Katholieke Stichting Medische Ethiek
11 augustus 2022

Kom op voor gewetensvrijheid

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 15 december 2017
door Juristenvereniging Pro Vita

Wie in de gezondheidszorg werkt, heeft een recht op erkenning van zijn of haar gewetensbezwaren. Dat lijkt logisch, maar in concrete gevallen kan het moeilijk zijn om je op dat recht te beroepen. Daarom moeten we ervoor opkomen.

Hulpverleners kunnen gewetensbezwaren hebben tegen het uitvoeren van bepaalde handelingen, zoals niet betrokken willen zijn bij levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding. Recht op erkenning van gewetensbezwaren is een fundamenteel mensenrecht en staat beschreven in internationale verdragen; het kan worden beperkt als de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen in gevaar komt.

Beperktere ruimte
Het Nederlands recht biedt een hulpverlener echter beperktere ruimte om zich te beroepen op zijn geweten. Een huisarts of specialist die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent kan een behandelingsovereenkomst met een patiënt ‘wel’ of ‘niet’ aangaan. Een thuiszorgorganisatie of ziekenhuis gaat ook een behandelingsovereenkomst aan, maar iemand die in dienstverband werkt, heeft geen keuze. Als een verpleegkundige niet wil meewerken aan euthanasie, moet de werkgever daartoe de ruimte bieden. Dit kan geen reden zijn voor ontslag, tenzij dit voor de werkgever tot onoverkomelijke organisatorische bezwaren leidt.

Een arts mag weigeren om levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding uit te voeren, handelingen die in beginsel strafbaar zijn. Een probleem kan ontstaan als levensbeëindigende handelingen worden gekwalificeerd als ‘normaal medisch handelen’.

Niet eten en drinken
Zo kunnen hulpverleners gewetensbezwaren hebben als patiënten bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen. (Wat niet te verwarren is met het natuurlijke proces waarbij een stervende patiënt steeds minder eet en drinkt, omdat het lichaam daar geen behoefte meer aan heeft. Dit komt vaak voor en roept meestal geen vragen op.)

Bewust eten en drinken weigeren, om het leven te beëindigen, roept wel vragen op. Sommige artsen en organisaties wijzen patiënten op deze mogelijkheid, in geval zij zelf niet bereid zijn tot euthanasie, of als niet voldaan wordt aan de zorgvuldigheidscriteria uit de Euthanasiewet.

Kritische kanttekeningen
Artsenfederatie KNMG en beroepsvereniging van zorgprofessionals V&VN presenteerden in 2015 de handreiking Zorg voor mensen die bewust afzien van eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen.

Daarin wordt het weigeren van eten en drinken vergeleken met het weigeren van een behandeling waar het overlijden op volgt. Eten en drinken weigeren wordt niet als zelfdoding beschouwd, maar als gebruikmaken van het zelfbeschikkingsrecht. Een hulpverlener of mantelzorger mag dan geen voedsel en vocht toedienen.

Daar zijn kritische kanttekeningen bij te maken. Zo wordt een leeftijdsgrens genoemd van minimaal 60 jaar en is er geen second opinion vereist. Ook mag de patiënt afzien van diagnostiek en eventuele behandelingen, zelfs als sprake is van een depressie. Hoe weten we dan of deze patiënt wilsbekwaam is en dus zijn zelfbeschikkingsrecht uitoefent? Is het onthouden van vocht en voedsel dan niet in strijd met het meest fundamentele dat je een medemens moet geven?

Moeilijk
Als de patiënt overlijdt door eten en drinken te weigeren, wordt een natuurlijke dood gerapporteerd. Er is geen meldingsplicht en toetsing achteraf, zoals die bestaan bij euthanasie of hulp bij zelfdoding.

In tegenstelling tot euthanasie en hulp bij zelfdoding, is er bij het bewust afzien van eten en drinken geen directe relatie tussen handelingen van de hulpverlener en het bespoedigen van het levenseinde. Wel maakt de hulpverlener het de patiënt mogelijk om het zelfgekozen levenseinde te bespoedigen. Dit kan gewetensbezwaren opleveren.

Hulpverleners met gewetensbezwaren kunnen de zorg overdragen aan een collega. Zij moeten dan zorg verlenen tot het moment van de overdracht. Problematischer is ook hier de situatie van hulpverleners en verpleegkundigen die in dienstverband werken. Het is moeilijker om een beroep te doen op gewetensvrijheid, vooral als de werkgever het recht daarop niet respecteert.

Plicht tot handelen
Wij moeten allen opkomen voor het recht op gewetensvrijheid – opdat iedere visie evenveel gewicht in de schaal legt. Wellicht rust een grotere plicht tot het opkomen van deze belangen op de schouders van hen die kennis over deze materie hebben. Hetzij vanwege hun religieuze wortels, hetzij vanwege hun kennis van de mensenrechten. Immers, uit het voorrecht van kennis, vloeit de plicht tot handelen voort.

Juristenvereniging Pro Vita mengt zich sinds 1983 in het maatschappelijk debat over de waardigheid van het menselijk leven. Info: voorzitter@provita.nl


Autonomie en afhankelijkheid

Niemand is ooit ‘klaar’ met leven!

