Katholieke Stichting Medische Ethiek
5 juli 2022

Hulp bij zelfdoding toestaan, houdt legalisering euthanasie niet tegen

Katholiek Nieuwsblad, 4 maart 2022
door kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, bisschop-referent voor medisch-ethische kwesties en lid van de Pauselijke Academie voor het Leven

Een Italiaans wetsontwerp voor de legalisering van medische hulp bij zelfdoding, riep de vraag op of de Kerk zo’n wet niet zou moeten steunen, om zo legalisering van euthanasie te kunnen voorkomen. Dat is echter een utopie: er is geen significant moreel verschil tussen de twee.

Bij (vrijwillige) euthanasie dient de arts door middel van een injectie of een infuus een dodelijke dosis geneesmiddelen toe om het leven van de patiënt op diens eigen verzoek te beëindigen. Men spreekt van hulp bij zelfdoding, wanneer de patiënt zelf een dodelijke dosis geneesmiddelen inneemt, die door zijn arts is voorgeschreven met het doel hem in staat te stellen een einde aan zijn leven te maken. In het eerste geval verricht de arts de levensbeëindigende handeling, in het tweede geval de patiënt zelf.

Intrinsiek kwaad

Zowel bij euthanasie als bij medische hulp bij zelfdoding neemt de patiënt zelf het initiatief om zijn leven te (doen) beëindigen, wat impliceert dat hij in beide gevallen dezelfde verantwoordelijkheid voor zijn dood draagt.

Bij euthanasie is het de arts die de levensbeëindigende handeling verricht, die intrinsiek kwaad is. Bij zelfdoding met medische hulp werkt de arts mee aan de beëindiging van het leven van de patiënt. Omdat hij de intentie van de patiënt om zijn leven te beëindigen deelt, is zijn medewerking formeel (en niet materieel).

Dezelfde morele verantwoordelijkheid

Formele medewerking aan een intrinsiek slechte daad is op zichzelf intrinsiek kwaad. Er is dus geen significant moreel verschil tussen medische hulp bij zelfdoding en euthanasie, noch van de kant van de patiënt, noch van die van de arts. Beiden dragen in beide gevallen dezelfde morele verantwoordelijkheid. Het enige verschil is misschien dat medische hulp bij zelfdoding voor de arts psychisch minder belastend is dan euthanasie.

Wanneer men medische hulp bij zelfdoding zou toestaan, dan is men gedwongen om ook euthanasie toe te staan. Het is zinloos te stellen dat men door in te stemmen met de legalisering van medische hulp bij zelfdoding de legalisering van euthanasie zou kunnen voorkomen. Omdat het morele verschil tussen beide niet significant is, zou automatisch de weg vrijgemaakt worden voor het legaliseren van euthanasie.

Zouden we in dit geval paragraaf 73 van de encycliek Evangelium Vitae van paus Johannes Paulus II toe kunnen passen, waarin hij schrijft: “Een bijzonder gewetensprobleem kan zich voordoen in de gevallen waarin een parlementaire stemming beslissend zou zijn voor het aannemen van een strengere wet, bedoeld om het aantal legale abortussen te beperken, in plaats van een wet die meer toelaat, wanneer die reeds zou zijn aangenomen of ter stemming gereed zou liggen. […] In een geval als het juist genoemde, wanneer het niet mogelijk is een abortuswet af te wenden of volledig af te stemmen, zou het een afgevaardigde, wiens persoonlijke absolute tegenstand tegen abortus duidelijk en aan iedereen bekend gemaakt was, geoorloofd kunnen zijn wetsvoorstellen te steunen die ten doel hebben de schade te beperken van zo’n wet en die de negatieve effecten op het gebied van de cultuur en de openbare moraal verminderen.” Paus Johannes Paulus II kwalificeert dit niet als een ongeoorloofde vorm van medewerking aan een onrechtvaardige of onvolmaakte wet.

Volgende logische stap

Maar stemmen voor een wet die medische hulp bij zelfdoding toestaat, impliceert geenszins een rem op het legaliseren van euthanasie. De hierboven vermelde paragraaf uit Evangelium Vitae is dus niet van toepassing op deze kwestie. Integendeel, legalisering van medische hulp bij zelfdoding maakt automatisch de weg vrij voor legalisering van euthanasie als de volgende logische stap. Want er bestaat geen significant moreel verschil tussen deze twee.


Geen moreel verschil tussen hulp bij zelfdoding en euthanasie

No significant moral difference exists between medically assisted suicide and euthanasia

RKKerk.nl, 24 februari 2022

by Willem Jacobus Cardinal Eijk, archbishop of Utrecht, Responsible for medical-ethics questions on behalf of the Dutch Bishops’ Conference and member of the Pontifical Academy for Life

In the case of (voluntary) euthanasia the physician administers by way of an injection or a drip a lethal dose of drugs in order to terminate the life of the patient at his request. One speaks of medically-assisted suicide, when the patient himself takes a lethal dose of drugs, prescribed intentionally by his physician in order to enable the patient to terminate his life. In the first case the physician performs the life terminating act, in medical-assisted suicide the patient himself performs the act which terminates his life.

In euthanasia as well as in medically-assisted suicide the patient takes the initiative to (make) terminate his life, which implies that he in both cases bears the same responsibility for his death. In euthanasia it is the physician who performs the killing act, which is intrinsic evil. In medically-assisted suicide the physician cooperates in terminating the patient’s life. Because he approves of the patient’s intention to end his life, his cooperation is formal (and not material). Formal cooperation in an intrinsically evil act is in itself intrinsic evil. Consequently, there is no significant moral difference between medically-assisted suicide and euthanasia, neither from the patient’s side, nor from that of the physician. Both bear the same moral responsibility in euthanasia as well as in medically-assisted suicide. The only difference is perhaps that medically-assisted suicide brings about less psychic tensions for the physician that euthanasia.

