Katholieke Stichting Medische Ethiek
27 oktober 2021

18 april 2020: Voorjaarsbijeenkomst NKZN – Voltooid Leven

Deze bijeenkomst is geannuleerd om verdere verspreiding van het COVID-19-virus (Coronavirus) te voorkomen.

Voorjaarsbijeenkomst van het Netwerk katholieke Zorgprofessionals Nederland.

Voorlopig programma:

9.30 u. Inloop
10.00 u. Eucharistieviering – hoofdcelebrant dr. L.J.M. Hendriks, rector Grootseminarie Rolduc, voorzitter Katholieke Stichting Medische Ethiek
Vanaf 11.15 u.:
– Inleiding: Voltooid Leven – historie en actuele ontwikkelingen – spreker volgt
– Tweede lezing over Voltooid Leven – invulling volgt
– Lezing “Levenskunst en Levenseinde” – dr. D. van Schalkwijk en dr. L.J.M. Hendriks

Middagprogramma:
– Discussie in kleine groepjes met plenaire nabespreking
– Afsluitend gebedsmoment
– Borrel

Kosten inclusief lunch:
€ 30,–, studenten op vertoon van studentenkaart € 15,–

Locatie
St Vituskerk
De Schaapskooi
Emmastraat 3
Hilversum

Aanmelden voor deze bijeenkomst


De aanduiding ‘katholieke arts’ verplicht tot een hoger getuigenis

Toespraak tot het wereldcongres van Katholieke artsen

H. Paus Johannes Paulus II
3 oktober 1982

Het is voor mij een reden tot grote vreugde vandaag zovele en zo befaamde vertegenwoordigers te begroeten van die verheven vorm van dienstbaarheid aan de mens, welke de medische wetenschap is, en die in deze belangrijke vergadering bijeen zijn, welke tegelijk het vijftiende congres is van de Internationale federatie van de verenigingen van katholieke artsen (FIAMC – Federazione Internazionale delle Associazioni dei Medici Cattolici) en het zestiende nationale congres van de Vereniging van Italiaanse katholieke artsen (AMCI – Associazione Medici Cattolici ltaliani).

Mijn vreugde wordt nog vergroot door de
bijzondere verscheidenheid en tegelijk diepe eenheid welke uw bijeenkomst
kenmerken: u bent namelijk afkomstig uit alle delen van de wereld en u werkt
onder de meest verschillende politieke en sociale omstandigheden en situaties,
maar u bent tegelijkertijd met elkaar verbonden door het gemeenschappelijk
christelijk geloof, dat uw dienst aan het leven en de mens ondersteunt en
bezielt. Aan allen mijn hartelijke groet en mijn erkentelijkheid, met een
bijzondere gedachte aan de velen die met toewijding en geestdrift dit congres
hebben georganiseerd. Bijzondere erkentelijkheid ben ik verschuldigd aan mgr.
Fiorenzo Angelini, die sedert zoveel jaren de ijverige en onvermoeibare
bezieler is van de Vereniging van Italiaanse katholieke artsen en in deze
omstandigheid een zeer grote hoeveelheid werk heeft verzet voor de
voorbereiding van het congres, waarvan hij met inzicht elk aspect heeft
verzorgd door verschillende en ingewikkelde moeilijkheden te overwinnen en
daarvoor terecht waardering, instemming en deelneming ontvangt.

Geen plaats zou een betere en meer
universele kijk op deze dienst aan het leven hebben kunnen bieden en
versterken, waaruit ieder voorschrift van de codex van de medische plichtenleer
zijn bestaansredenen put, dan Rome. Rome, dat de ‘eeuwige stad’ wordt genoemd,
omdat het sinds altijd lijkt te leven, stelt zich open voor deze universele
horizon, welke het tot een vast en verheven verwijzingspunt maakt voor iedere
beschaving.

Het onderwerp van uw congres omvat en
synthetiseert het mij zo dierbare probleem van de fundamentele rechten van de
mens. In alle tijden is het recht van de mens op leven erkend als een eerste en
fundamenteel recht en als wortel en bron van elk ander recht.

