Katholieke Stichting Medische Ethiek
11 juli 2019

Romeinse Curie en Congregatie voor de Geloofsleer

Overlijden van Vincent Lambert – Gezamenlijke verklaring van de religieuze leiders van Reims

De heer Vincent Lambert is overleden. Als verantwoordelijken voor de verschillende religies in de stad Reims bidden we voor onze stadgenoot. We doen dat al jaren, met veel van onze landgenoten die diep getroffen zijn door zijn lot. De bevelen hem aan bij de levende en barmhartige God, bij Hem die de mensen vanuit de dood tot het leven roept. We bidden voor de vrouw en de dochter van de heer Vincent Lambert, voor zijn ouders, zijn broers en zusters en voor al de zijnen. Dat zij door hun verdriet heen troost en hoop mogen vinden. Wij spreken tegenover hen ons broederlijk medegevoel uit.

We denken vandaag intens aan hen die de zorg voor de heer Lambert hadden: de artsen en de afdelingsmedewerkers van het ziekenhuis van Reims, en ook de advocaten en rechters die tot taak hadden helderheid te brengen in de situatie van de heer Lambert.

De situatie van de heer Lambert was eenmalig. De besluiten, die met betrekking tot hem genomen zijn, kunnen dus niet als zodanig worden overgenomen voor gevallen die schijnbaar gelijkaardig zijn. Gezien de debatten die hebben plaatsgevonden menen wij dat het nuttig is om de volgende punten naar voren te brengen in het licht van ons geloof in een God die schepper is en het leven geeft:

  1. We erkennen zonder terughoudendheid dat het eigen is aan de waardigheid van ieder menselijk wezen om af te zien van een behandeling die geacht wordt nutteloos, of niet geproportioneerd te zijn of die het risico inhoudt dat zij een toestand van nog meer lijden kan veroorzaken, zolang als een dergelijk besluit het leven van niemand anders in gevaar brengt;
  2. Wij menen dat het voor mensen mogelijk is elkaar te ondersteunen, elkaar te helpen, elkaar te begeleiden tijdens de meest pijnlijke momenten van het leven, zodat geen enkele burger in de verleiding komt om van de maatschappij te eisen dat zij zijn dood
    veroorzaakt;
  3. Wij zouden onze medeburgers eraan willen herinneren dat het feit dat iemand van anderen afhankelijk wordt voor verzorging of voor de handelingen van het gewone dagelijkse leven niet betekent dat deze persoon zijn waardigheid verliest; we willen ons ervoor inzetten om bij te dragen tot een opwekking tot toewijding, edelmoedigheid en solidariteit voor personen die afhankelijk zijn, op grond van welke oorzaak dan ook en ook bij hun naasten die de verantwoordelijkheid voor de zorg dragen, hen die men tegenwoordig de ’mantelzorgers’ noemt;
  4. We willen allen danken die hebben bijgedragen aan  het nadenken over de situatie van het levenseinde en over de uitzonderlijke situatie van mensen die zich in een toestand van zeer geringe communicatiemogelijkheid bevinden, die noch helemaal vallen in de categorie van zieken, noch geheel in die van de mensen met een handicap.  Zonder twijfel
    is nog medisch en filosofisch onderzoek nodig om hen op de beste manier te begeleiden. Een overweging aangaande de de praktijk van de reanimatie lijkt ons eveneens noodzakelijk. Het lijkt ons van groot belang dat verstandige en diepgaande discussies over deze medische en ethische kwesties worden voortgezet.
  5. Wij geven uitdrukking aan ons vertrouwen in de artsen van ons land. Ons gemeenschappelijk vertrouwen in hun wetenschappelijke en menselijke capaciteiten is noodzakelijk opdat zij kunnen voortgaan met het nemen van de beste en meest wijze beslissingen, door in waarheid met de personen, die aan het einde van hun leven staan, in gesprek te gaan of met de  naasten van hen die niet meer in staat zijn tot communiceren.
  6. Omdat wij in het eeuwige leven geloven, verklaren we dat het leven van de mens veel meer is dan het lichamelijke leven, maar zich nu eenmaal wel afspeelt in de lichamelijke situatie. Wij willen onze diepe verbondenheid uitdrukken met al diegenen die hun naasten in beproeving bijstaan met fijngevoeligheid, edelmoedigheid, zonder iets terug te verwachten, in vreugde over hun lichamelijke aanwezigheid. We willen nogmaals onze dankbaarheid uitspreken aan het medische en
    verpleegkundige personeel van onze ziekenhuizen.

Ons land heeft zich tot nu toe moeite gegeven om een juiste weg te vinden om mensen aan het einde van hun leven en zij, die gedeeltelijk of geheel verstoken zijn van het vermogen tot communiceren, te begeleiden in de sterk technologische context waarin we leven.

We wensen dat ons land  steeds meer een zorg zal weten te ontwikkelen die in staat is de therapeutische vooruitgang, de palliatieve zorg, een echte relationele beschikbaarheid van het verplegend personeel en een samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers tot een geheel te maken alsook een maatschappelijke zorg die in staat is om uitgesloten en verlaten personen op te nemen, opdat voor allen een samenleving in solidariteit en broederschap kan worden zeker gesteld.