When one would allow medically-assisted suicide, one is confined to also allow euthanasia. Stating that by agreeing with the legislation of medically-assisted suicide one could prevent the legislation of euthanasia makes no sense. One would simply and automatically pave the way for legalizing euthanasia, because the ethical difference between both is not significant.

Would it be possible to apply to this case paragraph 73 of John Paul II’s encyclical Evangelium vitae, in which he writes: “A particular problem of conscience can arise in cases where a legislative vote would be decisive for the passage of a more restrictive law, aimed at limiting the number of authorized abortions, in place of a more permissive law already passed or ready to be voted on … in a case like the one just mentioned, when it is not possible to overturn or completely abrogate a pro-abortion law, an elected official, whose absolute personal opposition to procured abortion was well known, could licitly support proposals aimed at limiting the harm done by such a law and at lessening its negative consequences at the level of general opinion and public morality.” Pope John Paul II does not qualify this as an illicit form of cooperation in an unjust or imperfect law.

However, voting for a law by which medically-assisted suicide is allowed by no means implies a restriction to legalizing euthanasia. So the paragraph of Evangelium vitae, mentioned above, is not applicable to this case. On the contrary, legalizing medically-assisted suicide automatically paves the way for legalizing euthanasia as the next logical step. For no significant moral difference exists between medically-assisted suicide and euthanasia.

Cardinal Eijk comments the position of two other members of the Pontifical Academy for Life, as pointed out in the National Catholic Register and La Vita Cattolica


Ook hulp bij zelfdoding legaliseren schendt de beschermwaardigheid van het leven

Katholiek Nieuwsblad, 18 februari 2022
door broeder René Stockman, generaal overste van de Broeders van Liefde

Het legaliseren van hulp bij zelfdoding wordt soms voorgesteld als een ‘minder kwaad’, dat legalisering van euthanasie kan helpen voorkomen. Bij die redenatie kunnen flinke vraagtekens worden gezet.

In Italië waaide de laatste weken een onheilspellende wind. Er werden pogingen ondernomen om de legalisering van hulp bij zelfdoding via referendum te forceren. Op 15 februari werd dit echter door het grondwettelijk hof afgevoerd. Velen, waaronder de woordvoerders van de Italiaanse Kerk, waren opgelucht.

De zaak is echter nog helemaal niet van de baan, want in het parlement werkt men verder aan een wetsvoorstel om hulp bij zelfdoding alsnog te legaliseren.

Gebotst met de wet

De hele beweging startte met de zaak van Fabiano Antoniani. Hij raakte na een verkeersongeval in 2014 volledig verlamd en blind en zocht tevergeefs naar wegen om zijn leven te beëindigen. Uiteindelijk trok hij naar Zwitserland om daar onder begeleiding zelfdoding te kunnen plegen.

De begeleider, Marco Cappato, is lid van een vereniging die legalisering van hulp bij zelfdoding promoot. Hij werd als medeplichtige in staat van beschuldiging gesteld, maar uiteindelijk vrijgesproken: hij zou hebben gehandeld in lijn met een wens tot zelfdoding die volledig autonoom en vrij was genomen. Dit botste met de wet die in Italië zowel euthanasie als hulp bij zelfdoding strafbaar stelt.

Daarop werd vorig jaar een referendumaanvraag ingediend, om te peilen of ook in Italië de tijd rijp is om euthanasie te legaliseren. Met steun van meer dan 750.000 handtekeningen werd dan eind december 2021 binnen het parlement een verzoek ingediend om in eerste instantie de mogelijkheid tot legalisering van hulp bij zelfdoding te bestuderen. Dat is nu voorlopig on hold geplaatst.

‘A’ en ‘b’ zeggen

Het een lijkt de weg te moeten openen voor het ander. Euthanasie onder bepaalde voorwaarden legaliseren lijkt in Italië nog te ver gaan, dus wordt gepoogd een opening te creëren om eerst hulp bij zelfdoding erdoor te krijgen.

De volgende stap zal dan echter ook heel gemakkelijk kunnen worden gezet, want wie ‘a’ zegt, zegt in dit geval ook al ‘b’. Tenslotte gaat het in beide gevallen om het doden van een mens en dus schending van de beschermwaardigheid van het leven, al zijn de omstandigheden verschillend en zullen ook andere voorwaarden gelden.

Een minder kwaad

Natuurlijk kwamen er meteen reacties. Zo ook in het jezuïetentijdschrift La Civiltà Cattolica. Dat is wel niet de officiële spreekbuis van de Kerk in Italië, maar wordt volgens insiders toch wel gecontroleerd door het Vaticaans Staatssecretariaat.

De stellingname van pater Carlo Casolone s.j., oud-provinciale overste en zelf geneesheer, riep verwondering op en er kunnen ernstige vragen bij worden over gesteld. Hij schreef dat men misschien toch de hulp bij zelfdoding als een minder kwaad kan beschouwen dan euthanasie, en dat het daarom beter zou zijn dit wetsvoorstel te steunen om te voorkomen dat men de stap naar legalisering van euthanasie zou zetten.

Kiezen voor het minste kwaad is natuurlijk plausibel, als het niet gaat over daden die als intrinsiek kwaad moeten worden bestempeld. Maar daarover gaat het bij zowel zelfdoding als euthanasie wel.

Dat is geen veroordeling van mensen die zelfmoord plegen of hun leven beëindigen met euthanasie. Vanuit de geestelijke gezondheidszorg weten we dat mensen soms zozeer ontredderd kunnen zijn dat ze geen andere uitweg meer zien dan zelfdoding. En ook bij euthanasie begrijp ik dat het lijden mensen zodanig kan treffen dat ze hun situatie als uitzichtloos zien.