Het leven is derhalve een van de grootste waarden, omdat het rechtstreeks neerdaalt van God, de oorsprong van ieder leven [1Gen. 2, 7] [2Ez. 37, 8-10]. Als levend geschapen naar het beeld van de Schepper [3Gen. 1, 26] is de mens van nature onsterfelijk [4Gen. 2, 7] [5Wijsh. 2, 23]. Ik zie dat het begrip van de alomvattendheid van het leven passend wordt benadrukt in de verschillende uitspraken van het congres, in de verslagen, de mededelingen en de discussiepunten. Dat doet me genoegen, omdat ik van mening ben, dat een dergelijk standpunt van fundamenteel belang is.

Indien namelijk de dienst aan het leven
de doelstelling van de geneeskunde bepaalt, kunnen de grenzen van deze dienst
alleen maar worden getekend vanuit een werkelijk en algeheel begrip van het
leven. Met andere woorden: de dienst waartoe u bent geroepen, moet de
lichamelijkheid omvatten en tegelijk overstijgen, juist omdat deze het leven
niet uitput.

Terwijl de bijbel herinnert aan de
breekbaarheid van de menselijke situatie, kwetsbaar als een grashalm [6Jes. 40,
6]
, vluchtig als een schaduw [7Job 4, 2] [8Job 8, 9], te verwaarlozen als
een waterdruppel [9Sir. 19, 10], benadrukt zij de onmetelijke grootheid van
het leven, dat zij vereenzelvigt met het goede, terwijl zij aan de zonde niet
alleen de smet van de schuld toeschrijft, maar de pijn zelf van de ziekten en
van de lichamelijke dood. Door de zonde heeft de mens voor zichzelf en voor
zijn nakomelingen de onsterfelijkheid verloren [10Rom. 5, 12] [111 Kor. 15, 21].

Deze brede kijk op het levensbegrip
wordt bekrachtigd door de wijze waarop de door Christus bewerkte verlossing
wordt voorgesteld, welke wordt gezien als een terugkrijgen van het leven, een
hernemen van het leven, een geven van het leven in overvloed [12Joh. 10, 10].
De ‘genade’ is leven in Christus, en het leven terugvinden betekent opnieuw
geplaatst worden in het scheppingsplan van God, die bij definitie ‘de levende
God’ is [13Deut. 5, 23] [14Mt. 26, 63].

Terecht hebt u, illustere artsen, die
bent samengekomen om de vele problemen te bestuderen die de gezondheid
betreffen, daarom de nadruk gelegd op de verdediging van het leven, want in
deze hoogste waarde worden de uiteindelijke redenen gevonden, welke uw
betrokkenheid op de verschillende gebieden van de respectieve specialisaties
rechtvaardigen. U komt de taak toe het leven te beschermen, te waken dat het
groeit en zich ontwikkelt in heel de loop van het bestaan met respect voor het
plan, dat de Schepper heeft ontworpen.

De toegenomen kennis van de
verschijnselen, die het leven beheersen, heeft de grenzen van de medische
wetenschap grotelijks verruimd, waarvan de dienst zich beweegt naar de
terreinen van de voorkomende, genezende en herstellende geneeskunde, met
onuitputtelijke inspanningen om de levensvoorwaarden te regelen, te verdedigen,
te verbeteren en te herkrijgen door het menselijk wezen vanaf de allereerste
stadia van het bestaan te begeleiden tot aan het onvermijdelijke verval.

Vandaag staat de geneeskunde bovendien
meer dan ooit in het middelpunt van het gemeenschapsleven als bepalende factor
in de opvoedingsprogramma’s, in de waardering van heel de mens, in de
organisatie van aangepaste levensvormen, in het terugkrijgen van in gevaar
gebrachte of verloren waarden, in een steeds nieuwe reden tot hoop te geven aan
de mens.

De Kerk heeft vanaf haar ontstaan de
geneeskunde altijd beschouwd als een belangrijke steun voor haar eigen
verlossingszending ten aanzien van de mens. Vanaf de oude xenodochos tot de
eerste ziekenhuiscomplexen en tot vandaag heeft de bediening van het
christelijk getuigenis gelijke tred gehouden met die van de zorg voor de
zieken. En zouden we niet het feit benadrukken, dat dezelfde aanwezigheid van
de Kerk in de missiegebieden zich onderscheidt door een ijverige aandacht voor
de gezondheidsproblemen? Dat gebeurt geenszins als een vervangende functie als
aanvulling ten opzichte van de openbare instellingen, maar omdat de dienst aan
de geest van de mens niet tenvolle kan worden verwezenlijkt, tenzij ze als
dienst aan zijn psycho-fysieke eenheid wordt verleend. De Kerk weet heel goed,
dat het lichamelijk kwaad de geest gevangen houdt, zoals het kwaad van de geest
het lichaam tot slavernij brengt.

