Katholieke Stichting Medische Ethiek
29 mei 2020

Katholiek Nieuwsblad

Kun je moreel verantwoord vaccineren tegen Covid-19?

Katholiek Nieuwsblad, 29 mei 2020

door Anton ten Klooster, universitair docent moraaltheologie aan Tilburg School of Catholic Theology

Er is een kans dat een vaccin tegen Covid-19 ontwikkeld zal zijn uit cellijnen, afkomstig uit een geaborteerde foetus. Mag je zo’n vaccin dan eigenlijk wel ontvangen?

We verlangen naar een samenleving waarin grootouders hun kleinkinderen omhelzen, je samen kunt zingen in de kerk en je met vrienden zij aan zij op het terras kunt zitten. Eén van de voorwaarden daarvoor is dat er een hoge mate van immuniteit tegen het coronavirus Covid-19 is. Immuniteit wordt het snelst verkregen door een vaccinatieprogramma, maar mogelijk worden voor een vaccin cellen gebruikt die afkomstig zijn van een geaborteerde foetus. Is het moreel aanvaardbaar zo’n vaccin te ontvangen?

Het is belangrijk op te merken dat de cellen die gebruikt worden voor het ontwikkelen van vaccins in de regel niet direct afkomstig zijn van geaborteerde foetussen. Zo werd na een abortus in 1973 een groep cellen verkregen en gebruikt in een Leids laboratorium. Sindsdien zijn die cellen verder gekweekt voor medisch onderzoek. De huidige cellen zijn dus niet specifiek cellen van de foetus, maar ‘afstammelingen’ daarvan. Dat verandert vanzelfsprekend niets aan de tragiek van dit verloren leven, vermoedelijk van een meisje. Niets maakt goed dat haar het recht op leven ontnomen werd.

In 2005 publiceerde de Pauselijke Academie voor het Leven een notitie over de vraag hoe we het respect voor de waardigheid van het leven kunnen bevorderen en tegelijk onze gezondheid beschermen. De principes daaruit keerden in 2008 terug in de instructie Dignitas Personae van de Congregatie voor de Geloofsleer. De afwegingen in deze documenten zijn bijzonder actueel. Wetenschappers gebruiken voor de ontwikkeling van vaccins celmateriaal met de juiste eigenschappen. Een aantal uit abortus verkregen cellijnen wordt daarom voor verschillende onderzoeken gebruikt. Wie betrokken is bij onderzoek met dit materiaal, staat relatief dicht bij de abortus die eerder gepleegd werd en in zichzelf een groot kwaad is. Gebruik ervan suggereert instemming daarmee.

Onderzoekers en farmaceuten hebben daarom de morele verantwoordelijkheid om alternatieven te onderzoeken en toe te passen, zoals dierlijke cellen of cellen uit ander menselijk weefsel. Politici hebben de verantwoordelijkheid bij te dragen aan het ontwikkelen van alternatieven, door bijvoorbeeld financiering van stamcelonderzoek afhankelijk te maken van deze ethische randvoorwaarden. En wie wordt opgeroepen voor vaccinatie, heeft de plicht om alternatieve vaccins te vragen, waar dat redelijk is. Ook kan men druk op de politiek zetten om de ontwikkeling van alternatieven te faciliteren.

Maar wat als er nog geen veilig alternatief is voor een vaccin uit abortief weefsel? De Academie voor het Leven benadrukt dat we hier weer een aantal stappen verder zijn in de schakel van gebeurtenissen vanaf de abortus. We gebruiken die niet direct en hebben er ook niet zondermeer mee ingestemd.

Het vermijden ervan is nog steeds wenselijk, maar er kunnen zwaarwegende reden zijn om dit vermijden niet als een morele plicht op te vatten. Bij de mazelen bijvoorbeeld, kan een niet-gevaccineerd kind zelf gezond blijven, maar wel de oorzaak zijn dat een zwangere vrouw een kind met ernstige afwijkingen krijgt. De Academie wijst erop dat de ouders van dit niet-gevaccineerde kind daar dan verantwoordelijkheid voor dragen. Bestaat er dan geen geschikt alternatief, dan mag je een vaccin met abortief weefsel te gebruiken, ter bescherming van de gezondheid. Uiteraard moet alles op alles gezet worden om wél zo snel mogelijk moreel verantwoorde alternatieven te ontwikkelen.

Toegepast op een toekomstige vaccinatie tegen Covid-19, betekent dit dat we ons nu al moeten laten horen naar de politiek, die door wetgeving en financiering controle uitoefent op farmaceutische bedrijven.

Verder wordt duidelijk dat we verantwoordelijkheid dragen voor onze eigen gezondheid én die van anderen. In onze afweging moeten we ons afvragen of niet-vaccinatie betekent dat we aan een groot risico. Daarbij veronderstellen we dat het virus, net als de andere ziekten waartegen we vaccineren, ongecontroleerd zal blijven rondgaan als we niets doen om immuniteit te verkrijgen en behouden.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.