Uitzichtloosheid doorbreken

Maar het is juist aan de hulpverleners om in zulke gevallen met de betrokkenen te zoeken naar hoe men de uitzichtloosheid kan doorbreken, en te proberen opnieuw perspectief te bieden. Dat is bij mensen die zelfdoding overwegen normaal ook wat men in therapie probeert, terwijl men bij hulp bij zelfdoding juist een heel andere ‘helpende’ hand uitsteekt… De tegenstelling is eigenaardig, maar dit terzijde.

De eigenlijke vraag is of er zoveel verschil bestaat tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding. Bij beide wordt de dood kunstmatig veroorzaakt, en dat rechtstreeks of onrechtstreeks met de hulp van een derde die een middel ter beschikking stelt of zelfs – bij euthanasie – toedient. De uitkomst is dezelfde. Hier spreken van een minder kwaad om een groter kwaad te voorkomen, gaat volgens mij helemaal niet op.

Wanneer de Kerk weigert mee te stappen in de discussie en zich blijft verzetten tegen iedere vorm van kunstmatig beëindigen van het leven, dreigt zij volgens Casolone aan de zijlijn te belanden, en ontneemt zij zichzelf de mogelijkheid om eventueel tot een ethisch compromis te komen. Maar is binnen de huidige context een ethisch compromis wel mogelijk? Wijkt de Kerk dan niet fundamenteel af van wat zij tot nu toe als niet-onderhandelbaar beschouwde: eerbiediging van de absolute beschermwaardigheid van het leven van de conceptie tot de natuurlijke dood?

Moeten we niet juist aan de zijlijn gaan staan en blijven herhalen dat de huidige trends de gemeenschap helemaal niet dienen? Zij zijn eerder nefaste gevolgen van een steeds verdergaand individualisme, dat de beschermwaardigheid van het leven vervangt door een absolute zelfbeschikking, waaraan niet meer getornd kan worden. Daarmee wordt het edelste van de mens, zijn leven zelf, ondergeschikt gemaakt en zelfs opgeofferd.

Hellend vlak

Laten we voorzichtig zijn en ons verweren, om niet meegezogen te worden door deze logica. De bereidheid om na te denken of hulp bij zelfdoding in bepaalde omstandigheden niet toch een uitweg is, is een valkuil, waarbij we belanden op een hellend vlak richting de uiteindelijke relativering van de beschermwaardigheid van alle leven. Wie ‘a’ zegt, zal hier onwillekeurig ook ‘b’ zeggen.


Met de zegen van de atheïst ‘De paus verzet zich terecht tegen euthanasie’

Katholiek Nieuwsblad, 12 november 2021
door Francesco Paloni

Hij heeft soms meer gemeen met katholieken dan met zijn mede-atheïsten. Humanist Kevin Yuill geeft de paus zelfs zijn zegen in de strijd tegen het legaliseren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. “‘Gij zult niet doden’ is ook voor atheïsten relevant.’”

Kevin Yuill, 59 jaar oud, een vlotte Brit met een goed gevoel voor humor, is niet bepaald het kerkvijandige type dat je zou verwachten wanneer je iemand interviewt die het bestaan van God ontkent. Natuurlijk, de hoofddocent aan de Universiteit van Sunderland is het op sommige punten niet eens met de Kerk. Maar als het gaat om euthanasie, is de universiteitsdocent het stellig eens met de paus: “Ik geloof dat euthanasie en hulp bij zelfdoding hetzelfde zijn als zelfmoord.” Aan de rechterkant van de bank waarop Yuill plaatsneemt tijdens het interview, in de gang, hangt een grote houten kruis aan de muur. Het lijkt de docent moderne Amerikaans geschiedenis totaal niet te storen. “Weetje, ik vind het heel erg wanneer de katholieke Kerk wordt aangevallen”, zegt hij. “Ja, er zijn slechte priesters. Dat is normaal en daar is volgens mij ook een verklaring voor. Maar dat maakt het gehele instituut niet slecht.”

Yuill verblijft zes weken in Nederland als gastonderzoeker aan de PThU in Groningen, waarbij hij samen met de christelijke ethici Theo Boer en Stef Groenewoud op zoek gaat naar gedeelde moraliteit in de samenleving. In de afgelopen dagen heeft hij een paar “grappige” Nederlandse woorden opgepikt, vertelt hij, die hij ondanks zijn Engelse accent zo goed mogelijk probeert uit te spreken. Woorden als “gidsland”, de term die wordt gebruikt om aan te geven dat Nederland voorop loopt met de legalisering van euthanasie.

Dat had volgens u nooit zover mogen komen. Hoe kan een overtuigde atheïst dat zeggen?

“Het is verkeerd om te zeggen: er is hier een groep mensen die we toestaan om zelfmoord te plegen en die we van de richel afduwen. En tegen de andere groep zeggen we: we gaan je verhinderen om zelfmoord te plegen. Als je kijkt naar het strafrecht, is het even erg om een 86-jarige te vermoorden die geen waarde hecht aan zijn leven, als een 26-jarige te doden. Waarom zou dit anders moeten zijn bij zelfmoord? Als je accepteert dat euthanasie zelfmoord is, zou j e het beschikbaar moeten stellen voor iedereen, of anders voor niemand.”

Daar zou een voorstander van euthanasie tegen inbrengen dat het niet gaat om zelfmoord, maar dat het vooral draait om het recht op zelfbeschikking.

“Waarom geldt die zelfbeschikking dan niet voor iedereen? Dat is het probleem in Nederland. Men begon met het legaliseren van euthanasie voor terminaal zieke patiënten. Later besloot men dat ook dementie een marteling kon zijn voor iemand. Vervolgens ging men ook kijken naar geestelijke ziektes… Als je euthanasie beschouwt als een goede daad en als een medische handeling, hoe kan je het dan verbieden voor een 24-jarige die ondraaglijk lijdt omwille van het verlies van de liefde van zijn leven?”