Het is overigens niet zonder betekenis
dat door de Kerk gecanoniseerde heiligen – zoals Johannes de Deo en Camillus de
Lellis, om vele anderen maar niet te noemen – beslissende vernieuwingen hebben
gebracht op het gebied van een steeds aandachtiger en meer omvattende hulp aan
de zieken. Overigens zou een aandachtige bestudering van de christelijke
ascetische normen de niet bijkomstige bijdrage aan de opvoeding van de mens in
de algehele zorg voor zijn fysieke en psychische gezondheid kunnen doen
ontdekken. En was het niet uw collega, Alexis Carrel, die bijvoorbeeld
verdedigde, dat het gebed de mens met God verzoent en met zichzelf, en wordt
bevestigd als geneesmiddel voor de geest met documenteerbare gevolgen voor de
algehele gezondheid van de persoon? [15A. Carrel, La prière, Parijs 1935]

Dit in aanmerking nemend verklaarden de
vaders van het Tweede Vaticaans Concilie in hun oproep aan de denkers en
wetenschapsmensen met bewogen fierheid: ‘Uw weg is de onze. Uw paden lopen
steeds evenwijdig aan de onze. Wij zijn de vrienden van uw roeping als
beoefenaars van de wetenschap, de deelgenoten van uw inspanningen, de
bewonderaars en van uw veroveringen en, als het nodig is, de troosters van uw
ontmoedigingen en uw mislukkingen. Ook voor u dus hebben wij een boodschap en
wel deze: zet uw onderzoekingen onvermoeibaar voort zonder ooit aan de waarheid
te wanhopen … ‘  [162e Vaticaans
Concilie, Overig document, Boodschap aan de mensen van het intellect en van de
wetenschap (8 dec 1965), 4: “Ook voor u dus hebben wij een boodschap en wel
deze: zet uw onderzoekingen onvermoeibaar voort zonder ooit aan de waarheId te
wanhopen. Herinnert u het woord van een van uw grote vrienden, de heilige
Augustinus: “Laten …]

Ik zelf heb in mijn recente encycliek
‘Laborem Exercens’ hulde gebracht aan het belang van uw taak door op het
primaire recht te wijzen van ieder mens op wat noodzakelijk is voor de zorg
voor zijn gezondheid en dus voor een evenredige gezondheidszorg. [17H. Paus
Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek
Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 19: “Na aldus de voornaamste
taak omschreven te hebben die de zorg voor het verschaffen van werk aan alle
arbeiders met zich meebrengt, als men de eerbied voor de onvervreemdbare
rechten van de mens op zijn arbeid wil veilig stellen, is …]
Het doet me
genoegen hier dit thema te hernemen om de plicht te bekrachtigen welke aan de
medische wetenschap toekomt zich te vervolmaken om de omstandigheden ‘waaronder
en het milieu te verbeteren waarin die fundamentele menselijke activiteit wordt
uitgeoefend, welke de arbeid is. Indien wij willen, dat de arbeid, steeds meer
gepersonaliseerd wordt, moet allereerst haar gezondheid worden gewaarborgd.

Uw inspanning, edelachtbare heren, kan
niet beperkt blijven tot louter correcte beroepsuitoefening, maar moet gedragen
worden door die innerlijke houding welke zeer juist ‘geest van dienstbaarheid’
wordt genoemd. De patiënt aan wie u namelijk uw zorgen en uw studies wijdt, is
geen naamloos individu om wat de vrucht van uw kennis is op toe te passen, maar
is een verantwoordelijk persoon die gevraagd moet worden deel te nemen aan de
verbetering van zijn gezondheid en het bereiken van de genezing. Hij moet in de
gelegenheid worden gesteld persoonlijk te kunnen kiezen en mag niet onderworpen
worden aan de beslissingen en keuzen van anderen.

