Katholieke Stichting Medische Ethiek
21 september 2021

Openbaar Ministerie: ‘Nieuwe euthanasiecode veel te breed’

Katholiek Nieuwsblad, 20 juli 2021
door Selinde van Dijk-Kroesbergen 20 juli 2021

Uit een briefwisseling die dagblad Trouw in handen heeft, zou blijken dat het Openbaar Ministerie (OM) een onafhankelijk onderzoek wil naar het werk van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). De nieuwe euthanasiecode is volgens OM-topman Rinus Otte niet in lijn met de wet.

Naar aanleiding van een uitspraak in april 2020 van de Hoge Raad in de zaak Arends werden de richtlijnen voor artsen – die in de euthanasiecode staan – bijgesteld. De Hoge Raad oordeelde toen dat verpleeghuisarts Marinou Arends zorgvuldig had gehandeld bij de levensbeëindiging van een zwaar dementerende patiënte. De vrouw was zelf niet meer in staat geweest om mondeling om euthanasie te vragen. De arts verleende die toen op basis van een schriftelijke euthanasieverklaring.

Veel te breed

De RTE’s, waarin artsen, juristen en ethici zitten, vertaalden deze uitspraak in een nieuwe euthanasiecode die in november inging. Volgens het OM is die nu veel te breed, waardoor meer patiënten voor euthanasie in aanmerking komen dan wettelijk is toegestaan.

Een belangrijk struikelblok blijkt de schriftelijke wilsverklaring te zijn. Wanneer deze niet helemaal helder is, mogen artsen die nu zelf interpreteren. Verder mogen artsen nu ook zelf oordelen of aan de wet is voldaan.

Otte meent dat dit niet strookt met de wet, zo zou uit de brieven blijken. Hij vreest dat in het ergste geval een arts door het OM kan worden beschuldigd van moord, ook al heeft hij keurig volgens de nieuwe richtlijnen gehandeld. Artsenorganisatie KNMG deelt de kritiek van het OM, schrijft Trouw.

Dalende lijn

Het OM pleit nu bij demissionair minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) voor een onafhankelijk onderzoek naar zaken die de RTE’s als ‘zorgvuldig’ hebben aangemerkt. Hier heeft het OM namelijk geen zicht op. De toetsingscommissies sturen het dossier alleen door naar het OM als ze oordelen dat de arts onzorgvuldig heeft gehandeld, iets wat weinig voorkomt. Het OM oordeelt vervolgens of de arts strafrechtelijk vervolgd moet worden.

In 2017 ontving het OM nog twaalf dossiers, vorig jaar waren het er nog maar twee. En dat baart Otte zorgen: “Als deze dalende lijn samenhangt met een onjuiste interpretatie van de zorgvuldigheidscriteria of de toetsende rol van de RTE, is dit reden tot zorg”, schrijft hij volgens Trouw.

Controlefunctie

Er is geen onafhankelijk toezicht op de toetsingscommissies, iets wat het OM “onontbeerlijk” noemt omdat er bij euthanasie sprake is van onomkeerbare beslissingen.

Ook hoogleraar strafrecht Paul Mevis van de Erasmus Universiteit zegt in Trouw dat “de controlefunctie die het strafrecht heeft, nu wel erg lastig uit te oefenen wordt”. Een onafhankelijk onderzoek zou volgens hem goed zijn om te detecteren of bij de dossiers die ‘zorgvuldig’ als beoordeling krijgen, “zaken zitten waar we het als maatschappij over moeten hebben”.

‘Er mag geen enkel twijfel bestaan’

ChristenUnie Kamerlid Mirjam Bikker vindt het “zorgwekkend” dat de code niet aan de wet voldoet: “Juist bij wilsonbekwame mensen zijn we als samenleving geroepen geen enkele twijfel te laten bestaan over de beschermwaardigheid van het leven. Het moet vanzelfsprekend zijn dat de procedure zorgvuldig is. Daarbij past geen richtlijn waar onenigheid over is en daarbij moet het OM daadwerkelijk kunnen toetsen.”