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 10 november 2017
door Erik Borgman

Stop met denken dat autonomie en afhankelijkheid elkaar uitsluiten. Wij zijn pas autonoom als we de zekerheid hebben bemind te worden, en het is onze taak elkaars hoop daarop te bevestigen.

Sinds een half jaar ben ik tijdelijk van zorg afhankelijk. De organisatie hiervan wordt gelukkig meestal door de thuiszorg gedaan. Dat er voor je gezorgdwordt, wordt doorgaans geassocieerd met gebrek aan autonomie, maar het geeft mij juist het gevoel greep op mijn leven te hebben. Meestal wordt zelf en mondig voor je eigen belang opkomen geassocieerd met autonomie, maar als ik zelf mijn eigen zorg moet organiseren, voel mij ik mij diep afhankelijk van een systeem dat mij de maat neemt op basis van criteria die ik niet doorzie. De inspanning ons rechten te geven op zorg, leidt tot de ervaring onderworpen te zijn aan willekeur.

Niet afhankelijkheid, maar onderworpen zijn is het tegenovergestelde van autonomie. Dat wij afhankelijk zijn van voedsel, water en zuurstof, tast onze autonomie niet aan. Dat wij niet kunnen leven zonder anderen, zonder gezelschap dat ons ziet en waardeert en waarvoor het uitmaakt dat wij er zijn: dat hoort bij wie wij zijn. Menselijke autonomie kan alleen autonomie in en met deze vormen van afhankelijkheid zijn.

Klopt dat wel?
Vaak zeggen mensen bang te zijn ‘de controle te verliezen’. Ze bedoelen: als ze oud en ziek worden, als hun lichaam het laat afweten en hun geest langzaam in de mist verdwijnt. Ze gebruiken controleverlies als motivering om hoe dan ook de controle terug te willen nemen: ‘Ik wil er zelf een einde aan kunnen maken, al zal ik dat misschien nooit doen.’ Maar is die controle geen illusie die bestaat bij de gratie van de ontkenning van alles waarover ik nooit controle gehad heb? Doe ik mijn partner en mijn kinderen wel recht als ik hun gedrag tegenover mij meen te controleren? Heb ik niet heel veel kostbare geschenken niet herkend, omdat ik ze zag als effect vanmijn controle? Klopt de vooronderstelling wel dat wij de omstandigheden en de gang van zaken moeten controleren wil er iets goeds gebeuren? Leven wij niet veeleer van een genadige welwillendheid die zich overal doet gelden? En die ons telkens weer de mogelijkheid biedt het leven als goed te ontvangen en mee vorm te geven?

Zonder controle leven
Het is verstandiger te leven zonder de illusie van controle. We hebben die niet en wat je niet hebt, kun je ook niet verliezen. Wij zouden zonder controle ons eigen leven, elkaars leven, vorm moeten geven met alle mogelijkheden, maar ook binnen de grenzen en beperkingen die erbij horen. We zouden weer kunnen leren samenwerken met wat we nu vaak als beperkingen zien, en onze afhankelijkheid leren zien als aanleiding tot verbinding met anderen, ons tekort als mogelijkheid geschenken te ontvangen, ons onvermogen als aanleiding om verbindingen aan te gaan.

Onheilspellend
De nadruk die premier Mark Rutte onlangs legde op ‘de gewone, normale Nederlanders’ klonk tamelijk onheilspellend. Het suggereert dat wij met de mond belijden dat elk menselijk leven ons evenveel waard is, maar dat we dat niet menen. Echte mensen zijn normale mensen: mensen die zich gedragen op een manier die wij herkennen, die een bijdrage aan de samenleving leveren op een manier die wij ons kunnen voorstellen, mensen vooral die ons beeld van wat het is om te leven niet verontrusten. Maar wat met al die ouderen en chronisch zieken die zich afvragen of hun bestaan nog zinvol is en geen last voor anderen? Alsof wij voldoende moeten opleveren om de investering waard te zijn. We praten over een onvervreemdbaar recht op leven, maar geloven er klaarblijkelijk zelf niet in. Niet voor anderen en niet voor onszelf.

Elk leven de moeite waard
In deze situatie moeten we militant zeggen: niemand is ooit klaar met leven! Al wil iemand alleen nog maar dood, dan dient dat sterven een menswaardige vorm te krijgen en sterven, dat is een deel van het leven. Dit is de diepste achtergrond van de terughoudendheid van de Kerk over het verhaasten van de dood: elk leven, in elk stadium, is leven en is de moeite waard, want het drukt de goedheid van de God van het leven uit. Dat je je leven niets meer waard vindt, betekent niet dat het dat niet is. Het is een feit dat mensen zeggen dat ze een verspilling van geld, zorg of ruimte zijn. Dit feit moeten we serieus nemen, maar we kunnen dat oordeel niet overnemen. Niemand is ooit klaar met leven, tot het leven is geëindigd.

Liefde en verbondenheid
Hou toch op met roepen dat we niet bang zijn, dat er niets is om bang voor te zijn. Laten we toegeven dat we bang zijn: om de controle te verliezen, om onszelf te verliezen, omwat wij als leven hebben leren beschouwen te verliezen. Dan kunnen we misschien vanuit en met onze angst waarachtig leren leven.