Een ander veelgehoord argument voor euthanasie, is dat het zou gaan om een daad van barmhartigheid. Vooral in gevallen waar sprake is van ondraaglijk en medisch uitzichtloos lijden.

“Het gaat volgens mij niet zozeer om fysieke pijn, die kunnen we tegenwoordig heel goed verlichten. In landen waar euthanasie legaal is, is fysieke pijn niet een van de voornaamste redenen waarom mensen euthanasie plegen. Het gaat om existentiële pijn.

Neem de bejaardenhuizen in Engeland. Mensen die daar werken, zijn vaker tegen het legaliseren van euthanasie en hulp bij zelfdoding dan andere groeperingen. Ze zien mensen sterven en zien dat dat voor het overgrote deel op vredige wijze gebeurt. Mijn vader is onlangs overleden. Ik kon daar helaas niet bij aanwezig zijn omwille van de pandemie, maar heb het via Zoom kunnen volgen. Hij stierf vredig. Hij kreeg morfine toegediend en lag er relatief comfortabel bij. Had hij een goede reden om eerder een einde aan zijn leven te willen maken? – ja. Hij leed aan een ontsteking die ook zijn brein had aangetast. Maar hij heeft een goede dood gehad. Barmhartigheid staat niet gelijk aan iemand vermoorden.”

Yuill dankt zijn kritische kijk op euthanasie aan een traumatische ervaring uit zijn tienerjaren. Toen hij 18 jaar oud was, pleegde een van zijn vrienden zelfmoord. De schokkende gebeurtenis zette hem aan het denken.’Tk zag de familieleden en dierbaren die zoveel verdriet hadden”, zegt hij. “We konden hem vergeven, maar uiteindelijk had hij iets verschrikkelijks gedaan.”

Tijdens het verwerkingsproces verdiepte Yuill zich verder in het thema. Hij ontdekte dat de Franse socioloog Emile Durkheim (1858 – 1917) gelijk had. Die vond weliswaar dat een individu goede redenen kan hebben om zelfmoord te plegen, maar dat de gemeenschap zelfmoord niet mag tolereren omdat het om geweld tegen de persoon gaat.

“Als gemeenschap voelen we ons genoodzaakt om onze leden te beschermen tegen geweld”, zegt Yuill. “Waarom zou dit anders moeten zijn bij zelfmoord? Als ik kijk naar euthanasie, zeg ik: ‘Ik begrijp datje overstuur of depressief bent.’ Maar als mens denk ik dat er altijd een deel in die persoon is, dat geen euthanasie zou willen.”

In Europa en daarbuiten kiezen steeds meer landen voor het (verder) legaliseren van euthanasie. Speelt de verdwijnende rol van het christendom hierbij een rol?

“Er is een postkatholiek perspectief, dat volgens mij goede elementen bevat. Zo ben ik in bepaalde gevallen voorstander van het legaliseren van abortus, hoewel ik het persoonlijk als iets slechts beschouw. Maar je kan niet alles van het katholieke geloof afwijzen. ‘Gij zult niet doden’ is ook voor atheïsten relevant.
Het probleem van tegenwoordig is dat mensen niet goed genoeg nadenken. De discussie is erg oppervlakkig: ‘Deze persoon die graag waardig wil sterven, moet niet door religieuze gekken gestopt worden.’ En iedereen is het daarmee eens. Ik zeg: ‘Wees voorzichtig met watje wenst.’”

De Kerk is heel duidelijk over euthanasie. Recentelijk sprak paus Franciscus in dat kader over een “wegwerpcultuur”. Eerder signaleerde paus Johannes Paulus II de opmars van een “cultuur van de dood”. Kunt u hier zich als atheïst in vinden?

“Ik ben het op veel punten eens met de Kerk. Sommige van mijn mede-atheïsten vinden gelovigen dom. Daar ben ik het niet mee eens. De paus is een zeer intelligente man, die goed geadviseerd wordt. Hij herkent dezelfde zaken waar ik het over heb, namelijk: de opkomst van een cultuur van narcisme vanaf de j aren zeventig. Je ziet daarbij de wereld als een spiegel van je eigen gevoelens, los van de geschiedenis en de anderen. De Kerk begrijpt dat. We hebben een gemeenschappelijke zorg. Misschien ben ik het niet eens met de onderbouwing ervan, maar ik vind dat mensen zingeving nodig hebben in hun leven. Het probleem is dat ze, wanneer ze zich afkeren van religie, hun bestaan in het universum niet meer kunnen begrijpen. Wanneer je religie loslaat, moetje op zoek naar zingeving, naar iets wat groter is dan jezelf.”

Toch neemt de invloed van het christendom steeds meer af. Wat zou u ervan vinden als de Kerk ooit zou verdwijnen?

“Dat zou verschrikkelijk zijn. Ik geloof dat mensen zelf mogen kiezen of ze geloven of niet. Maar ik stel ook andere krachten op prijs, die begrijpen wat de mensheid is en ook een zeker gevoel voor het heilige hebben. Alle Kerken spreken over de ziel. Daar hou ik van. Wij hebben allemaal een ziel en zijn in moreel opzicht gelijk. Dat is specifiek aan het christendom te danken. Ik hou van kerkgebouwen, van de muziek, het maakt allemaal deel uit van het genie van de mens. Jij schrijft het toe aan God, ik aan de mens. We zijn in dat opzicht bondgenoten. De katholieke Kerk draagt veel belangrijke waarden uit. Ik heb meer met sommige katholieken gemeen dan met verstokte atheïsten.”

Dus u gaat binnenkort op audiëntie bij de paus?