De code is er niet alleen voor patiënten, ook voor de artsen, schrijft ze: “Een duidelijke richtlijn is ook belangrijk om artsen houvast te geven. Zij staan in verdrietige omstandigheden een patiënt bij. De richtlijn moet daarom ook gedragen worden door het OM.”

Ook Bikker kan zich vinden in een onafhankelijk onderzoek zoals het OM dat voorstelt.

‘Buitengewoon zorgelijk’

SGP-leider Kees van der Staaij reageerde in een tweet: “Buitengewoon zorgelijk dat euthanasieregels steeds verder worden opgerekt. Dit ondermijnt bescherming van het leven van kwetsbare mensen. Terecht dat OM onafhankelijk onderzoek wil van toetsingscommissies en behoud eigen rol strafrecht.”


OM heeft harde kritiek op euthanasierichtlijn

Trouw, 20 juli 2021

OM-topman Rinus Otte en de euthanasiecommissies verschillen fel van mening over de euthanasieregels. Ook wil Otte een onafhankelijk onderzoek naar het werk van de commissies. Dat blijkt uit brieven in bezit van Trouw.

Bespreking van het artikel in Trouw in Medisch Contact.


Enorme geografische variatie in euthanasiegevallen

Katholiek Nieuwsblad, 15 januari 2021
door Selinde van Dijk-Kroesbergen

Uit onderzoek blijkt dat het percentage sterfgevallen door euthanasie per gemeente erg verschilt. De arts en het aanbod van een alternatief lijken hierin een bepalende factor.

Het is algemeen bekend dat geloofsovertuiging een belangrijke reden is om al dan niet op euthanasie over te gaan. Ook kan politieke voorkeur een verband hebben met de keuze voor levensbeëindiging. Zo is het waarschijnlijk dat bijvoorbeeld een SGP-stemmer niet voor euthanasie zal kiezen.

Verder spelen leeftijd, gezondheid en inkomen een rol in de voorkeur van mensen. Zelfs de mate van sociale cohesie in de omgeving is van invloed. Het blijkt dat hoe minder vrijwilligers en mantelzorgers beschikbaar zijn, hoe eerder er voor euthanasie wordt gekozen.

Een fenomeen dat veel voorkomt

De onderzoekers, de ethici Theo Boer en Stef Groenewoud, hebben met deze elementen rekening gehouden. Na correctie bleek alsnog dat de regionale verschillen in Nederland erg groot zijn. In Almere komt euthanasie het vaakst voor: 7,37 procent van alle sterfgevallen. In Ameland, Schiermonnikoog en Dokkum overleden slechts 2,15 procent door euthanasie.

“Geografische variatie is een fenomeen dat veel voorkomt in de zorg,” zegt onderzoeker Stef Groenewoud. Hij is gezondheidswetenschapper en medisch ethicus aan het Radboudumc in Nijmegen en doet al jarenlang onderzoek naar geografische verschillen in zorggebruik.

“We weten dat iemand met een hernia in Groningen vier keer zoveel kans op een operatie maakt, als iemand met een hernia in Kralingen,” vertelt Groenewoud. “Maar”, vervolgt hij, “stel dat dit nou ook het geval zou zijn bij de meest onomkeerbare behandeling, euthanasie?” De onderzoekers bleken gelijk te krijgen.

Couleur locale

“Regionale verschillen zijn prima, zolang het zorgaanbod maar is afgestemd op de wensen en behoeften van de mensen,” vindt Groenewoud. “Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat patiënten met prostaatkanker in een bepaalde regio een voorkeur hebben voor een laserbehandeling. Als het aanbod van de zorg hierop is afgestemd, is het goed. Het gaat er uiteindelijk om dat de zorg meebeweegt met de couleur locale.”

De invloed van het zorgaanbod

Het wordt volgens hem een probleem wanneer het aanbod van de zorg niet overeenkomt met de wensen en behoeftes van de patiënt en de familie. Omdat de andere kenmerken die een rol spelen bij de keuze voor euthanasie al uit de resultaten zijn gehaald, zijn de onderzoekers nu bij de fase aangekomen om te onderzoeken in hoeverre het zorgaanbod van invloed is.