Niet als de zoveelste plicht of te leveren prestatie. Die vrezen de mensen juist het meest, en zijn de ware achtergrond van het verlangen de dood in eigen hand te hebben: ‘Ik kan dit niet aan, ik kan dit niet alleen, dus dokter, laat me niet in de steek.’ De Vlaamse jezuïet Marc Desmet heeft laten zien hoe de vraag naar euthanasie vaak een vraag is naar stervenshulp, of beter: naar levenshulp in de stervensfase. Deze vraag moeten wij als samenleving serieus nemen. Wie de weg van liefde en verbondenheid gaat, blijft niet verweesd achter, maar wordt door die liefde en verbondenheid gedragen.

Wij houden elkaar in leven
Wij zijn pas autonoom als wij de zekerheid hebben bemind te worden en het is onze taak elkaars hoop daarop te bevestigen. Ik ben toch nog wel van waarde?, vragen mensen. Ik ben toch niet alleen? Nee, wij zijn er ook nog. Wij hebben een traditie vol ervaringen waarinmoeite en vreugde samengaan, waar pijn en verlies en het opgeven van elke illusie van controle tot ongekende mogelijkheden leidde. We moeten het daarbij niet mooier maken dan het is, en vrijwel alle levens zijn en blijven rafelig en onaf.

Maar wij houden elkaar in leven en zijn voor elkaar van betekenis tot en met het einde. Paus Franciscus sprak tot het Amerikaans Congres: “Als wij zekerheid willen, moeten wij zekerheid geven; als wij leven willen, moeten wij leven geven; als wij mogelijkheden willen, moeten wij mogelijkheden beschikbaar stellen.” En als wij autonomie willen, dan moeten wij autonomie geven en mede opbouwen te midden van de ons gegeven omstandigheden.

Dit essay is een ingekorte versie van de lezing die Erik Borgman op 2 november hield tijdens het Allerheiligenberaad in Utrecht.

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


World Medical Association vernieuwt de artsendeed

KNMGKNMG, 27 oktober 2017
World Medical Association, 14 oktober 2017

De World Medical Association (WMA) heeft de artseneed vernieuwd. Een verwijzing naar de autonomie van de patiënt is toegevoegd in een van de eerste regels van de eed. In Nederland wordt door de KNMG de Nederlandse tekst van de eed afgeleid van de WMA tekst.

Nieuwe Engelse tekst van de artseneed

WMA DECLARATION OF GENEVA
Adopted by the 2nd General Assembly of the World Medical Association, Geneva, Switzerland, September 1948
and amended by the 22nd World Medical Assembly, Sydney, Australia, August 1968
and the 35th World Medical Assembly, Venice, Italy, October 1983
and the 46th WMA General Assembly, Stockholm, Sweden, September 1994
and editorially revised by the 170th WMA Council Session, Divonne-les-Bains, France, May 2005
and the 173rd WMA Council Session, Divonne-les-Bains, France, May 2006
and amended by the 68th WMA General Assembly, Chicago, United States, October 2017

The Physician’s Pledge

AS A MEMBER OF THE MEDICAL PROFESSION:

I SOLEMNLY PLEDGE to dedicate my life to the service of humanity;

THE HEALTH AND WELL-BEING OF MY PATIENT will be my first consideration;

I WILL RESPECT the autonomy and dignity of my patient;

I WILL MAINTAIN the utmost respect for human life;

I WILL NOT PERMIT considerations of age, disease or disability, creed, ethnic origin, gender, nationality, political affiliation, race, sexual orientation, social standing or any other factor to intervene between my duty and my patient;

I WILL RESPECT the secrets that are confided in me, even after the patient has died;

I WILL PRACTISE my profession with conscience and dignity and in accordance with good medical practice;

I WILL FOSTER the honour and noble traditions of the medical profession;

I WILL GIVE to my teachers, colleagues, and students the respect and gratitude that is their due;

I WILL SHARE my medical knowledge for the benefit of the patient and the advancement of healthcare;

I WILL ATTEND TO my own health, well-being, and abilities in order to provide care of the highest standard;

I WILL NOT USE my medical knowledge to violate human rights and civil liberties, even under threat;

I MAKE THESE PROMISES solemnly, freely, and upon my honour.


‘De kwetsbaren moeten tot hun recht kunnen komen’

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 13 oktober 2017
door Sjoukje Dijkstra

Arts en filosoof Henk ten Have werd recent benoemd tot lid van de Pauselijke Academie voor het Leven. Hij werkt al jaren in Amerika, van waaruit hij de situatie in zijn vaderland scherp in de gaten houdt. “Het lijkt alsof euthanasie verworden is tot een recht.”

Toen een collega hem vroeg of hij lid zou willen worden van de Pauselijke Academie voor het Leven, vond Henk ten Have dat hij ja moest zeggen. “Het voelde als sturing van boven”, zegt de hoogleraar, als hij even in Nederland is. Hij kan zich vinden in de nieuwe benadering van de Academie. “Omdat de paus niet wilde dat het accent alleen zou liggen op het begin of het einde van het leven, heeft hij de statuten aangepast. Het meeste zit er immers tussenin. In die benadering denken we ook na over problemen als veroudering, leven met een handicap, dementie, werkloosheid en vluchtelingen.”