Hij spreekt zich duidelijk uit tegen de legalisering van euthanasie. Als atheïst geef ik hem mijn zegen.”

Kevin Yuill is universitair hoofddocent moderne Amerikaanse geschiedenis aan de University of Sunderland. Hij werd als atheïst en humanist onder meer bekend door zijn boek Assisted Suïcide: The Liberal, Humanist Case against Legalisation.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Geografische verschillen in euthanasiegevallen in Nederland

British Medical Journal Supportive & Palliatieve Care, januari 2021

De Nederlandse onderzoekers Groenewoud en Boer publiceren in de BMJ gegevens waaruit blijkt dat er spreiding is in het aantal nieuwe euthanasiegevallen tussen de verschillende postcodegebieden.


Kardinaal Eijk over aangekondigde regeling euthanasie bij kinderen: ‘Maak de cirkel niet rond’

RKKerk.nl, 23 oktober 2020
door Willem Jacobus kardinaal Eijk, referent voor medische ethiek namens de Nederlandse bisschoppenconferentie

Euthanasie bij kinderen

De Euthanasiewet bepaalt dat een arts die euthanasie verricht, of hulp bij suïcide verleent, niet gerechtelijk kan worden vervolgd en gestraft als hij aan een aantal zorgvuldigheidsvereisten voldoet. Hij moet verifiëren of het verzoek daadwerkelijk vrijwillig en duurzaam is. Voorts moet het lijden van de patiënt uitzichtloos zijn en ondraaglijk. Uitzichtloos betekent dat er geen alternatieve behandeling meer beschikbaar is om het lijden te verminderen. Dat het lijden ondraaglijk is, wordt vooral door de patiënt zelf aangegeven.

De Euthanasiewet is van toepassing vanaf de leeftijd van 12 jaar. Tussen 12 en 16 jaar is de toestemming van de ouders vereist voor euthanasie. In de leeftijdsklasse van 16 tot 18 jaar hoeven de ouders alleen te worden geraadpleegd, maar is hun toestemming niet vereist.

Bij ongeborenen is de beëindiging van de zwangerschap en daarmee van het leven van het kind volgens de Abortuswet mogelijk tot een zwangerschapsduur van 24 weken, het moment waarop het kind geacht wordt ook buiten de baarmoeder levensvatbaar te zijn.

Voorts is er een landelijke regeling (Aanwijzing vervolgingsbeslissing inzake late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen), die onder bepaalde voorwaarden abortus provocatus toestaat bij een zwangerschapsduur van meer dan 24 weken. Diezelfde regeling biedt ook mogelijkheden tot actieve levensbeëindiging van ernstige zieke of gehandicapte pasgeborenen tot een leeftijd van 1 jaar.

En bij kinderen tussen 1 en 12 jaar?

Er is echter geen regeling die actieve levensbeëindiging mogelijk maakt bij kinderen in de leeftijdscategorie van 1 tot 12 jaar. Het kabinet heeft hier onderzoek naar laten verrichten. Het betreffende onderzoeksrapport beveelt verbetering van palliatieve zorg aan en verbetering van de kennis hiervan bij kinderen tussen 1 en 12 jaar (en ook hun ouders). Bij goede palliatieve zorg kan het lijden in verreweg de meeste gevallen adequaat worden behandeld. Het rapport stelt echter dat in wellicht 5 tot 10 gevallen per jaar palliatieve zorg niet voldoende is. Het gaat om kinderen die ernstig ziek zijn en binnen afzienbare tijd zullen sterven. In deze gevallen zouden mogelijkheden moeten worden gecreëerd voor kinderartsen om het leven van deze kinderen actief te beëindigen, zonder gerechtelijk te worden vervolgd en gestraft.

De Minister voor Gezondheidszorg, Hugo de Jonge, heeft mede namens de Minister Van Justitie en veiligheid op 13 oktober 2020 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin kondigt hij aan dat hij in overleg met het Openbaar Ministerie en de beroepsgroep (kinderartsen) een regeling zal ontwerpen, waardoor kinderartsen die euthanasie verrichten of het leven beëindigen bij kinderen met een uitzichtloos en ondraaglijk geacht lijden, die naar verwachting binnen afzienbare tijd zullen overlijden, onder bepaalde voorwaarden niet strafwaardig zijn.

De gedachte die aan deze regeling ten grondslag ligt, is dezelfde als die bij de Euthanasiewet en de Aanwijzing vervolgingsbeslissing late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeboren. De arts die aan de gestelde zorgvuldigheidsvereisten voldoet, wordt geacht te hebben gehandeld uit overmacht (art. 40 van het Wetboek van strafrecht). De overmacht bestaat hier in een conflict tussen de plicht van de arts om het leven van de patiënt te beschermen en naar vermogen te behouden en anderzijds zijn plicht om barmhartigheid te betonen en het lijden van de patiënt te verminderen of weg te nemen. Als het laatste alleen mogelijk is door het leven te beëindigen, handelt de kinderarts uit overmacht, zo is de gedachte, en is hij niet strafwaardig. Euthanasie of levensbeëindiging blijft dus op zich strafbaar. Het gaat in de nieuw te ontwerpen regeling, evenals bij de euthanasiewet en de regeling voor late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeboren, om een strafuitsluitingsgrond voor de arts.

Een regeling voor euthanasie bij kinderen ontwerpen of niet?

Als deze regeling een feit zal zijn, dan kan het leven van mensen vanaf de conceptie op elke leeftijd onder voorwaarden door artsen worden beëindigd zonder dat zij strafwaardig zijn. Dan is de cirkel rond. Het menselijk leven is echter vanaf de conceptie een essentiële waarde. De waarde ervan kan daarom niet worden afgewogen tegen iets anders, zoals een ernstige vorm van lijden door ziekten of handicaps ook niet als het gaat om kinderen. Levensbeëindiging is daarom geen geoorloofd middel om aan het lijden een einde te maken.