In deze zin komt de roep tot
‘vermenselijken’ van het werk van de arts en de plaatsen waar het wordt
uitgeoefend naar voren. De vermenselijking betekent de afkondiging van de
waardigheid van de menselijke persoon, eerbiediging van zijn lichamelijkheid,
zijn geest, zijn cultuur. Het is uw taak te trachten steeds dieper de
biologische mechanismen te ontdekken die het leven regelen om er aldus op te
kunnen ingrijpen krachtens de macht over de dingen welke de Heer aan de mens
heeft willen geven. Maar terwijl u dat doet, is het bovendien uw plicht
voortdurend in het perspectief van de menselijke persoon en de eisen te
blijven, die uit zijn waardigheid voortvloeien. Concreet: niemand van u kan
zich beperken om geneesheer van een orgaan of van een apparaat te zijn, maar
moet zich belasten met de hele persoon en bovendien van de tussenpersoonlijke
verhoudingen die bijdragen aan zijn welzijn.

Wat dit betreft brengt de aanwezigheid
van geleerden, clinici, artsen, geneeskundigen die uit alle delen van de wereld
komen, mij ertoe een ernstig en dringend probleem naar voren te brengen: dat
van te voorzien in de bescherming, verdediging en bevordering van het menselijk
leven door de filter van de verschillende culturen. In zover de mens beeld van
God is, is hij de weerspiegeling van het oneindig aantal gezichten, welke de
Schepper aanneemt in zijn schepselen; gezichten die getekend zijn door het
milieu, de sociale omstandigheden, de traditie, in één woord door de cultuur.
Het is wezenlijk, dat in de verschillende culturele samenhangen de schittering
van deze weerspiegeling niet wordt verduisterd, noch de trekken van dit beeld
worden geschonden. Het is de taak van iedere burger, maar vooral van hen die,
zoals u, directe sociale verantwoordelijkheid dragen, zich in te spannen om
eventuele vormen van ingrijpen op de mens, welke in strijd blijken met zijn
waardigheid als schepsel van God, te onderkennen en doeltreffend te bestrijden.

Om dat te doen, is een individuele actie
niet voldoende. Het vereist een gezamenlijk, overdacht, gepland, voortdurend en
edelmoedig werk, en niet alleen in het kader van afzonderlijke landen, maar ook
op internationale schaal. Een coördinatie op wereldniveau zou namelijk tot een
betere verkondiging en een doeltreffender verdediging van uw geloof, uw cultuur
en uw christelijke verplichting in staat kunnen stellen, bij het
wetenschappelijk onderzoek en in uw beroep.

Ik voel, dat in uw congres een boodschap
aanwezig is en die moet steeds uitdrukkelijker worden gemaakt door uw
individueel en gezamenlijk handelen. Het is de oproep aan de sociale
gemeenschap en haar verantwoordelijken dat de onmetelijke hulpbronnen die
verbruikt worden in technologieën van de dood, worden omgevormd in
ondersteuning en ‘ontwikkeling van technologieën van het leven.

Door een mysterie dat zijn wortels heeft
in de complexiteit en breekbaarheid van het menselijk hart, bedient de keuze
voor het goede en voor het kwaad zich van gelijke werktuigen. Technologieën die
voor het goede kunnen worden aangewend, kunnen eveneens een onmetelijk — kwaad
bewerken, en de scheidsrechter over hun toepassing en hun gebruik is- alleen de
mens.

Er zijn bovendien talrijke projecten op
het gebied van het wetenschappelijk onderzoek, die sinds lang op een grotere
steun wachten om vooruit te worden gebracht, en in plaats daarvan ter zijde
worden geschoven bij gebrek aan fondsen. Laboratoria waarvan een woord van hoop
wordt verwacht om de bijzondere ziekten te bestrijden, die in onze tijd zijn
verspreid, lijken te kwijnen, ongetwijfeld niet bij gebrek aan geschoolde
mensen, maar omdat de noodzakelijke financiën vergokt worden op renbanen van
verwoesting, oorlog en dood.

Niet anders ligt het probleem ten
aanzien van enkele andere zeer ernstige verschijnselen van onze tijd. Laat me
vooral het probleem van de ondervoeding en onderontwikkeling benadrukken. Op de
landkaart van het bestaan duiken vandaag uitgestrekte gebieden op en hele
volkeren die ellende en honger lijden. Terwijl rijke volkeren getroffen worden
door stofwisselingsziekten vanwege overdadige voeding, maait de honger nog
steeds zijn slachtoffers neer, vooral onder de zwaksten, de kinderen en de
bejaarden.