De katholiek opgevoede Ten Have is geïnspireerd door Thomas van Aquino als geleerde, en de meer op sociale problemen gerichte Antonius van Padua. “Die combinatie heeft mij altijd aangetrokken. Je kunt je kennis gebruiken om sociale condities van mensen te verbeteren, waardoor je tot op zekere hoogte deze wereld kunt verbeteren met inspiratie.”

Marges opzoeken
Ten Have beziet met toenemende verbazing dat in de Nederlandse euthanasiediscussie het accent alleen op het einde ligt. Neem het door Coöperatie Laatste Wil geïntroduceerde ‘euthanasiepoeder’. “In andere landen hebben ze gezegd: de grens voor discussie over hulp bij zelfdoding ligt bij uitzichtloos lijden, ofwel terminaal zieke mensen. In Nederland lijken we die grens telkens te willen opzoeken. We gaan er zelfs overheen.”

Het initiatief verraadt een gebrek aan regelgeving: “Als je eenmaal de deur open zet, kun je het niet meer goed beheersen. Wanneer je als samenleving toestaat dat mensen om bepaalde redenen gedood mogen worden, dan moet je daar duidelijke regels voor hebben. Anders gaan mensen toch marges opzoeken, zoals nu al vaak gebeurt.”

Op papier
Ten Have werkt al acht jaar aan de Amerikaanse Duquesne University. Terecht wordt er in de VS met argusogen naar Nederland gekeken, zegt hij. “Wij Nederlanders mogen best wat kritischer zijn. We zijn altijd koopmannen én missionarissen geweest. Ook onze koloniale politiek werd altijd als een ethische politiek beschouwd, maar feitelijk kwam die neer op het hebben van handelsposten. Dat is in dit geval ook een beetje zo. We vinden onszelf veel toleranter dan de Amerikanen, maar negatieve aspecten van die zogenaamd tolerante samenleving worden daardoor weinig belicht.” Het Nederlandse drugs-, prostitutie- en euthanasiebeleid “is op papier goed geregeld, maar aan de achterkant gebeuren toch dingen die mensen tot voor kort voor onmogelijk hielden. Daar wordt ook niet echt tegen opgetreden.”

Dat Nederland vaak ethische grenzen opzoekt, wijt hij aan de ontzuiling en secularisering. Bovendien, zegt hij, “lijkt het alsof euthanasievoorstanders vaak een antireligieus statement willen maken. Neem D66. Als een religieuze partij A zegt, zeggen zij B. In de euthanasiediscussie werd al heel lang betoogd dat er betere palliatieve zorg nodig was, maar dit was onbespreekbaar voor toenmalig D66-minister Els Borst. Alle initiatieven om die zorg te verbeteren, werden gesaboteerd. Totdat de euthanasiewet er in 2001 was. Toen was die ruimte er ineens wel”.

In de discussie rond Kees van der Staaijs brief over euthanasie in The Wall Street Journal viel hem iets op. “Euthanasievoorstander Boudewijn Chabot zei in principe hetzelfde als Van der Staaij: dat euthanasie een recht lijkt geworden. Je gaat naar de dokter en zegt: ‘We maken er een einde aan.’ Dat is merkwaardig. Als je euthanasie ethisch verantwoord vindt, is het argument dat jij beslist over je leven. Maar waarom moet iemand anders – de dokter – ingeschakeld worden, terwijl er geen medische aanleiding meer is? Nu gaat een patiënt die vindt dat het voldoende is, naar de dokter, en herdefinieert zijn lijden als ondraaglijk. Dan zou de arts zich verplicht moeten voelen om aan euthanasie mee te werken. Dat past niet bij zijn taak.”

De vraag
Volgens Ten Have slaat het argument van ondraaglijk lijden de discussie dood. “Je kunt er niet echt op tegen zijn dat iemand verlost wil worden van ondraaglijk lijden. De vraag is dan: is dit het eindstation? Of spelen bij ondraaglijk lijden ook vragen als: kun je er nog een betekenis aan geven? Kunnen we het nog verlichten? In sloppenwijken lijden mensen ook ondraaglijk. Dan is de oplossing toch niet hun leven te beëindigen? Het is beter de omstandigheden te verbeteren.”

Volgens Ten Have begint de euthanasiediscussie met de vraag hoe we met lijden omgaan. “Als je daar geen betekenis aan kunt geven, omdat je geen perspectief hebt, dan is het zinloos en krijg je het euthanasiedebat. Wij bepalen vervolgens dat dement of verstandelijk gehandicapt zijn voldoende lijden is, om te bepalen dat je niet meer wilt leven. Dan krijg je situaties waar iedereen voor gewaarschuwd heeft. Kijk naar IJsland, waar bijna geen Syndroom van Down meer voorkomt.”

Zelfbeschikking
Het recht op zelfbeschikking gaat voor Ten Have niet om de eigen beslissing, “maar ook om de reden die je geeft. Je leven als voltooid beschouwen is geen eigen prestatie. Wie leeft, gaat dood, dat hoeft niet om een besluit te vragen. Waarom kunnen we dit niet aanvaarden, en ons concentreren op de condities, die we meestal wél kunnen verbeteren?

