Katholieke Stichting Medische Ethiek
21 september 2021

Waarom een objectieve moraal het geluk van de mens dient

Katholiek Nieuwsblad, 17 mei 2021

door Broeder René Stockman f.c., generaal overste van de Broeders van Liefde

Als mens hebben we nood aan waarheid én aan medeleven, aan opwekking én aan ondersteuning. Daarom is het goed dat de Kerk helder spreekt over wat goed en wat kwaad is.

We beleven vandaag een nieuwe paradox. Enerzijds worden we overrompeld door een overvloed aan nieuwe wetten. Die hebben meer en meer betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer en levensovertuiging van mensen, vooral gestuurd vanuit allerlei ideologieën. Anderzijds is er een steeds grotere allergie voor een algemeen geldende moraal die verwijst naar wat zedelijk goed en kwaad is en richting probeert te geven aan het handelen.

Vrijheid en waarheid

Deze ideologieën beweren dat ze de mens willen helpen om zijn individualistische zelfverwerkelijking te realiseren en het zogenaamde juk dat de moraal op zou leggen, af te werpen. Ze zien een moraal gebaseerd op de natuurwet, die al eeuwenlang de basis is van de westerse maatschappelijke orde, als een inbreuk op de menselijke vrijheid en zelfbeschikking. De nieuwe, zogenaamd vooruitstrevende ideologieën, verwerpen zo’n moraal volledig, waardoor de samenleving in een diepe morele crisis is beland, die helaas ontelbare slachtoffers maakt.

Deze crisis wortelt in de verbroken eenheid tussen vrijheid en waarheid. Velen menen immers dat de menselijke vrijheid onbeperkt groot is en door niets meer gebonden, ook niet door de waarheid. Niets zou vooraf bepaald en gegeven zijn, alles nog te maken; niets is op voorhand goed of kwaad; alle goeds is nog te scheppen.

De mantel der liefde

Vandaag aanvaardt men geen vaste standaard meer op basis waarvan we handelingen kunnen beoordelen; alles lijkt beoordeeld te worden vanuit de situatie waarin een handeling wordt gesteld en de innerlijke motivatie van de mens waaruit ze wordt gesteld: die bepalen exclusief het morele gehalte van de handeling. Traditioneel lag dit anders: het goede werd goed genoemd, het kwade kwaad, en daartussen bepaalden sommige criteria en omstandigheden de ernst van het kwaad.

Deze ideologieën hebben hun weg gevonden naar theologische stromingen die het personalisme en het daarmee verbonden proportionalisme en consequentalisme prediken. Daardoor worden goed en kwaad zodanig gerelativeerd dat er geen sprake meer kan zijn van objectief goed en kwaad, en dus ook niet meer van zonde.

Het is daarom bon ton geworden vanuit een zogenaamde pastorale bekommernis alles te vergoelijken en met de mantel der liefde te bedekken. Want Christus was toch ook vergevingsgezind naar de overspelige vrouw en de moordenaar op het kruis? Men vergeet hierbij te vragen of Jezus met de vergiffenis ook de daad goedkeurde. Men vergeet dat de overspelige vrouw de opdracht meekreeg niet meer te zondigen en de moordenaar vergiffenis kreeg nadat hij zijn schuld had bekend.

Streven naar heiligheid

Niemand minder dan Augustinus formuleert dit onderscheid krachtig in zijn uitspraak dat we de zondaar moeten liefhebben maar de zonde verafschuwen. Een onderscheid dat vaak niet gemakkelijk is, want een daad wordt steeds door een bepaalde persoon gesteld, zodat er een wezenlijke band bestaat tussen die twee. Maar het onderscheid helpt ons om onze objectiviteit te handhaven in de beoordeling van de daad en de subjectiviteit te laten gelden in de beoordeling van de dader en het begrip dat we in meer of mindere mate kunnen opbrengen voor de daad. Het is dit onderscheid dat in een sfeer van vergoelijking totaal is verdwenen.

We moeten ons als christenen afvragen of we elkaar op deze wijze ten diepste een dienst bewijzen, of elkaar juist belemmeren om onze roeping als mens in het algemeen en als christen in het bijzonder te beleven. Jezus roept ons in het Evangelie op om heilig te worden zoals de Vader in de hemel heilig is. Dat is de referentie voor ons leven waartoe we uitgenodigd worden en waarnaar we moeten streven, jawel, vanuit en met onze menselijke beperkingen. Ook paus Franciscus roept ons hiertoe meermaals uitdrukkelijk op. Streven naar heiligheid is geen relict uit een ver katholiek verleden, maar een hedendaagse oproep voor ieder die zich christen noemt.