Het heeft er alle schijn van dat de invloed van artsen en het al dan niet aanbieden van een alternatieve behandeling aanzienlijk is. “Sommige dokters zullen geneigd zijn om eerder euthanasie aan te bieden dan hun collega’s, anderen juist weer minder snel. Omdat euthanasie geen normaal medisch handelen is, mag een arts een beroep doen op gewetensbezwaar. In zo’n geval zal de arts eerder alternatieven zoals palliatieve zorg aanbieden.”

Onwenselijk

Op zich hebben de onderzoekers hier geen probleem mee. “Zolang het maar gelijk opgaat met de wensen van de patiënt”, stelt Groenewoud. “Wanneer de toegang tot alternatieven minder goed is, vinden we dat onwenselijk.”

Dat laatste willen Boer en Groenewoud verder onderzoeken. Om te beginnen met een update van het onderzoek. Voor het onderzoek zijn cijfers uit de jaren 2013-2017 gebruikt. De ethici willen nu ook de cijfers over de jaren 2018 en 2019 analyseren.

‘De spiegel is nog niet haarscherp’

Artsenfederatie KNMG heeft volgens Groenewoud laten weten dat verder onderzoek niet nodig is. Zij twijfelen niet aan de zorgvuldigheid rondom euthanasie.

“Ik vind het jammer dat de handschoen niet door de KNMG wordt opgepakt om ons gezamenlijk in te zetten om de zorg rondom het levenseinde nog verder te verbeteren”, reageert Groenewoud hierop. “De spiegel die we de gezondheidszorg nu voorhouden, is nog niet haarscherp. We willen het nu verder met de artsen scherpstellen.”


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Geografische verschillen in euthanasiegevallen in Nederland

British Medical Journal Supportive & Palliatieve Care, januari 2021

De Nederlandse onderzoekers Groenewoud en Boer publiceren in de BMJ gegevens waaruit blijkt dat er spreiding is in het aantal nieuwe euthanasiegevallen tussen de verschillende postcodegebieden.


De euthanasieglijbaan is weer wat gladder gemaakt

Katholiek Nieuwsblad, 25 november 2020
door drs. Nelly Welling-van der Sterren, specialist Ouderengeneeskunde in opleiding

De aanpassing van de beoordelingscriteria voor artsen die euthanasie uitvoeren, roept de vraag op: hoe lang nog voordat euthanasie als een ‘gewone’ medische handeling wordt gezien?

De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie pasten afgelopen vrijdag de beoordelingscriteria voor artsen die euthanasie uitvoeren op vier punten aan. Het doel is om artsen die een euthanasie bij een dementerende, ter zake wilsonbekwame, patiënt uitvoeren, een strafrechtelijke vervolging te besparen.

Euthanasie op demente vrouw

Aanleiding voor de aanpassing was de zaak van een arts die euthanasie op een demente dame uitvoerde. De arts werd achteraf door de toetsingscommissie op de vingers getikt omdat niet aan alle zorgvuldigheidseisen was voldaan. Dit betekende voor haar concreet dat ze vervolgd werd voor moord. De zaak belandde uiteindelijk bij de Hoge Raad, die de arts vrijsprak.

Slaapmiddel toedienen

De aanpassing van de euthanasiecode betekent dat een arts bij demente mensen niet langer een juridisch perfect dichtgetimmerde wilsverklaring van de patiënt hoeft te kunnen overleggen, maar dat hij de verklaring zelf mag interpreteren.

“Euthanasie hoort niet bij het gewone medisch handelen. Dat beseffen heel veel mensen, artsen en niet-artsen”

Nelly Welling-van der Sterren

Ook mag onder de aangepaste code voorafgaand aan de euthanasie een slaapmiddel worden toegediend, als de arts vermoedt dat een patiënt onrustig en mogelijk agressief wordt bij het inbrengen van het infuus omdat deze niet begrijpt wat er gebeurt.

Niet langer verplicht overleggen

Verder is de arts niet langer verplicht om met de patiënt te overleggen over de manier en het tijdstip waarop de euthanasie plaatsvindt.