De samenleving heeft hierin een grote verantwoordelijkheid. De kwetsbaren moeten daarin tot hun recht kunnen komen, mensen moeten betrokken zijn. Dat is ook de gedachte van de Kerk. Wij zijn eerder gemeenschapswezens dan pure individualisten. We kunnen alleen individualistische motieven hebben doordat we in een gemeenschap zitten. Het belang van de gemeenschap wordt in onze tijd gebagatelliseerd.”

Volgens de arts en filosoof kan een mens alleen autonoom nemen medische beslissingen – wel behandelen, niet behandelen – in overleg, met familie, vrienden en kennissen. Je hebt altijd een netwerk dat je helpt zo’n beslissing te nemen. Dat miskennen we, terwijl we in tijden van sociale media zouden moeten weten dat dit veel belangrijker is dan het feit dat je zelf een beslissing neemt.”

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


‘De Kerk moet van zich laten horen over gender’

Katholiek Nieuwsblad, 13 oktober 2017
door Marta Petrosillo

“De toespraak van de Heilige Vader zal onze Magna Carta zijn”, aldus de president van de Academie voor het Leven, mgr. Vicenzo Paglia, een paar dagen voor de eerste bijeenkomst van het hernieuwde pauselijk instituut.

Die vergadering was gewijd aan het thema ‘Het leven begeleiden. Nieuwe verantwoordelijkheden in het technologische tijdperk’ en werd op 5 oktober geopend door Franciscus. De paus schetste daarbij de weg die het pauselijke instituut zal volgen na de reorganisatie die hij vorig jaar zelf aankondigde. De nieuwe koers van het instituut begon met het benoemen van nieuwe leden, afkomstig uit 37 landen wereldwijd: vier ereleden en 45 gewone leden, 87 corresponderende leden en dertien jonge onderzoekers. De nieuwe benoemingen leidden tot de nodige ophef, vooral die van de anglicaanse theoloog Nigel Biggar, in het verleden openlijk pro-abortus.

De paus vroeg de Academie voor het Leven om een nieuwe blik en onderstreepte dat een nieuwe aanpak vooral nodig is in de veranderende wereld waarin we leven. Tijdens zijn toespraak ging Franciscus in het bijzonder in op vier van de talloze kwesties die ’ter tafel liggen’ bij het instituut waar ook mensen van andere religies lid van zijn. De eerste kwestie is die van het “wijdverspreide egocentrisme”, de cultus van het ‘ik’ die domineert in de moderne maatschappij en die ernstige gevolgen heeft voor de relationele sfeer. De tweede kwestie betreft het doorgeven van het leven via het huwelijk en het gezin. De scheppende eenheid tussen man en vrouw moet niet beperkt blijven tot de kern van het gezin, maar is geroepen om “de regie van de hele samenleving in handen te nemen”.

De paus bleef vooral bij het derde punt uitgebreid stilstaan: de ontkenning van het verschil in geslacht. “Wat aan de horizon opdoemt is een ware culturele revolutie van de geschiedenis van deze tijd. En de Kerk moet daar, als eerste, van zich laten horen”, zo zei de paus en hij onderstreepte de noodzaak om tegenwicht te bieden aan de huidige utopie van de genderneutraliteit door middel van “een hernieuwde cultuur van de identiteit en de verschillen”.

Tot slot benoemde Franciscus het belang van de begeleiding en de zorg voor het gehele leven van het prille begin tot aan het einde toe. Het leven beschermen, bevorderen en ondersteunen ervan is niet alleen iets dat besloten ligt in initiatieven rond de periode voor de geboorte of aan het einde van het leven. En dat zal een van de taken zijn van de Academie voor het Leven.

Onlangs heeft de paus ook een nieuwe impuls gegeven aan het Pauselijk Instituut Johannes Paulus II voor huwelijk en gezin. Die instelling werd door de naamgever ervan in 1981 opgericht en vorige maand door paus Franciscus opgeheven en vervolgens opnieuw opgericht met het pauselijk document Summa familiae cura. Het heet nu het Pauselijk Theologisch Instituut Johannes Paulus II voor huwelijk- en gezinswetenschappen en mag academische titels verlenen. De paus wilde namelijk ook het blikveld van dit instituut verruimen: van de sacramentele theologie en de moraaltheologie naar een bijbelse, dogmatische en historische theologie die rekening houdt met de uitdagingen van vandaag de dag. Het doel van dit alles is om aansluiting te vinden bij de hedendaagse wereld, in lijn met de principes van Amoris Laetitia.

“De cultureel-antropologische verandering die nu invloed heeft op alle aspecten van het leven en vraagt om een analytische en brede aanpak”, zo zei de paus, “maakt dat we ons niet kunnen beperken tot ervaringen uit de pastoraal en uit de missie die een weerspiegeling zijn van vormen en modellen uit het verleden.”

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Handreiking voor r.-k. zorgprofessionals

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 22 september 2017
door Pascal Beukers

Het spanningsveld tussen de katholieke leer en het dagelijks leven is mogelijk nergens zo groot en duidelijk als in de medische wereld, waar het soms letterlijk over leven en dood gaat. Een nieuw netwerk wil katholieke zorgprofessionals toerusten om met moeilijke kwesties om te kunnen gaan.

Er zijn situaties waarin een katholieke arts of verpleegkundige weet hoe (niet) te handelen, maar misschien niet weet hoe dit uit te leggen aan patiënten of collega’s. Ook situaties waarin niet duidelijk is hoe (niet) te handelen, kunnen voor dilemma’s zorgen.