Het is niet toegestaan te blijven
zwijgen en traag te blijven tegenover dit drama, vooral wanneer de mogelijke
oplossing ervan wordt gezien in een verstandig gebruik van de beschikbare
hulpmiddelen. Moge uw stem zich verenigen met die van alle mensen van goede wil
om de verantwoordelijken voor het algemeen belang een meer besliste inzet te vragen
om prioriteit te geven aan de snelle en concrete oplossing van dit vreselijke
en dramatische probleem.

Uw congres is een congres van katholieke
artsen. Deze hoedanigheid van ‘katholiek’ verplicht u met woord en voorbeeld te
getuigen van het geloof in een leven dat de aardse lotgevallen overstijgt en op
een hoger en goddelijk plan wordt geplaatst.

Dit is niet van bijkomstig belang bij de
uitoefening van uw beroep. De ervaring leert namelijk, dat de mens die behoefte
heeft aan zowel preventieve als therapeutische bijstand, eisen te kennen geeft
die boven de gangbare organische ziektekunde uitgaan. Van de arts verwacht hij
niet alleen een evenredige zorg – een zorg die overigens vroeg of laat
noodlottig zal eindigen omdat ze onvoldoende blijkt – maar ook de menselijke
steun van een broeder, die hem een levensvisie weet mee te delen, waarin ook
het mysterie van het lijden en de dood een zin vinden. En waar kan, tenzij in
het geloof, dat rustgevende antwoord worden verkregen op de hoogste bestaansvragen?
Vanuit dit gezichtspunt wordt uw aanwezigheid naast de zieke verbonden met die
van allen, die priesters, religieuzen en leken – betrokken zijn bij de
pastoraal van de zieken. Niet weinig aspecten van deze pastoraal vallen samen
met de problemen en taken van dienst aan het leven, welke door de geneeskunde
wordt verleend. Er is een noodzakelijke wisselwerking tussen de uitoefening van
het medisch beroep en het pastoraal handelen, omdat het enige voorwerp van
beide de mens is, gezien in zijn waardigheid als kind van God, als broeder die
evenals wij hulp en troost nodig heeft. De terreinen van deze mogelijke een
noodzakelijke wisselwerking zijn verscheiden; daarom stel ik er belang in uw
aandacht te vestigen op het gebied van het gezin dat – vooral vandaag dikwijls
beproefd wordt door grote narigheden en geroepen is zich te meten met het
moeilijke probleem van een verantwoord ouderschap, dat beleefd wordt in respect
voor de goddelijke wetten, die de overdracht van het leven regelen en tegelijk
een waarachtige echtelijke liefde bevorderen.

Met de wens dus, dat onder u allen die
op het terrein van de gezondheid werken, steeds meer de oprechte bereidheid
groeit tot ontmoeting, gesprek, opbouwende samenwerking, wijs ik allen op
Christus als het hoogste voorbeeld, die geneesheer van de geest was en dikwijls
van het lichaam van allen die Hij ontmoette op de wegen van zijn aardse
pelgrimstocht; Christus, vooral die de kelk van het lijden aanvaardde te
drinken tot de bodem. Door de menselijke omstandigheden aan te nemen en het
leed tot de dood te ervaren, de dood op het kruis enige schuld, heeft Christus
zich tegelijk tot beeld van ziekte en genezing, van nederlaag en heil gemaakt,
opdat allen die op aarde en in elke tijd zich moeten meten met het lijden, in
Hem een gegronde hoop zouden hebben.

Moge Christus in het mysterie van zijn
lijden en verrijzenis daarom voor de ogen van uw geest staan, beoefenaars van
de geneeskunde. Moge Hij u voortdurend onderrichten over de waardigheid van uw
beroep en u in alle omstandigheden de houdingen én stappen ingeven, welke een
gedragslijn die met het geloof samenhangt, wijst en vereist. De mensen van
vandaag vragen niet alleen de bevestiging van beginselen, maar de bijdrage van
tekens, van een gelovig getuigenis.

Moge de maagd, Onze Lieve Vrouw van de
wijsheid, die overal wordt aangeroepen als heil van de zieken, uw wegen
geleiden en aan uw dienst aan het leven die eigenschappen van goedheid, begrip,
beschikbaarheid en toewijding willen verlenen, die in haar de hoogste verwezenlijking
hebben gevonden.

Met deze gevoelens verleen ik u en allen die u vertegenwoordigt, de apostolische zegen als bemiddeling van alle gewenste hemelse gunsten.

Overgenomen met toestemming van RK Documenten.nl