En tot slot hoeft de arts vóór de euthanasie niet meer aan de demente en wilsonbekwame patiënt te vragen of deze weet wat de arts gaat doen en wat daarvan het gevolg zal zijn.

De bordjes verregaand verhangen

We kunnen ons afvragen of met deze aanpassing de bordjes niet opnieuw (en verregaand) verhangen worden. Veel Nederlandse artsen vinden euthanasie bij demente patiënten te ver gaan en tekenden eerder al een attest waarin ze verklaarden dit niet te willen doen.

Volgens de voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie vindt maar twee of drie keer per jaar een euthanasie bij een dementerende patiënt plaats. Maar hoe is dat over een, twee, vijf of tien jaar? Mijn angstige verwachting is dat dit aantal bij deze aangepaste regelgeving zal stijgen.

Lijden verminderen

Niemand kiest er voor om dement te worden en iedereen “zou dit nooit gewild hebben”. Maar is dat dan een reden om deze mensen niet meer te willen in onze maatschappij?

Overigens zijn lang niet alle mensen met dementie ongelukkig of onderworpen aan ondraaglijk lijden. En als er wel sprake is van lijden, is het dan niet onze taak als maatschappij om te proberen hun lijden te verminderen? Ervaring in het verpleeghuis waar ik werk heeft me geleerd dat naast palliatieve zorg, ook activiteiten en gezelschap in een aantal gevallen het lijden kunnen verminderen.

Terechte vrees voor glijdende schaal

Terecht wordt in dezen gevreesd voor de glijdende schaal. En waar is dan het einde? Wie beschermt mij als ik dement word en niet meer kan zeggen dat ik toch niet doodgemaakt wil worden, ook niet als ik tekenen van lijden vertoon?

Cultuur van de dood

En wat betekenen deze nieuwe regels voor de artsen? Wat zeg je tegen een familielid (uitgaande van diens goede bedoelingen!) als deze zegt dat de demente persoon “dit zelf nooit zo gewild zou hebben”. Wie is de arts om dan nee te zeggen tegen euthanasie: “Het mag toch? Het is toch niet tegen de wet? Dus waarom doet u het niet?”

Euthanasie hoort niet bij het gewone medisch handelen. Dat beseffen heel veel mensen, artsen en niet-artsen. Maar hoe lang nog? De glijbaan van ‘de cultuur van de dood’ is met deze aanpassing van de euthanasiecode weer steiler en gladder geworden. Blijf dan maar eens staan.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Brief Levensbeeindigend handelen kinderen 1-12 jaar

Minister Hugo de Jonge heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij een regeling voor levensbeëindiging (euthanasie) bij kinderen van 1 tot 12 jaar aankondigt. Voor kinderen onder de 1 jaar en kinderen ouder dan 12 jaar waren er al regelingen.


De goede Samaritaan: zorg voor ernstig en terminaal zieken

De Congregatie voor de Geloofsleer heeft een document gepubliceerd over de zorg voor ernstig en terminaal zieken: Samaritanus bonus.

The human person in the centrality of his integrity

The address of Undersecretary Gambino at the presentation of the Letter on the care of persons in critical and terminal phases of life.

First of all, “the vulnerability of every human being, body and spirit, mysterious marked by the desire for infinite love for which he has been destined from all eternity”; secondly, “the principle that caring for others who are in a state of need is not only a question of the ethics of social solidarity or of beneficence,” but is even more “the recognition of the inestimable value of one’s life as an insurmountable limit in the face of any claim of autonomy”; and last but not least, “the foundation of any juridical order: the worth of every person at any stage of life or condition of existence.”

These are the three cornerstones which the Undersecretary of our Dicastery, Gabriella Gambino, explored in depth this morning in the Sala Stampa, commenting on the Letter “Samaritanus Bonus,” on the care of persons in critical or terminal phases of life, which was edited by the Congregation for the Doctrine of the Faith and presented today at a press conference.

