen te doorbreken.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Man met eerste genetisch gemodificeerd varkenshart overleden

University of Maryland Medical Center, 9 maart 2022

David Bennett, de 57-jarige man die op 10 januari 2022 de eerste harttransplantatie van een genetisch gemodificeerd varken kreeg, is overleden. Dit meldt UMMC op haar website.

De harttransplantatie die op 10 januari j.l werd gemeld verliep aanvankelijk een aantal weken succesvol. David Bennett was gestart met revalidatie. De oorzaak van het overlijden valt niet uit het persbericht op te maken.


Abortuspil via de huisarts? ‘We lijken te werken aan een doodscultuur’

Katholiek Nieuwsblad, 11 februari 2022
door Selinde van Dijk-Kroesbergen

Het verkrijgen van een abortuspil via de huisarts zou volgens de initiatiefnemers van een nieuw wetsvoorstel moeten leiden tot betere zorg voor de vrouw en wellicht minder herhaalde abortussen. Tegenstanders van dit voorstel zien hier vooral een poging in om abortus te normaliseren. Woensdag 9 februari 2022 debatteerde de Tweede Kamer er een eerste keer over.

Bij een rondgang langs de christelijke partijen blijkt al snel dat men zich zorgen maakt over het verdwijnen van de balans tussen de zorg voor de vrouw en de bescherming van het ongeboren leven. Alleen het CDA liet weten “niet op voorhand tegen het wetsvoorstel te zijn”.

Wie een abortus wil, moet momenteel naar een abortuskliniek of een ziekenhuis. De initiatiefnemers van GroenLinks, PvdA, D66 en VVD willen dat vrouwen voortaan tot negen weken zwangerschap bij de huisarts terechtkunnen voor de abortuspil. Die zou de vrouw beter kunnen begeleiden omdat er veelal een vertrouwensband is.

Persoonlijke sfeer

Tijdens het debat vroeg Chris Stoffer (SGP) of dat beeld niet wat te “romantisch” is. In veel huisartsenpraktijken werken huisartsen vaak tijdelijk, stelt hij. “Dan is er toch helemaal geen historische band? Dan ga je in tien, twintig minuten met elkaar dat gesprek aan en dan denk je: nou, dit is het dan maar.”

Hilde Palland (CDA) ziet dat anders. “De huisarts staat dichter bij de vrouw en kent vaak haar persoonlijke sfeer en omstandigheden. Als er bijvoorbeeld sprake is van schuldenproblematiek, dan kan de huisarts de vrouw ook verwijzen naar een hulpverlener die dat helpt op te lossen.”

Een abortus kan zo wellicht voorkomen worden, denkt ze. “Want uiteindelijk is onze grote ambitie om het aantal abortussen naar beneden te brengen, met name de herhaalabortussen.”

Diederik van Dijk van NPV-Zorg voor het leven denkt niet dat het voorstel zal leiden tot minder abortussen. Samen met het donderdag aangenomen wetsvoorstel om de bedenktermijn van vijf dagen voor een abortus niet meer verplicht te stellen, wordt de drempel naar abortus flink verlaagd, vreest hij.

“Abortus is in Nederland al royaal toegankelijk. Nu wordt het nog eenvoudiger om leven te doden”, zegt Van Dijk. Hij ziet het als een “uitholling van de balans tussen de bescherming van het ongeboren leven en de keuzevrijheid voor de vrouw. Er is maar één wens die overheerst: de autonomie van de vrouw”.

Ook Mirjam Bikker (ChristenUnie) vraagt zich af hoe in hoeverre de zorg nog meeweegt die huisartsen aan het ongeboren leven zouden moeten geven. “Dat heeft in zichzelf ook intrinsieke waarde. Ik zou de indieners willen vragen hoe zij dat aspect wegen in hun voorstel.”

Neerwaartse spiraal

Volgens medisch ethicus Lambert Hendriks is het een groot ethisch bezwaar dat het beëindigen van een leven gemakkelijker wordt: “Als je de drempel verlaagt, wordt ook het gebruik maken van de abortuspil gemakkelijker”, zegt hij.

“De procedure blijft onveranderd”, brengt Hilde Palland (CDA) hier tegenin. “Alleen wordt er door dit wetsvoorstel een andere hulpverlener toegevoegd. Het gaat in feite slechts over de vraag wie binnen de bestaande procedure en waarborgen de abortuspil mag voorschrijven.”

Hendriks constateert hier echter een neerwaartse spiraal: “Wanneer uiterst precaire zorg niet meer door specialisten maar door huisartsen wordt aangeboden, dan is er een averechtse beweging: omgaan met een mensenleven vraagt juist het grootst mogelijke specialisme, al is de keuze voor de abortuspil hoe dan ook schadelijk vanuit een katholiek standpunt.”

De vlag uit

Juist deze normalisering is bij voorstanders reden tot juichen. “Het NRC schreef dat met de verruiming van de abortuswet de vlag uit mocht”, zegt Van Dijk. Hij vindt dit “vervreemdend”: “Wat zegt dit over onze cultuur? We lijken te werken aan een doodscultuur.”

“We hebben de fijngevoeligheid voor het ongeboren leven in onze cultuur verloren”, zegt Hendriks. “Ongeboren leven wordt niet meer als beschermwaardig beschouwd. Naarmate de vrucht zich verder ontwikkelt, krijgt die wel meer waarde toegekend. Maar dat is principieel tegen de leer van de Kerk, die stelt dat het leven vanaf de conceptie beschermd moet worden.”

Die geleidelijke waardetoekenning verklaart misschien ook waarom er in de toelichting op het wetsvoorstel over de abortuspil als medicijn wordt gesproken. “Hoe wrang”, zegt Stoffer hierover. “Een middel dat een einde maakt aan ongeboren leven, waarom noemen we dat eigenlijk een geneesmiddel?”

Kritische vragen

Ook al lijkt er voor dit voorstel een meerderheid te zijn, veel Kamerleden hebben kritische vragen over de uitvoering. Huisartsen hebben al een zwaar takenpakket en er zijn zorgen over een tekort aan huisartsen.

In een vervolgdebat zullen de opstellers van het wetsvoorstel op de gestelde vragen reageren. Op zijn vroegst een week later mag er dan in de Tweede Kamer over gestemd worden. Wordt het voorstel aangenomen, dan moet ook de Eerste Kamer zich er nog over buigen.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.