Katholieke Stichting Medische Ethiek
11 augustus 2022

Embryo’s zijn te waardevol om te vernietigen

Katholiek Nieuwsblad, 14 juni 2022
door Eline Gorter-van Huizen, beleidsadviseur Onderzoek & Beleid bij NPV-Zorg voor het leven

Embryo’s kweken speciaal voor onderzoek en in meer gevallen embryoselectie toestaan: D66 en VVD werken aan verruimingen van de embryowet. Het doel is om lijden te voorkomen, maar hoe nobel ook, daarvoor worden embryo’s vernietigd.

Onlangs maakten fractievoorzitters Hermans (VVD) en Paternotte (D66) bekend dat ze nog dit jaar hun initiatiefwetsvoorstel over embryoselectie willen indienen. Nu is embryoselectie toegestaan voor stellen die een sterk verhoogd risico hebben op een kind met een ernstige erfelijke ziekte. In het laboratorium worden meerdere embryo’s tot stand gebracht en genetisch getest. Een gezond embryo wordt teruggeplaatst in de baarmoeder, embryo’s met de ziekte worden vernietigd.

Moeilijke keuzes

VVD en D66 willen embryoselectie ook toestaan om te voorkomen dat een kind geboren wordt dat drager is van een ziekte. Het kind is dan zelf gezond, maar heeft wel een afwijking in het DNA. Krijgt het in de toekomst zelf kinderen, dan bestaat de kans dat hij of zij het foute DNA doorgeeft en de ziekte in de volgende generatie wel bij iemand tot uiting komt.

Stellen die moeilijke keuzes rond hun kinderwens moeten maken omdat zij drager zijn van een ziekte, willen dit hun kinderen soms besparen. Het is vanuit hun perspectief begrijpelijk dat zij vragen om embryoselectie om dragerschap te voorkomen. Zo voorkomen ze ook dat eventuele kleinkinderen het risico lopen de ziekte te krijgen.

De tweede initiatiefwet is om embryo’s in het laboratorium te creëren alléén om er experimenten mee te doen. Daarna worden ze vernietigd. Dit voorstel bereiden de partijen wel voor, maar het mag deze regeerperiode niet worden ingediend voor behandeling in de Kamer.

Nu gebruiken wetenschappers voor hun experimenten embryo’s die over zijn na IVF-behandelingen-behandelingen. Maar bepaald onderzoek kunnen zij daarmee niet doen en daarom willen zij embryo’s kweken. Bijvoorbeeld voor onderzoek om IVF-behandelingen te verbeteren, waardoor de slagingskans groter wordt en ivf-kinderen mogelijk gezonder zijn. Of voor onderzoek naar het aanpassen van DNA in embryo’s. Deze methode kan in de toekomst misschien gebruikt worden om erfelijke ziekten te voorkomen.

Fundamenteel probleem

Wat is er, zou je kunnen vragen, eigenlijk op tegen om de wet te verruimen als zo lijden en ziekte voorkomen kunnen worden? De NPV begrijpt de motieven erachter, maar wij zien een fundamenteel probleem. In beide voorstellen worden menselijke embryo’s vernietigd. Een embryo is het prille begin van menselijk leven. Uit één bevruchte eicel groeit onder de goede omstandigheden een compleet mensje. Geschapen door God, en waardevol vanaf het eerste begin – te waardevol om te vernietigen, zoals dat gebeurt bij embryoselectie en onderzoek met embryo’s. Als de nieuwe voorstellen aangenomen worden, zullen nog meer embryo’s vernietigd worden dan nu al het geval is.

Maar als je met dit onderzoek in de toekomst levens kunt redden, weegt dat dan niet op tegen het gebruik van embryo’s? Allereerst is het onzeker of het embryo-onderzoek inderdaad levensreddende resultaten zal hebben. Maar ook als dat zo zou zijn, is het in de ethiek breed geaccepteerd dat je een mens niet slechts als middel tot een doel mag gebruiken: de mens is een doel in zichzelf. Een embryo, hoe klein en pril ook, is een mens en mag niet als middel gebruikt worden.

Geen recht aan menselijke waardigheid

Ook mensen die het embryo niet als volledig beschermwaardig zien, delen sommige argumenten tegen de voorstellen van D66 en VVD. Zij vinden dat kweken van embryo’s voor onderzoek geen recht doet aan de menselijke waardigheid. Minimensen worden dan als in een fabriek gecreëerd om als materiaal te gebruiken. En bij embryoselectie bij dragerschap is een belangrijke tegenwerping dat je niet direct ziekte voorkomt: de embryo’s die vernietigd worden, zijn zelf gezond. Daarom adviseerde de Raad van State in 2016 negatief over een soortgelijk wetsvoorstel.