Brug theorie en praktijk
Vanuit de Katholieke Stichting Medische Ethiek (KSME) is daarom onlangs het Netwerk Katholieke Zorgprofessionals Nederland (NKZN) opgericht. “Het doel van dit netwerk is katholieke werkers in de gezondheidszorg bij elkaar te brengen, te informeren over de katholieke medische ethiek en de deelnemers zo te versterken dat zij in hun werk hun katholieke identiteit kunnen uitdragen”, zegt Frans van Ittersum. De internist en hoogleraar nierziekten is voorzitter van het NKZN en bestuurslid van de KSME.

Het NKZN organiseert daartoe bijeenkomsten, “waarin we een brug slaan tussen de theorie en de praktijk”, zegt Margaretha Mijhad-van Voorst tot Voorst, verloskundige en bestuurslid van het NKZN. “We praten niet alleen over abortus en euthanasie, maar bijvoorbeeld ook over orgaandonatie, de NIPT, en genderideologie, maar ook over hoe je als christen in je werk kan staan.”

Van Ittersum: “We bestuderen deze onderwerpen vanuit de katholieke leer, de theologie en de filosofie en bespreken aan de hand hiervan casuïstiek, hoe in de praktijk principes toe te passen.”

Mijhad: “In ons team zitten een ethica en een moraaltheoloog, maar we vragen ook mensen met specifieke kennis te vertellen over hun expertise. Zo sprak Esmé Wiegman van de NPV eens over de levenswensverklaring, de tegenhanger van de euthanasieverklaring.”

Behulpzaam
Voor Mijhad was de vorige themadag over onder meer de NIPT behulpzaam en verhelderend. “Als verloskundige loop ik tegen dit soort zaken aan. Wat ik mooi vind aan zo’n dag is dat je met andere katholieke zorgprofessionals ervaringen, vragen en twijfels kan uitwisselen. Dat je merkt dat je niet de enige bent die tegen zaken aanloopt en dat je elkaar bemoedigt. Zo heeft het mij bijvoorbeeld geholpen toen ik een poos geleden werd gebeld door een vrouw die zwanger was van een kind met het Downsyndroom. Vanuit mijn katholieke geloof kan ik niet zeggen ‘Laat het maar weghalen’. Ik heb haar gestimuleerd om te praten met ouders van Downkinderen.”

Bagage en handreikingen
Volgens Van Ittersum wil het NKZN “katholieke werkers in de zorg bagage en handreikingen meegeven om in het werk de goede afwegingen te kunnen maken. We doen in de zorg veel gevoelsmatig, maar ingewikkelde situaties vragen om rationele en analytische afwegingen. Dan moet je wel de kennis hebben waarop je deze kan baseren, en weten waarop je moet letten en waaraan je moet denken. Tijdens themadagen laten we mensen aan het woord die vanuit de praktijk vertellen waar zij tegenaan lopen. Zo zijn er bij verloskunde en gynaecologie wat diagnostiek betreft dilemma’s rondom de NIPT en anticonceptie”. Mijhad is als verloskundige verplicht om met jonge ouders over anticonceptie te praten: “Ik heb niet altijd de mogelijkheid om natuurlijke geboorteregeling uit te leggen, maar ik probeer uit te leggen hoe de cyclus werkt en dat een vrouw vóór haar eerste menstruatie weer vruchtbaar is. Als mensen doorvragen, ga ik zeker in op een van de natuurlijke methodes.”

Naast het onderwijs en de uitwisseling wil het NKZN ook bijdragen aan het versterken van het geloof van deelnemers. Van Ittersum: “De geestelijke component blijft niet onderbelicht. We beginnen een themadag altijd met een Eucharistieviering waarin onder meer wordt gebeden voor het werk van de deelnemers, dat ze zich door de kracht van de Heilige Geest gesteund weten en daardoor vorm kunnen geven aan hun geloof in hun werk.”+

Geloof in de praktijk
Op zaterdag 14 oktober organiseert het Netwerk Katholieke Zorgprofessionals de bijeenkomst ‘Geloof in de praktijk’. Aanvang om 10.00 uur met een H. Mis. Verder zijn er lezingen en zullen er casussen uit de beroepspraktijk worden besproken. Locatie: De Schaapskooi Hilversum (Emmastraat 3).

Info/opgave: Aanmeldformulier Geloof in de praktijk

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad


Is medicine losing its way? A firm foundation for medicine as a real therapeia

R.K. KerkLinacre Quarterly, 18 augustus 2017
by Cardinal Willem Jacobus Eijk, archbishop of Utrecht

Is medicine losing its way? This question may seem to imply a serious warning, one needing a further explanation.

What I mean to say by the title of this paper is that we can detect an undeniable shift in medicine in the last forty to fifty years. Medicine used to focus on what we call “health care” in a classical sense, that is, the treatment of people suffering from diseases, injuries or handicaps, or the alleviation of pain and other symptoms. In addition to this, in the last half century, it has begun to offer more and more treatments aiming to perfect the qualities of people who are otherwise healthy.

Full text at the Linacre Quarterly website


De ethiek van het gunnen

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 2 januari 2017
door Andre van Aarle, diaken te Langeraar.