Uiteraard moeten artsen wel iets aan het lijden van het kind doen. Het kabinet beveelt op de eerste plaats palliatieve zorg aan. Dit is een zorg gericht op de gehele persoon van het kind, medisch, psychologisch en pastoraal. Het bieden van deze zorg door kinderartsen, verpleegkundigen, pastores, familieleden en vrijwilligers tot het natuurlijk levenseinde wordt een morele plicht genoemd in Samaritanus bonus (nr. 6), een document over euthanasie dat de Congregatie voor de Geloofsleer op 14 juli 2020 heeft uitgebracht. Het ontwerpen van de nieuwe regeling die minister De Jonge aankondigt, roept de volgende vraag op: zal het creëren voor mogelijkheden van actieve levensbeëindiging bij kinderen het zoeken naar verbetering van palliatieve zorg misschien niet ontmoedigen, omdat actieve levensbeëindiging een effectievere oplossing lijkt?

Voorts moet worden gewezen op de glijdende schaal die in de Nederlandse euthanasiediscussie waarneembaar is. Aan het begin van de jaren ’80 werd euthanasie in de terminale fase van een lichamelijke ziekte acceptabel geacht. Later ook vóór de terminale fase. In de jaren ’90 vond euthanasie ook toepassing bij psychiatrische aandoeningen en dementie. Vanaf het begin van deze eeuw werd levensbeëindigend handelen toegepast bij gehandicapte pasgeborenen (kinderen vanaf de geboorte tot de leeftijd van 1 jaar). En binnenkort dus ook bij kinderen van 1 tot 12 jaar.

Wie actieve levensbeëindiging verricht wegens een bepaalde vorm van lijden, laat het principe los dat het leven een essentiële waarde is. Daardoor zal men steeds weer voor de vraag staan of levensbeëindiging bij een mindere vorm van lijden ook toepassing zou moeten kunnen vinden. De geschiedenis van de euthanasiediscussie in de laatste veertig jaar laat zien dat de criteria voor het verrichten van euthanasie steeds verder zijn opgerekt. Zal hetzelfde op termijn niet gebeuren ten aanzien van euthanasie bij kinderen?

Kortom, maak de cirkel niet rond. Zet die laatste stap niet, waardoor euthanasie toepasbaar wordt op alle leeftijden. Mogelijk vergis ik me en is dit misschien niet de laatste stap op het gebied van de euthanasie, maar zou die weer tot verdere stappen kunnen leiden.


Brief Levensbeeindigend handelen kinderen 1-12 jaar

Minister Hugo de Jonge heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij een regeling voor levensbeëindiging (euthanasie) bij kinderen van 1 tot 12 jaar aankondigt. Voor kinderen onder de 1 jaar en kinderen ouder dan 12 jaar waren er al regelingen.


Waarom een leven nooit voltooid is

De Sleutel, Bisdomblad van het Bisdom Roermond, Jaargang 47 / Najaar 2020, p. 22-23
door dr. Lambert Hendriks, moraaltheoloog, voorzitter Katholieke Stichting Medische Ethiek

Het euthanasiedebat is in de coronacrisis nogal verstild, maar laait af en toe weer op. Recent is dat de discussie om euthanasie mogelijk te maken bij een leven dat als ‘voltooid’ wordt beschouwd. Dat is een interessant gegeven, want wat is een voltooid leven?

De voltooiing van het leven is voor gelovige mensen een bekende uitdrukking, maar dan als iets dat we op aarde nooit kunnen bereiken. Een voltooid leven is een leven dat zijn vervulling vindt bij God. Dan is het af en is er niets dat een mens nog gelukkiger kan maken. Maar zolang we leven, hebben we die volmaaktheid niet bereikt en kunnen we ook niet voorzien of er nog iets is dat ons leven rijker kan maken.

Wie naar de reden kijkt waarom mensen in zulke gevallen om euthanasie vragen, ontdekt dat het niet zozeer gaat om de ervaring dat het leven voltooid is. Meestal hebben deze mensen geen fut meer om het leven aan te kunnen. Ze zijn letterlijk ‘levensmoe’. Hun leven is niet voltooid, maar ze hebben er geen zin meer in. Of preciezer gezegd: het ontbreekt aan zin. Mensen kunnen dan geen antwoord meer geven op de vraag: ‘wat is eigenlijk de zin van mijn bestaan?’

Behalve dat mensen de vraag naar de zin van hun leven steeds moeilijker kunnen beantwoorden, doet zich een nog veel interessanter fenomeen voor. Het lijkt er namelijk op dat mensen de vraag naar de zin van het leven niet eens meer stellen. Terwijl dit eeuwenlang de meest tot de verbeelding sprekende vraag is geweest. Niet alleen grote filosofen, maar ook gewone mensen hebben zich steeds afgevraagd: waarom leef ik? Waartoe ben ik op aarde?

Wie de vraag naar de zin van het leven niet meer stelt, kan het leven al snel zinloos vinden. Dan is het ook begrijpelijk dat mensen ongelukkig worden en dingen zeggen als: “Ik heb niet zelf kunnen kiezen dat ik geboren werd, maar ik wil minstens zelf kunnen kiezen wanneer ik sterf.” Het leven wordt dan beschouwd als een last die je overkomt. Deze visie is duidelijk het gevolg van het ontbreken van zingeving.

Een verklaring hiervoor zou de toegenomen welvaart kunnen zijn. Geluk wordt steeds meer vertaald in termen van materiële voorspoed. Eeuwenlang werd een goed leven geassocieerd met een goed karakter en goed doen aan anderen. Nu draait het om bezit en welbevinden. De economie is een bijna alles bepalende factor geworden en het lijden wordt nauwelijks nog verdragen.