Hoe sympathiek het doel van de voorstellen dus ook lijkt, laten we geen embryo’s opofferen om het te bereiken.

Lees een uitvoerige analyse door kardinaal dr. W.J. Eijk over de status van het embryo.


Tijd voor een nieuw abortusdebat dat het gevoel overstijgt

Katholiek Nieuwsblad, 24 mei 2019

Dat ouders levenloos geboren kinderen in het bevolkingsregister kunnen laten inschrijven, zou onze kijk op de beschermwaardigheid van het leven moeten veranderen. Het debat daarover zou het niveau van het gevoel moeten overstijgen.

De 28-jarige Yara was vorige week weer in het nieuws. Zij liet onlangs haar geaborteerde kindje inschrijven in het bevolkingsregister. Dit was mogelijk door een recente wetswijziging, waardoor ouders hun levenloos geboren kinderen mogen laten inschrijven. Juristenvereniging Pro Vita vindt het een goede ontwikkeling dat de wetgever op deze manier rouwende ouders tegemoetkomt.

Troost

Uit de uitzending van NieuwLicht van maandag bleek ook hoeveel troost de inschrijving geeft aan ouders die hun kindje verloren hebben. Toch roept de inschrijving van het geaborteerde kindje van Yara ook vragen op. Want hoe denken we nu over het ongeboren menselijk leven? Welke (juridische) waarde hechten we daaraan?

Tegenstrijdigheid

De overheid heeft in elk geval geen eenduidige visie op het ongeboren leven. Want op grond van de abortuswet kunnen ongeborenen een anonieme dood sterven. Maar op grond van de nieuwe regels erkent de overheid datzelfde kindje als mens door een inschrijving in het bevolkingsregister. Hoe verenigen we deze erkenning van het mens-zijn met de anonieme dood door abortus? Wat zegt dat over onze visie op het ongeboren leven?

Nogmaals, we zijn erg blij met de nieuwe regels en dat ook vrouwen die een abortus ondergingen er gebruik van kunnen maken. Maar de tegenstrijdigheid van de twee wetten vraagt om een hernieuwd debat over de beschermwaardigheid en de rechtsbescherming van het ongeboren leven.

Gevoelskwesties?

We hopen dat met een hernieuwd debat verder wordt gekeken dan gevoel. Want hoewel gevoelens belangrijk zijn en gerespecteerd moeten worden, mogen we ethische vraagstukken niet alleen daarvan laten afhangen.

De wetgever laat nu de bewuste wetgeving – en dus de waarde van het ongeboren leven – vooral afhangen van de wensen en gevoelens van burgers, en niet van een bepaalde uitgedachte visie of ethiek. Iets dat D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp ook erkende. Volgens haar waren de nieuwe regels over de inschrijving van levenloos geboren kinderen “gebaseerd op het gevoel dat ouders kunnen hebben”.

Ook de abortuswet kwam voort uit wensen van de bevolking. Maar als de overheid wetten aanneemt die alleen zijn gebaseerd op gevoel, reduceren we belangrijke ethische kwesties – waarvan mensenlevens afhangen – dan niet tot gevoelskwesties?

Evenwicht

Laten we daarom als samenleving nadenken over hoe we de meest kwetsbare mensenlevens kunnen beschermen, overigens zonder afbreuk te doen aan de bescherming van (ongewenst) zwangere vrouwen. Want met de mogelijkheid om levenloos geboren en geaborteerde baby’s in te schrijven, zit de overheid naar ons idee op het spoor van erkenning van het mens-zijn van ongeborenen.

Evaluatie van de abortuswet

Wij moedigen de overheid dan ook aan deze impliciete erkenning door te zetten naar een betere bescherming van het ongeboren leven. Dat kan bijvoorbeeld tijdens de evaluatie van de abortuswet die komend jaar plaatsvindt. Die zou als doel moeten hebben evenwicht te brengen in de bescherming van het ongeboren leven en die van de ongewenst zwangere vrouw.

Mr. Marie-Thérèse Hengst is bestuurslid van Juristenvereniging Pro Vita. Zie www.provita.nl.