De wet in ons hart

Bewust of onbewust zoekt ieder immers naar het volle leven, het absoluut goede. En aangezien enkel God goed is, kan ieder bij Hem terecht om te weten wat goed en kwaad is. God laat zich op velerlei wijzen kennen, maar eerst en vooral door de wet die geschreven staat in ons hart, de natuurwet. Die is niets anders dan het licht van het verstand dat God ons ingestort heeft, waardoor we te weten komen wat we te doen en te laten hebben. Deze natuurwet wordt expliciet gemaakt door de Tien Geboden; ze gaan hand in hand en beschermen de unieke eigenheid en waardigheid van de menselijke persoon.

De nieuwe wet die Jezus in de Bergrede gaf, is niet tegengesteld aan natuurwet of decaloog; integendeel, de Bergrede is de vervulling van de Tien Geboden. Jezus verinnerlijkt de geboden en roept zijn volgelingen op tot een uiterst genereus antwoord. Zo is de Bergrede de magna charta van de evangelische moraal.

Het ideaal

Het kerkelijk leergezag moet natuurwet, decaloog en Bergrede aan alle generaties voorhouden in het licht van Christus. En hoewel de Kerk geen filosofisch of theologisch denksysteem wil opleggen, heeft het leergezag toch de plicht te zeggen dat sommige opvattingen en denkrichtingen tegen de geopenbaarde waarheid ingaan.

Daarmee wordt mensen geen ondraaglijke last opgelegd, noch hun vrijheid beknot. Het helpt hen het ideaal van het leven niet uit het oog te verliezen. We zijn allemaal op een of andere wijze ver verwijderd van dat ideaal, maar de weg daarheen wordt niet eenvoudiger door het ideaal te verduisteren of als achterhaald te beschouwen.

Het punt gemist

Wie de kerkelijke moraalleer a priori verwerpt omdat deze zogezegd onvoldoende rekening houdt met de realiteit van het leven of blijk zou geven van een tekort aan liefde voor het leven van concrete mensen, mist het punt: als mens hebben we immers nood aan waarheid én aan medeleven, aan opwekking én aan ondersteuning. Men doet alsof iedere uitspraak van het leergezag die niet in de lijn van een hedendaagse ideologie ligt, een veroordeling inhoudt van concrete mensen, en een reden zou zijn waarom mensen de Kerk massaal verlaten.

Zolang er liefde is, lijkt – volgens die houding – alles toegelaten. Er wordt dan opnieuw naar Augustinus verwezen: “Bemin, en doe wat je wilt.” Hierbij wordt vergeten dat Jezus het liefdesgebod formuleerde als vervolmaking van de Wet, niet om de Wet op te heffen.

Gewetensvorming

“We willen niemand veroordelen en verliezen”, is dan vaak een bijkomend argument. En inderdaad, het kan nooit de bedoeling zijn om mensen te veroordelen en aan hun lot over te laten.

Maar wanneer men – zoals men terecht zegt –het geweten de plaats wil geven die het toekomt in het morele oordeel, dan moet dit geweten gevormd worden en rekening houden met een duidelijk referentiekader. Het kan niet zomaar afhangen van de invulling die men zelf geeft aan goed en kwaad. Als het geweten zich opsluit in een louter persoonlijke overtuiging over zedelijk goed en kwaad, is het slechts een zeer beperkte individualistische reflectie, die de toets aan het objectieve goed en kwaad ontloopt.

Gewetensvorming betekent juist een groeiend vermogen om het persoonlijk handelen tegen het universeel goede af te wegen. De psychologie besteedt ruim aandacht aan dit innerlijk groeiproces en de wijze waarop begeleiding en voorbeelden nodig zijn om tot een volwassen geweten te komen. Het lijkt dat men dit natuurlijk groeiproces in de mens vandaag geen kans meer wil geven en het wil vervangen door een geweten dat zich nog louter door emoties laat leiden.

Daad van liefde

Dit is één van de grote vergissingen in deze tijd, die het echte geluk van mensen verhindert. Het is betreurenswaardig en pijnlijk dat mensen die geroepen en verantwoordelijk zijn om anderen in geloof te begeleiden en voor te gaan, zich in hun ongenuanceerde kritiek op het kerkelijk leergezag méér laten leiden door populisme en ideologieën dan door dat geloof.