In Nederland moeten vier ouders de macht over een kind kunnen krijgen. Dat schreef de Staatscommissie Herijking Ouderschap onlangs in een advies aan minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD). De afgelopen tijd regende het al reacties in de kranten en op de sociale media. Het valt mij op dat in 2016 een nieuw soort ethiek is ontstaan als het gaat om diepere levensvragen. Dat is de ethiek van het gunnen.

Asociaal of gemeen
Zodra je op levensvragen (meer ouders moeten formele zeggenschap krijgen over een kind – eiceldonatie – draagmoederschap – eigen gekozen levenseinde – homohuwelijk e.d.) een kritisch of christelijk gelovig geluid laat horen met behoorlijke vraagtekens, dan wordt het gesprek al snel doodgeslagen door opmerkingen als: ‘Dat mag iedereen toch zelf weten?’ ‘Gun je het mij (of hun) niet?’ En dat is het. Je wordt aangesproken op het gevoel van gunnen. Gunnen, een dunne bovenlaag. Dan wordt het gesprek dus al lastiger. Want als je een ander iets niet gunt dan ben je asociaal of gemeen. Op iedere belangrijke levensvraag moet eigenlijk het standaard antwoord zijn: “Iedereen mag het zelf weten en ik gun iedereen alles.”

Het ik centraal
En daar wringt nu net de schoen. Nu de ethiek van het christelijk geloof aan het verdwijnen is, verandert er een hoop. Ieder argument dat met God wordt beantwoord, wordt niet serieus genomen. Maar is het christelijke dan zo onredelijk? Nee, absoluut niet. Het christelijk geloof en zeker de katholieke Kerk is wijs en weids. Zij omvat een denken van twintig eeuwen en zo niet langer. Het gaat er in de Kerk niet om dat mensen iets wordt misgund. Integendeel. De Kerk zoekt naar de waarheid en het diepe geluk. Om dat te bereiken dien je geen houding aan te nemen waarin het ik centraal staat.

Het belang van het kind
En dat ik staat ook bij dit onderwerp (het meer-dan-twee-ouderschap) wel centraal. Onder het mom van het belang van het kind drammen mensen hun eigen gelijk door. Maar er is niets in het belang van het kind. Een kind is het meest gebaat bij opgevoed te worden door de natuurlijke vader en moeder.

Man en vrouw zijn wezenlijk verschillend en vullen elkaar aan. Deze verschillen vormen een kind tot volwassen mens. Natuurlijk heeft ieder kind ook te maken met verschillende mensen die meehelpen in de opvoeding en vorming. Denk aan docenten of leidsters van de peuterspeelzalen. Maar ook door scheidingen komen er stiefouders in beeld. Dan nog horen ouders er voor te zorgen dat zij beide de enige ouders zijn met alle verantwoordelijkheden.

Natuurlijke orde
Als verschillende mensen de ouderlijke macht krijgen over het kind, komt er een te forse band voor het kind. Het gaat tegen de natuurlijke orde in en deze orde is er niet voor niets. Er wordt daarmee niet aan het kind gedacht. Zou dat wel zo zijn, dan zou in het geval van meerdere betrokken ‘ouders’ de wet verplichten dat er een gelijkstelling zou komen en al die betrokkenen automatisch juridisch ouder zouden zijn. Maar dat is niet het geval. De volwassenen mogen er voor kiezen. Dus het gaat om de positie die zij claimen.

Willekeur
Een voorbeeld: twee getrouwde mannen willen een kind. Zij hebben een vrouw gevonden die een eitje wil leveren maar niet het kind wil baren. Eén van de mannen levert zijn zaad. Het eitje wordt bevrucht en wordt vervolgens in de baarmoeder van een vrouw in Canada geplaatst omdat zij wel draagmoeder wil zijn. Deze vier mensen kunnen besluiten alle vier ouder te worden, maar het kunnen er ook drie of twee zijn. Het is dus willekeur.

De overdaad aan ouderlijke macht is teveel. Maar ook onnatuurlijk. Wat gebeurt er met het kind als de vier ouders ruzie krijgen en niets met elkaar te maken willen hebben? Door het juridische ouderschap zijn ze toch met elkaar verbonden. En stel dat er nieuwe partners komen? Wat doen we een kind aan. En wat te denken van de toekomst? Als een kind volwassen is en trouwt met iemand die ook vier ouders heeft, dan kunnen zij later voor acht (!) ouders gaan zorgen.

Niet normaal
Maar alle praktische bezwaren opzij gelegd: laten we eerlijk zijn. We voelen ergens aan dat wij allemaal gedwongen worden zaken normaal te gaan vinden die niet normaal zijn. Ja, de norm is dat je voortkomt uit de liefde tussen man en vrouw, je vader en moeder. Alle andere betrokken personen bij de opvoeding kunnen onderling goed geregeld worden.

En als je niet alles in je leven kunt krijgen of zijn hetgeen je zou willen: deal er mee. So be it. Aanvaarden dat niet alles kan en niet alles hoort. Dat is geloof. Als we het dan toch over gunnen hebben: ik gun iedereen rust in het hart en ik gun ieder kind een vader en een moeder en veel lieve andere mensen om zich heen.