Ondertekenaars:
Rabbijn Amar, Reims
Aomar Bendaoud, imam van de Grote Moskee van Reims
Dominee Xavier Langlois, van de Verenigde Protestantse Kerk te Reims
Dominee Pasca Geoffroy, van de Verenigde Protestantse Kerk te Reims
+ Eric de Moulins-Beaufort, aartsbisschop van Reims
+ Bruno Feillet, hulpbisschop van Reims

Vertaling uit het Frans: dr. J.A. Raymakers



Décès de Vincent Lambert – Déclaration commune des responsables religieux de Reims
Diocese de Reims, 11 juli 2019

Déclaration commune des responsables religieux rémois, à propos de la mort de M. Vincent Lambert

M. Vincent Lambert est mort. Responsables des différents cultes dans la ville de Reims, nous prions pour notre concitoyen. Nous le faisons depuis des années, avec beaucoup de nos compatriotes profondément affectés par son sort. Nous le recommandons au Dieu vivant et miséricordieux, à celui qui appelle les êtres humains de la mort à la vie. Nous prions pour la femme et pour la fille de M. Vincent Lambert, pour ses parents, ses frères et ses sœurs, pour tous les siens. Qu’ils puissent trouver consolation et espérance par-delà leur chagrin. Nous leur exprimons notre fraternelle compassion.
Nous pensons fortement en ce jour à ceux qui ont eu à s’occuper de M. Lambert : les médecins et les équipes de l’hôpital de Reims, et aussi les avocats et les magistrats qui ont eu la responsabilité d’éclairer la situation de M. Lambert.

La situation de M. Lambert était singulière. Les décisions prises à son sujet ne peuvent donc être transposées telles quelles à des cas apparemment analogues. Au vu des débats qui ont eu lieu, nous pensons utile, dans la lumière de notre foi en Dieu qui crée et qui donne la vie, de rappeler les points suivants :

  1. Nous reconnaissons sans réserve qu’il appartient à la dignité de tout être humain de renoncer à un traitement jugé inutile, disproportionné ou risquant de provoquer un état de souffrance supplémentaire, du moment qu’une telle décision ne met en danger la vie d’aucun autre ;
  2. Nous croyons qu’il est possible aux êtres humains de se soutenir, de s’entraider, de s’accompagner dans les moments les plus douloureux de la vie, de sorte qu’aucun citoyen ne soit tenté d’exiger de la société qu’elle provoque sa mort ;
  3. Nous voudrions rappeler à nos concitoyens que devenir dépendant des autres pour des soins ou pour les actes de la vie ordinaire ne signifie pas perdre sa dignité ; nous voulons œuvrer pour contribuer à susciter les dévouements, les générosités et les solidarités nécessaires auprès des personnes dépendantes, à quelque titre qu’elles le soient, et auprès de leurs proches qui en portent la responsabilité, ceux que l’on appelle aujourd’hui « les aidants » ;
  4. Nous voulons remercier tous ceux qui ont contribué à la réflexion sur la situation de la fin de vie et sur la situation singulière des personnes en état pauci-relationnel, qui n’entrent ni tout à fait dans la catégorie des personnes malades ni tout à fait dans celle des personnes handicapées. Des recherches médicales et philosophiques sont sans doute encore nécessaires pour les accompagner au mieux. Une réflexion sur la pratique de la réanimation nous paraît également nécessaire. Poursuivre des débats prudents et approfondis sur ces questions médicales et éthiques nous paraît important.
  5. Nous exprimons notre confiance aux médecins de notre pays. Notre confiance collective dans leurs capacités scientifiques et humaines est nécessaire pour qu’ils puissent continuer à prendre les décisions médicales les meilleures et les plus sages en dialoguant en vérité avec les personnes en fin de vie ou les proches des personnes devenues incapables de communiquer ;
  6. Croyants en la vie éternelle, nous affirmons que la vie humaine est bien plus que la vie corporelle mais se joue pourtant dans la condition corporelle. Nous exprimons notre profonde union à tous ceux qui entourent leurs proches dans l’épreuve avec délicatesse, avec générosité, sans attendre de retour, en se réjouissant de leur présence corporelle. Nous redisons notre gratitude pour le personnel médical et soignant de nos hôpitaux.

Notre pays s’est efforcé jusqu’ici de trouver une voie juste pour accompagner au mieux, dans le contexte de haute technicité dans lequel nous vivons, les personnes en fin de vie et celles qui sont privées partiellement ou totalement de capacités de communication.

Nous souhaitons que notre pays développe toujours davantage aussi bien le soin médical capable d’intégrer les progrès thérapeutiques, les soins palliatifs, une véritable disponibilité relationnelle des soignants et une collaboration des aidants et des bénévoles, que le soin social capable d’intégrer les exclus et les délaissés, afin de garantir à tous une vie commune dans la solidarité et la fraternité.

Signataires :
Rabbin Amar, de Reims
Aomar Bendaoud, imam de la Grande Mosquée de Reims
Pasteur Xavier Langlois, de l’Eglise Protestante Unie de France à Reims
Pasteur Pascal Geoffroy, de l’Eglise Protestante Unie de France à Reims
+ Eric de Moulins-Beaufort, archevêque de Reims
+ Bruno Feillet, évêque auxiliaire de Reims

Engelse vertaling op ZENIT