Als we als kerkgemeenschap het hoederschap over onze broeders en zusters ter harte willen nemen, moeten we elkaar helpen om het goede in ons leven te laten groeien en het kwade af te zweren. Dit veronderstelt dat we eerlijk durven zijn over wat goed en kwaad is, in de eerste plaats voor onszelf, maar ook naar anderen toe. Dat is een oprechte daad van liefde en een geestelijk werk van barmhartigheid bij uitstek.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Morele principes staan niet los van de wereld

Message at the 150th anniversary of the proclamation of St. Alphonsus Maria de Liguori Doctor Ecclesiae

Pope Francis
23 March 2021

To the Reverend Fr. Michael Brehl, C.Ss.R., Superior General of the Congregation of the Most Holy Redeemer and Moderator General of the Alphonsianum Academy

One hundred and fifty years ago, on 23 March 1871, Pius IX proclaimed Saint Alphonsus Maria de’ Liguori Doctor of the Church.

The Bull of proclamation of Saint Alphonsus as Doctor illustrates the specific nature of his moral and spiritual offering, known how to show “the sure way in the tangle of contrasting opinions of rigourism and laxity” [1Pope Pius IX, Acta Sancta Sedis, vol. VI, Typis Polyglottae Officinae S. C. De Propaganda Fidei, Rome 1871, 318.].

One hundred and fifty years after this joyous event, the message of Saint Alphonsus Maria de’ Liguori, patron of confessors and moralists, and model for the whole of the outbound missionary Church, still vigorously indicates the high road for bringing consciences to the welcoming face of the Father, since “the salvation which God offers us is the work of his mercy” [2Evangelii Gaudium 112].

Listening to reality

The Alphonsian theological approach was born from listening to and accepting the weaknesses of the men and women who were most abandoned spiritually. The Holy Doctor, formed according to a rigourist moral mentality, converted to “benignity” through listening to reality.

The missionary experience in the existential peripheries of his time, the search for those far away and listening to confessions, the founding and guidance of the nascent Congregation of the Most Holy Redeemer, and in addition the responsibilities as bishop of a particular Church, led him to become a father and maser of mercy, certain that “God’s paradise is the heart of man” [3A. De’ Liguori, “The Way to Converse with God” in Ascetical Works vol. 1., C.Ss.R., Roma 1933, 316.].

The gradual conversion towards a decidedly missionary pastoral ministry, capable of closeness to the people, of being able to accompany their steps, to share in their real life even in the midst of great limits and challenges, drove Alphonsus to review, not without effort, even the theological and juridical grounding he had received in the years of his formation; initially marked by a certain rigour, it then turned into a merciful, dynamic approach, an evangelising dynamism able to act by attraction.

In theological disputes, preferring reason to authority, he did not stop at the theoretical formulation of principles, but rather allowed himself to be interrogated by life itself. Advocate of the least, the frail and those discarded by the society of his time, he defended the rights of all, especially the most abandoned and the poor. This approach led him to the final decision to place himself at the service of consciences that sought, even amid a thousand difficulties, the right thing to do, faithful to God’s call to holiness.

Saint Alphonsus, then, was neither lax nor strict. He was a realist in the true Christian sense, because he understood clearly that “at the very heart of the Gospel is life in community and engagement with others” [4Evangelii Gaudium 177].

The proclamation of the Gospel in a rapidly changing society demands the courage to listen to reality, to “educate consciences to think in a different way, in contrast to the past” [5Ibid., 221.].

Every pastoral action has its roots in the salvific encounter with God in life, is born of listening to life, and is nurtured by a theological reflection able to take on board the questions posed by people and to indicate viable paths. Based on the example of Alphonsus, I invite moral theologians, missionaries and confessors to enter into a living relationship with the people of God, and to look at existence from their angle, to understand the real difficulties they encounter and to help heal wounds, because only true fraternity is “capable of seeing the sacred grandeur of our neighbour, of finding God in every human being, of tolerating the nuisances of life in common by clinging to the love of God, of opening the heart to divine love and seeking the happiness of others just as their heavenly Father does” [6Evangelii Gaudium 92].

True to the Gospel, may Christian moral teaching called to proclaim, deepen and teach, always be a response to “the God of love who saves us, to see God in others and to go forth from ourselves to seek the good of others” (EG 39). Moral theology cannot reflect only on the formulation of principles, of rules, but needs to be proactive about the reality that exceeds any idea [7Evangelii Gaudium 231]. This is a priority [8Evangelii Gaudium 34-39], since the mere knowledge of theoretical principles, as Saint Alphonsus himself reminds us, is not enough to accompany and sustain consciences in the discernment of the good that is to be done. It is necessary for knowledge to become practice through listening to and receiving the least, the frail and those regarded as rejects by society.