Het is natuurlijk prima dat we proberen om lijden of tegenslag terug te dringen. Maar het is een utopie om te veronderstellen dat het leven alleen maar uit voorspoed zou kunnen bestaan. Het verdwijnen van pijn en lijden is namelijk iets dat we juist in het eeuwig leven verwachten. Ons leven hier wordt altijd getekend door onvolmaaktheid en zwakte. Maar in de westerse wereld is het idee ontstaan dat we pas een goed leven hebben als het ons in materiële zin goed gaat. Pijn en lijden worden dan ook op ditzelfde materiële niveau getrokken. Mensen spreken met hun arts op een manier alsof ze recht zouden hebben op zware medicatie en pijnstillers. Geluk wordt op zo’n manier een heel oppervlakkig gegeven, dat daardoor ook heel kwetsbaar is. Wat er dan ontbreekt, is de ervaring dat het leven om veel meer draait dan om welvaart en voorspoed. De waarde van het leven ligt zelfs juist helemaal niet op dat vlak.

Die waarde ligt verborgen in het leven zelf in de vrije wil die we hebben om zelf iets van ons leven te maken en niet in de voorspoed die iemand al dan niet kan ervaren. De vraag naar euthanasie is er daarom een van onmacht. Wie moe is van het leven en niet bereid is om op een andere manier naar zichzelf en zijn leven te kijken, voor hem is euthanasie een uitweg. Daarbij hoeft de vraag naar het ‘waarom’ opeens niet meer beantwoord te worden. In de ogen van veel mensen is euthanasie een oplossing, omdat er dan geen lijden meer gedragen hoeft te worden. Maar ook, omdat je geen antwoord meer hoeft te geven op de vraag wat je met je leven wil, wanneer je het als ‘voltooid’ beschouwt.

Euthanasie doet geen recht aan de waarde van een mensenleven. Wanneer mensen moeite hebben met het vinden van zingeving, dan moeten ze geholpen worden om de waarde van hun leven opnieuw te ontdekken. Vooral door liefdevolle aandacht van andere mensen. Juist het ontbreken daarvan, blijkt vaak de reden om een leven dan maar als ‘voltooid’ te beschouwen. Een einde maken aan het leven doet geen recht aan het geschenk van het leven dat we hebben gekregen. En ook niet aan de vrijheid die God ons gegeven heeft om in bepaalde mate onze weg naar het geluk zelf vorm te geven. Van het streven naar een goede economie zouden we daarom de stap moeten durven zetten naar het streven om de mogelijkheden voor mensen om zich te ontplooien en de zin van hun leven te ontdekken te verwezenlijken.

Door coronacrisis zijn mensen over de hele wereld anders aan gaan kijken tegen het leven, zeker in de westerse wereld. Hier draaide immers alles vooral om welvaart en juist die heeft het zwaar te verduren. Opeens ontdekten mensen de grote waarde van een minder hectisch leven, van meer tijd voor reflectie en van gezondheid als zodanig. Terwijl we eraan gewend waren geraakt dat zelfs gezondheid tot op zekere hoogte met geld gekocht kan worden, was opeens duidelijk dat dit een bijzonder waardevol goed is, waarvan je voor een bijzonder grot deel gewoon afhankelijk bent.

Precies deze afhankelijkheid is iets waar de moderne mens helemaal niet meer aan gewend is. Het afhankelijk worden, is zelfs vaak een motivatie om te kiezen voor euthanasie. Ondanks het actuele euthanasiedebat overheerst bij de meeste mensen de wil om te leven. Dat gaat hand in hand met het verlangen naar een goed, geslaagd leven. ‘Gelukkig zijn’ blijft daarmee het doel van iedere mens. Hoe belangrijk is het dus dat de mens in staat wordt gesteld om deze levenszin te verwerkelijken. Als alle inspanningen daarop gericht zijn, wordt ook voorkomen dat iemand bij vergissing zijn leven als voltooid beschouwt.

Juist wie met lijden te maken krijgt, ontdekt vaak dat de waarde van het leven niet ligt in voorspoed, maar in dat wat niemand van hem afpakken kan: het feit dat hij een mens is. Een mens, die weliswaar geroepen is tot een voltooid leven, maar dan een volmaakte voltooiing in Gods vaderhuis.


Kardinaal Eijk reageert op uitspraak Hoge Raad over euthanasie bij demente vrouw

‘Ik vrees dat deze uitspraak niet zal leiden tot een daling in het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij suïcide’, zegt kardinaal Eijk in een reactie op de recente uitspraak van de Hoge Raad in de zaak van euthanasie bij een demente vrouw.

De vrouw had in een wilsverklaring gevraagd om euthanasie als zij dement zou worden. Ze had echter ook gezegd zelf te willen aangeven wanneer zij de tijd daarvoor rijp vond. Op het moment dat de euthanasie plaatsvond, leek de inmiddels zwaar demente vrouw fysiek tegenwerking te bieden en pas nadat zij een verdovend middel had gekregen kon de euthanasie doorgang vinden.

Vraag was nu of de rechtbank in Den Haag, die in september 2019 de betrokken arts vrijsprak van een aanklacht voor moord door het Openbaar Ministerie, in het gelijk zou worden gesteld door de Hoge Raad. Deze bevestigde in zijn uitspraak inderdaad dat de arts zorgvuldig en volgens de wet zou hebben gehandeld en dat de fysieke reactie van de vrouw er niet op zou wijzen dat tegen haar wil gehandeld werd.