“Care,” explained the Undersecretary, “cannot be reduced to simply attending to the sick from a medical or psychological perspective, but must branch out into a virtuous attitude of devotion and concern for the other, which finds its substance in caring for the whole person, for those who are in a state of need.” It is this caring which, she continued, “supports the encounter between ‘I’ and ‘You,’ thereby calling man out of the state of insignificance and anxiety into which his illness has thrown him, and helping him to rediscover the unity of body and spirit. This aspect,” she clarified, “is full of pastoral and bioethical implications, which should lead us to modify the way the critically and terminally ill are cared for in many contexts.”

Faced with the “complexity of the medical management of sickness and death,” before a “secularized culture and legislation that confounds us on the value of suffering and of our life,” Gambino concluded that with the Letter Samaritanus Bonus “the Church desires to restore the centrality of man in his integrity, a unified totality of body and spirit; and to remind us that we are children of a Father who has loved us to the end, who is the only one who can make sweet the burden of our suffering.”


Voorzitter Academie voor het Leven: ‘Abortus- en euthanasiewetgeving promoten is grote fout’

Katholiek Nieuwsblad, 1 september 2020

Katholieke politici zouden geen enkele pro-abortuswetgeving moeten onderschrijven of bevorderen. Dat zei de voorzitter van de Pauselijke Academie voor het Leven zaterdag. Aartsbisschop Vincenzo Paglia riep daarnaast alle katholieken op om het ‘Evangelie van het Leven’ te promoten.

‘De Kerk is erg helder’

“De Kerk is in dit opzicht erg helder. Het is een antwoord van de Catechismus. Het is een grote fout om abortus- en euthanasiewetgeving te bevorderen”, aldus Paglia.

25 jaar Evangelium Vitae

Hij sprak voor een bijeenkomst van CELAM, de organisatie van Zuid-Amerikaanse bisschoppen, over de encycliek Evangelium Vitae (‘Het Evangelie van het Leven’) van paus Johannes Paulus II. Dit jaar is het 25 jaar geleden dat dat document verscheen.

‘Alle levens beschermen en helpen’

Katholieke politici “moeten ophouden” wetten te promoten die gericht zijn tegen het leven van ongeboren kinderen. “Daarover bestaat geen twijfel.”

Politieke leiders moeten volgens Paglia proberen om “slechte en zondige wetgeving” te verbeteren. Christelijke en niet-christelijke politici “moeten de validiteit horen van het beschermen en helpen van alle levens, in het bijzonder die van de meest kwetsbaren”. Ook over die verplichting “bestaat geen twijfel”.

Kerkelijke maatregelen?

Paglia werd gevraagd naar eventuele kerkelijke maatregelen tegen katholieke politici die abortuswetgeving steunen.

Hoewel niet naar Amerika werd verwezen, is dat een discussie die daar voortdurend oplaait, zeker in jaren waarin presidentsverkiezingen worden gehouden.

De redding van de zondaar

Paglia antwoordde dat deze politici “zeker dwalen”. Maar hoewel de Kerk de zonde wil veroordelen, moet zij vooral gericht zijn op de “redding van de zondaar”.

“Wij zijn geïnteresseerd in de helderheid van het veroordelen van de fout, maar we moeten alles doen om degene die dwaalt te bekeren, om te helpen hem te redden.”

‘Bekering tot het Evangelie van het leven’

“De Kerk heeft een grote verantwoordelijkheid zodat haar leden zich allereerst bekeren tot het Evangelie van het leven, tot de schoonheid van het leven. Het is belangrijk dat we het vuile werk van de dood vermijden en het schitterende werk van het leven verrichten.”

Behalve in de Verenigde Staten woedt ook in verschillende Latijns-Amerikaanse landen momenteel een debat over het al dan niet liberaliseren van abortuswetten.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Kardinaal Eijk reageert op uitspraak Hoge Raad over euthanasie bij demente vrouw

‘Ik vrees dat deze uitspraak niet zal leiden tot een daling in het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij suïcide’, zegt kardinaal Eijk in een reactie op de recente uitspraak van de Hoge Raad in de zaak van euthanasie bij een demente vrouw.