Kardinaal Müller: genderideologie zet zich ondemocratisch door

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 27 februari 2016

Kardinaal Gerhard Müller keert zich tegen een “door de staat en ideologie gestuurde mainstreaming”.

De prefect voor de Congregatie van de Geloofsleer bekritiseerde op een bijeenkomst van Communione e Liberazione in Keulen maatschappelijke groepen die zich van de staat bedienen “om door de mogelijkheden van onderwijs, universitaire vorming en de informatie en meningsvorming van de media een overheersende ideologie te bevorderen”. Een dergelijke gelijkschakeling verraadt een “autoritair en totalitair denken”.

Abortus als mensenrecht
Mensen verzetten zich “volledig terecht” tegen een “momenteel dominante ideologie” in media, parlamenten en rechtspraak, aldus de kardinaal. Als voorbeelden van dergelijke ideologieën noemde hij stromingen die abortus als mensenrecht zien of het huwelijk herdefiniëren als om het even welke seksuele gemeenschap.

Rechten en plichten
Volgens Müller vooronderstelt de vrijheid de mogelijkheid volgens het eigen geweten te leven en zich te verzetten tegen onzedelijke bevelen of eisen. De vrijheidsdemocratie berust op de onvoorwaardelijke erkenning van menselijke waardigheid en mensenrechten, die zich ten enen male onttrekken aan de wil van de meerderheid. Democratie betekent niet simpelweg dat de meerderheid ook over moraal en geweten beslist. Democratie betekent veeleer dat parlementaire meerderheid en minderheid gezamenlijk de onaantastbaarheid van de waarde en de natuurlijke rechten en plichten van de mens respecteren.

Onvervreemdbare mensenrechten
Müller eist ook de erkenning van de godsdienstvrijheid, die nooit alleen maar individueel uitgelegd mag worden en een sociale component heeft. Tot de onvervreemdbare mensenrechten hoort ook de vrijheid zich met een gemeenschappelijke belijdenis tot een gemeenschap te vormen en een openbare cultus te vieren. De religieuze of levensbeschouwelijke gemeenschappen mag de gelijkberechtigde deelname aan het openbare leven niet ontzegd worden.

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Wat zegt Paulus VI over het “mindere kwaad”?

Katholiek Nieuwsblad, 19 februari 2016

Paus Franciscus heeft gesuggereerd dat het geoorloofd zou zijn anticonceptie te gebruiken om in door het Zikavirus geteisterde gebieden zwangerschap te voorkomen. Hij deed dat tijdens een vragenrondje voor journalisten op de terugvlucht van Mexico naar Italië.

Op een vraag van een journalist of anticonceptie vanwege het Zikavirus geoorloofd is volgens het principe van het “minste van twee kwaden”, verwees de paus naar zijn voorganger Paulus VI.

Paulus VI
“Wat het “minste kwaad” betreft, het voorkomen van een zwangerschap, spreken wij in termen van het conflict tussen het vijfde en het zesde gebod”, aldus paus Franciscus. “Paulus VI, een groot man, heeft in een moeilijke situatie in Afrika nonnen toegestaan voorbehoedsmiddelen te gebruiken in geval van verkrachting.”

Volgens sommige moraaltheologen is het geoorloofd non-abortieve anticonceptie te gebruiken als voorzorgsmaatregel indien er reëel gevaar van verkrachting is. In dat geval is er sprake van een agressor (de verkrachter, niet het eventueel verwekte kind) en is er geen sprake van een vrijwillige huwelijksdaad.

Humanae Vitae
Omdat er sprake is van een vrijwillige huwelijksdaad, lijkt echter van toepassing wat paus Paulus VI zegt in zijn encycliek Humanae Vitae (1968) over het principe van het minste kwaad: “Evenzo is te verwerpen elke handeling die zich, hetzij voorafgaande aan de huwelijksgemeenschap, hetzij tijdens de voltrekking ervan, hetzij bij het verloop van haar natuurlijke gevolgen, het verhinderen van de voortplanting ten doel zou stellen of als middel zou aanwenden.

Geringer kwaad
En om deze opzettelijk van hun vruchtbaarheid beroofde huwelijksdaden te rechtvaardigen, mag men niet als geldige reden het beginsel aanvoeren, dat een geringer kwaad te verkiezen is; en evenmin dat deze daden één geheel zouden vormen met de voorafgaande of nog volgende vruchtbare daden en zo met deze zouden delen in één en dezelfde morele goedheid.

Want al kan het in werkelijkheid soms geoorloofd zijn een geringer moreel kwaad toe te laten om een groter kwaad te vermijden of om een hoger goed te bevorderen, nooit is het echter geoorloofd, zelfs niet om zeer ernstige redenen, het kwade te doen, opdat het goede daaruit zou volgen: dat wil zeggen, dat men niet positief mag willen, wat in zijn wezen een overtreding van de morele orde betekent en dus mensonwaardig is, ook al bedoelt men daarmee het welzijn van het individu, van het gezin of van de maatschappij te verdedigen en te bevorderen.

Het is dus een volkomen dwaling te menen, dat de opzettelijk van haar vruchtbaarheid beroofde en daarmee van binnen uit onbetamelijke huwelijksdaad krachtens het geheel van een vruchtbaar huwelijksleven zou kunnen worden goedgevonden. (HV 14)