Onzekerheid neemt toe

‘In plaats van criteria vast te stellen voor de interpretatie van de schriftelijke euthanasieverklaring van patiënten met vergevorderde dementie, laat de Hoge Raad deze interpretatie nu over aan het oordeel van betrokken artsen. Daardoor neemt voor artsen de onzekerheid alleen maar toe. Vraag is hoe groot de kans is dat hun interpretatie van een schriftelijke euthanasieverklaring door een rechtbank wordt goedgekeurd, mocht er een gerechtelijke procedure tegen hen worden gestart voor het uitvoeren van euthanasie bij een patiënt met vergevorderde dementie,’ aldus kardinaal Eijk.

Het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij zelfdoding is in 2019 volgens de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie opnieuw gestegen naar een aantal van 2.655, dat is een groei van 13% ten opzichte van 2018. Kardinaal Eijk: ‘Het is te vrezen dat de uitspraak van de Hoge Raad, hoewel deze voor artsen die euthanasie verrichten bij patiënten met dementie, meer onzekerheid geeft, in het algemeen niet zal leiden tot een daling van het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij zelfdoding.’

Volgende pagina: de volledige tekst van de reactie van kardinaal Eijk.



Reaction on behalf of the Dutch Bishop’s Conference on the supreme court’s judgement in a case euthanasia in a patient with advanced dementia

In 2016, a physician of a nursing home performed euthanasia in a woman who had a written euthanasia declaration, firmed four years before. This itself does raise the question of whether such a written declaration, firmed years ago, still expresses the actual will of the patient. The legislator said in the Law on euthanasia (2002) that a written euthanasia declaration replaces an orally expressed request for euthanasia. In her declaration the woman said that she wanted euthanasia, when she would have been admitted to a nursing home one day, but something in this declaration remained unclear: she determined that the euthanasia should take place at a moment that she thought she would be ready for it. But after having been admitted to a nursing home she was not able to indicate whether she desired euthanasia or not. Notwithstanding this lack of clarity, the physician decided in consultation with the family and two physicians, specialized in consulting in euthanasia cases, to perform the euthanasia. The physician and the two physicians consulted all considered the suffering of the woman as without prospect and unbearable. When the physician of the nursing home tried to introduce an infusion in order to administer the means for the euthanasia, the woman withdrew her arm. Was this a sign of resistance against the euthanasia? Anyhow, the physician administered a sedative means in the woman’s coffee, after which it was possible to introduce an infusion and the euthanasia was performed.

The college of attorneys general, desiring to have more clarity in the application of the Law on euthanasia in persons who suffer from dementia, started legal proceedings against the physician of the nursing home. On April 22, 2020, the Supreme Court acquitted the physician from the charge that she would have been inaccurate in applying the Law on euthanasia. The Supreme Court followed that testimony of an anesthesiologist, that the woman’s withdrawing movement at the moment that the physician tried to introduce the infusion, was no sign of resistance against the euthanasia, but a reflex movement. Administering a sedative to the patient before the euthanasia would be acceptable according to the Supreme Court, in case one can foresee unpredictable of irrational behavior, which could complicate the euthanasia. The Supreme Court judged that the physician of the nursing home had complied with the due care criterion of the Law on euthanasia that the patient suffered without prospect and unbearably. With regard to the lack of clarity in the written euthanasia declaration the Supreme Court judged that the physician does has a certain room in interpreting the declaration. The Court thought that the physician was right in concluding on the basis of the declaration that the woman in question desired euthanasia under the given circumstances after all, though she could not herself indicate the moment of the euthanasia anymore because of advanced dementia.

Does the legal proceedings against the physician of the nursing home lead to the clarity, desired by the college of attorneys general? Physicians of nursing homes think that that is not the case. Instead of laying down criteria for interpreting the written euthanasia declarations of patients with advanced dementia, the Supreme Court leaves this to the judgement of the physicians involved, by which their uncertainty only grows. How big is the possibility that their interpretation of the written euthanasia declaration will be approved by a court, when legal proceedings are started against them, in case they perform euthanasia in patients with advanced euthanasia on the basis of written euthanasia declarations?

Most probably due to the legal proceedings against the physician of the nursing home, the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide, reported to the Regional Euthanasia Review Committees, which had risen to 6.585 in 2017, dropped in 2018 to 6.126. This is a decrease of 7%. Who considers human life as an intrinsic and therefore universal value and is convinced that it may not be terminated by euthanasia, medically assisted suicide and termination of life without request, would prefer that these actions never take place. However, a drop of 7% could be seen as a relative contribution to the common well-being, the basic principle of Catholic social ethics, of which the legal defense of the right to life is one of the fundamental conditions. Nevertheless, in 2019 the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide reported to the Regional Euthanasia Review Committees again rose to 2.655 (a growth of 13%). One may fear that the Supreme Court’s judgement, though making physicians perhaps more uncertain in performing euthanasia in patients with advanced dementia, will not lead in general to a decrease of the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide.

Utrecht, April 23rd, 2020
+ Willem Jacobus Cardinal Eijk
Referent for medical-ethical questions on behalf of the Dutch Bishops’ Conference


Ruime meerderheid Nederlanders wijst euthanasie niet principieel af

CBS, 19 november 2019

Euthanasie moet in bepaalde gevallen mogelijk zijn, vindt 87 procent van de volwassenen in Nederland. Daartegenover is 8 procent in alle gevallen tegen, en 5 procent kan of wil er niets over zeggen. Dit meldt het CBS op basis van het onderzoek Belevingen 2018.

Opvallend is dat ook christenen, zowel reformatorische als Rooms-katholieken in ruime meerderheid vinden dat euthanasie onder bepaalde omstandigheden mogelijk moet zijn. In de beschrijving van het onderzoek is niet vermeld wanneer mensen geclassificeerd werden als Rooms-katholiek of behorende tot een andere religie. Evenmin is vermeld hoe kerkbetrokken de mensen die zich religieus noemen zijn.