De vrouw had in een wilsverklaring gevraagd om euthanasie als zij dement zou worden. Ze had echter ook gezegd zelf te willen aangeven wanneer zij de tijd daarvoor rijp vond. Op het moment dat de euthanasie plaatsvond, leek de inmiddels zwaar demente vrouw fysiek tegenwerking te bieden en pas nadat zij een verdovend middel had gekregen kon de euthanasie doorgang vinden.

Vraag was nu of de rechtbank in Den Haag, die in september 2019 de betrokken arts vrijsprak van een aanklacht voor moord door het Openbaar Ministerie, in het gelijk zou worden gesteld door de Hoge Raad. Deze bevestigde in zijn uitspraak inderdaad dat de arts zorgvuldig en volgens de wet zou hebben gehandeld en dat de fysieke reactie van de vrouw er niet op zou wijzen dat tegen haar wil gehandeld werd.

Onzekerheid neemt toe

‘In plaats van criteria vast te stellen voor de interpretatie van de schriftelijke euthanasieverklaring van patiënten met vergevorderde dementie, laat de Hoge Raad deze interpretatie nu over aan het oordeel van betrokken artsen. Daardoor neemt voor artsen de onzekerheid alleen maar toe. Vraag is hoe groot de kans is dat hun interpretatie van een schriftelijke euthanasieverklaring door een rechtbank wordt goedgekeurd, mocht er een gerechtelijke procedure tegen hen worden gestart voor het uitvoeren van euthanasie bij een patiënt met vergevorderde dementie,’ aldus kardinaal Eijk.

Het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij zelfdoding is in 2019 volgens de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie opnieuw gestegen naar een aantal van 2.655, dat is een groei van 13% ten opzichte van 2018. Kardinaal Eijk: ‘Het is te vrezen dat de uitspraak van de Hoge Raad, hoewel deze voor artsen die euthanasie verrichten bij patiënten met dementie, meer onzekerheid geeft, in het algemeen niet zal leiden tot een daling van het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij zelfdoding.’

Volgende pagina: de volledige tekst van de reactie van kardinaal Eijk.



Reaction on behalf of the Dutch Bishop’s Conference on the supreme court’s judgement in a case euthanasia in a patient with advanced dementia

In 2016, a physician of a nursing home performed euthanasia in a woman who had a written euthanasia declaration, firmed four years before. This itself does raise the question of whether such a written declaration, firmed years ago, still expresses the actual will of the patient. The legislator said in the Law on euthanasia (2002) that a written euthanasia declaration replaces an orally expressed request for euthanasia. In her declaration the woman said that she wanted euthanasia, when she would have been admitted to a nursing home one day, but something in this declaration remained unclear: she determined that the euthanasia should take place at a moment that she thought she would be ready for it. But after having been admitted to a nursing home she was not able to indicate whether she desired euthanasia or not. Notwithstanding this lack of clarity, the physician decided in consultation with the family and two physicians, specialized in consulting in euthanasia cases, to perform the euthanasia. The physician and the two physicians consulted all considered the suffering of the woman as without prospect and unbearable. When the physician of the nursing home tried to introduce an infusion in order to administer the means for the euthanasia, the woman withdrew her arm. Was this a sign of resistance against the euthanasia? Anyhow, the physician administered a sedative means in the woman’s coffee, after which it was possible to introduce an infusion and the euthanasia was performed.

The college of attorneys general, desiring to have more clarity in the application of the Law on euthanasia in persons who suffer from dementia, started legal proceedings against the physician of the nursing home. On April 22, 2020, the Supreme Court acquitted the physician from the charge that she would have been inaccurate in applying the Law on euthanasia. The Supreme Court followed that testimony of an anesthesiologist, that the woman’s withdrawing movement at the moment that the physician tried to introduce the infusion, was no sign of resistance against the euthanasia, but a reflex movement. Administering a sedative to the patient before the euthanasia would be acceptable according to the Supreme Court, in case one can foresee unpredictable of irrational behavior, which could complicate the euthanasia. The Supreme Court judged that the physician of the nursing home had complied with the due care criterion of the Law on euthanasia that the patient suffered without prospect and unbearably. With regard to the lack of clarity in the written euthanasia declaration the Supreme Court judged that the physician does has a certain room in interpreting the declaration. The Court thought that the physician was right in concluding on the basis of the declaration that the woman in question desired euthanasia under the given circumstances after all, though she could not herself indicate the moment of the euthanasia anymore because of advanced dementia.

Does the legal proceedings against the physician of the nursing home lead to the clarity, desired by the college of attorneys general? Physicians of nursing homes think that that is not the case. Instead of laying down criteria for interpreting the written euthanasia declarations of patients with advanced dementia, the Supreme Court leaves this to the judgement of the physicians involved, by which their uncertainty only grows. How big is the possibility that their interpretation of the written euthanasia declaration will be approved by a court, when legal proceedings are started against them, in case they perform euthanasia in patients with advanced euthanasia on the basis of written euthanasia declarations?

Most probably due to the legal proceedings against the physician of the nursing home, the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide, reported to the Regional Euthanasia Review Committees, which had risen to 6.585 in 2017, dropped in 2018 to 6.126. This is a decrease of 7%. Who considers human life as an intrinsic and therefore universal value and is convinced that it may not be terminated by euthanasia, medically assisted suicide and termination of life without request, would prefer that these actions never take place. However, a drop of 7% could be seen as a relative contribution to the common well-being, the basic principle of Catholic social ethics, of which the legal defense of the right to life is one of the fundamental conditions. Nevertheless, in 2019 the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide reported to the Regional Euthanasia Review Committees again rose to 2.655 (a growth of 13%). One may fear that the Supreme Court’s judgement, though making physicians perhaps more uncertain in performing euthanasia in patients with advanced dementia, will not lead in general to a decrease of the number of cases of euthanasia and medically-assisted suicide.

Utrecht, April 23rd, 2020
+ Willem Jacobus Cardinal Eijk
Referent for medical-ethical questions on behalf of the Dutch Bishops’ Conference


Broeders van Liefde en euthanasie

Letter to the superior general of the Congregation of the “Brothers of Charity”, regarding the accompaniment of patients in psychiatric hospitals of the congregation’s Belgian branch

Congregation for the Doctrine of the Faith, 30 March 2020

Most Reverend Br René, Superior General,

In March 2017, on the website of the Belgian branch of the Congregation of the “Brothers of Charity”, a document was published which permits — under certain conditions — the practice of euthanasia in a Catholic hospital. This practice, supported by the Association Provincialat des Frères de la Charité asbl, is fundamentally based on three criteria: the inviolability of life, the autonomy of the patient and the relationship of care. Such a document, however, makes no reference either to God, or to Sacred Scripture, or to the Christian vision of humanity.

The Congregation for the Doctrine of the Faith wrote to the Superior General, who had already disapproved of this document, asking for clarifications, and the then-prefect of the Dicastery informed the Holy Father about the gravity of the case in an audience on 20 May 2017.

From 27 June 2017 until now, contacts and meetings have taken place between the Congregation for the Doctrine of the Faith, the Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life, the Secretariat of State, Representatives of the Frères and of the Association Provincialat des Frères, as well as representatives of the Episcopal Conference of Belgium, in order to offer opportunities and spaces for dialogue on an extremely delicate subject and thus to find, in a spirit of sincere ecclesiality, a convergence on Catholic doctrine on the subject.

The numerous interdicasterial meetings of 31 August and 7 November 2017, of 1 February, 15 March, 20 June and 12 October 2018, and of 20 July 2019, this Dicastery’s letter to the Superior General of the Frères dated 30 June 2017, the document Principles to be observed on the accompaniment of patients in psychiatric hospitals, and the meeting which took place in Rome on 21 March 2018 should all be recalled.

In this context, the Secretary of State and the Prefects of the Congregation for the Doctrine of the Faith and of the Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life asked the Representatives of the Frères and of the Association Provincialat des Frères to unequivocally affirm in writing their adherence to the principles of the sacredness of human life and the unacceptability of euthanasia, and, as a result, their absolute refusal to carry it out in the institutions dependent on them. Unfortunately, the replies received gave no assurances on these points.

Euthanasia remains an inadmissible act, even in extreme cases, inasmuch as it “is a grave violation of the law of God, since it is the deliberate and morally unacceptable killing of a human person. This doctrine is based upon the natural law and upon the written word of God, is transmitted by the Church’s Tradition and taught by the ordinary and universal Magisterium” (John Paul II, Evangelium Vitae, n. 65).

For his part, Pope Francis has affirmed that “the current socio-cultural context is progressively eroding the awareness of what makes human life precious. Indeed, it is increasingly valued in terms of its efficiency and utility, to the point of considering lives that do not correspond to this criterion as ‘rejected’ or ‘unworthy’. In this situation of the loss of authentic values, the inalienable duties of human and Christian solidarity and fraternity also fail. In reality, a society deserves to be recognized as ‘civil’ if it develops antibodies against the throwaway culture; if it recognizes the intangible value of human life; if solidarity is actively practiced and safeguarded as the foundation of coexistence” (Pope Francis, Address to participants in the Plenary Assembly of the Congregation for the Doctrine of the Faith, 30 January 2020).

Furthermore, he reiterated that “the relational — and not merely clinical — approach to the patient, considered in the uniqueness and integrality of his person, imposes the duty never to abandon anyone in the presence of incurable diseases. Human life, because of its eternal aim, preserves all its value and all its dignity in any condition, even of precariousness and fragility, and as such is always worthy of the highest consideration” (ibid.).

In these latter words, Pope Francis touches on the theme of “compassion”, which is increasingly invoked by public opinion as a justification for euthanasia.

John Paul II had already made it unequivocally clear that euthanasia is “a false mercy, and indeed a disturbing ‘perversion’ of mercy. True ‘compassion’ leads to sharing another’s pain; it does not kill the person whose suffering we cannot bear. Moreover, the act of euthanasia appears all the more perverse if it is carried out by those, like relatives, who are supposed to treat a family member with patience and love, or by those, such as doctors, who by virtue of their specific profession are supposed to care for the sick person even in their most painful terminal stages” (Evangelium Vitae, n. 66).

In short, therefore, Catholic teaching affirms the sacred value of human life; the importance of caring for and accompanying the sick and disabled; the Christian value of suffering; the moral unacceptability of euthanasia; the impossibility of introducing this practice into Catholic hospitals, even in extreme cases, and of collaborating in this regard with civil institutions.

It seems clear that the position of the Brothers of Charity group in Belgium does not conform to such principles. Indeed: 1.) it rejects the absolute nature of respect for life, or rather, it calls into doubt that the life of an innocent human being must be respected “always”, leaving open the possibility of exceptions; 2.) with regard to the importance of the care and accompaniment of psychiatric patients, it refers to the Belgian law on euthanasia, clearly opening the possibility for non-terminal psychiatric patients; 3.) it leaves the responsibility and the right to accept or reject the request for euthanasia (“medical act”) to the doctor, thereby excluding the hospital’s choice; 4.) it maintains the possibility of euthanasia within the Institute with the justification of enabling family members to avoid the effort of having to find another solution.

The report of the Apostolic Visitator, H.E. Bishop Jan Hendriks, also demonstrated no progress, since it shows the profound difficulty in maintaining the link between the works and the Congregation of the Brothers of Charity, since those responsible do not accept the commitment to finding a viable solution that avoids any form of responsibility for euthanasia on the part of the institution.

Therefore, at the end of this long and painful journey, and noting the lack of willingness to accept the Catholic Doctrine on euthanasia, it is announced, albeit with deep sadness, that the psychiatric hospitals run by the Association Provincialat des Frères de la Charité asbl in Belgium, henceforth, can no longer be considered Catholic institutions.

I gladly take this opportunity to confirm my feelings of religious respect.

Cardinal Luis F. Ladaria,
sj Prefect

✠ Giacomo Morandi Titular
Archbishop of Cerveteri
Secretary