Mature consciences for an adult Church

Following the example of Saint Alphonsus Maria de’ Liguori, renewer of moral theology, [9Cf. Pope John Paul II, “Spiritus Domini”, in Enchiridium Vatican, vol. 10, Ed. Dehoniane, Bologna 1989, p. 1420 [cf. AAS79 (1987) pp. 1367-1368].] it becomes desirable and therefore necessary to walk alongside, accompany and support those most deprived of spiritual aid on the path towards redemption. Evangelical radicalism should not be set against human weakness. It is always necessary to find a way that does not distance but rather brings hearts closer to God, as Alphonsus did with his spiritual and moral teaching. This is because “the great majority of the poor have a special openness to the faith; they need God and we must not fail to offer them his friendship, his blessing, his word, the celebration of the sacraments and a journey of growth and maturity in the faith. Our preferential option for the poor must mainly translate into a privileged and preferential religious care” [10Evangelii Gaudium 200].

Like Saint Alphonsus, we are called to go towards the people as an apostolic community that follows the Redeemer among the abandoned. This reaching out to those without spiritual aid helps to overcome the individualistic ethos and to promote a moral maturity capable of choosing the true good. By forming responsible and merciful consciences we will have an adult Church capable of responding constructively to social fragilities, in view of the kingdom of heaven.

Reaching out towards the most fragile makes it possible to combat “the laws of competition and the survival of the fittest” in which “human beings are themselves considered consumer goods to be used and then discarded”, giving rise to the “throwaway culture”. [11Evangelii Gaudium 53].

In these times, society is facing countless challenges: the pandemic and work in the post-Covid world, the care that is to be guaranteed to all, the defence of life, input from artificial intelligence, the protection of creation, the anti-democratic threat, and the urgency of brotherhood. Woe to us if, in this evangelising effort, we were to separate “the cry of the poor” [12Cf. Laudato si’, no. 49.] from “the cry of the earth” [13Pope Francis, “Progettare passi coraggiosi per meglio rispondere alle attese del popolo di Dio. Discorso di sua santità Papa Francesco” in Studia Moralia, 57/1 (2019), 13-16.].

Alphonsus de’ Liguori, master and patron of confessors and moralists, offered constructive answers to the challenges of the society of his time, through popular evangelisation, indicating a style of moral theology capable of holding together the need for the Gospel and human fragility.

I invite you to follow the example of the Holy Doctor and to approach seriously, at the level of moral theology, “the cry of God who asks us all: ‘Where is your brother?’ (Gen 4: 9). Where is your brother or sister who is enslaved? Where is the brother and sister who you are killing each day in clandestine warehouses, in rings of prostitution, in children used for begging, in exploiting undocumented labour?” [14Evangelii Gaudium 211].

Faced with epochal changes such as the present one, there is a real risk of making the rights of the strong dominant, forgetting those most in need.

The formation of consciences for good seems to be an indispensable goal for every Christian. Giving space to consciences – the place where God’s voice resounds – so that they can carry out their personal discernment in the reality of life [15Amoris Laetitia 37] is a formative task to which we must remain faithful. The attitude of the Samaritan (Lk 10:33-35), as I have indicated in Fratelli tutti, spurs us in this direction.

Moral theology must not be afraid to take up the cry of the least of the earth and make it its own. The dignity of the fragile is a moral duty that cannot be evaded or postponed. It is necessary to testify that right always means solidarity.

I invite you, as Saint Alphonsus did, to go towards the fragile brothers and sisters of our society. This entails the development of a moral theological reflection and pastoral action, capable of being committed to the common good, which has its root in the proclamation of the kerygma, which has a decisive role in the defence of life, towards creation and brotherhood.

On this special occasion I encourage the Congregation of the Most Holy Redeemer and the Pontifical Alphonsianum Academy, as its expression and centre of high theological and apostolic formation, to enter into constructive dialogue with all the demands of every culture [16Querida Amazonia, no. 36.], to seek apostolic, moral and spiritual answers in favour of human fragility, in the knowledge that dialogue is marturya.

May Saint Alphonsus Maria de’ Liguori and Our Lady of Perpetual Help always be your travelling companions.

Rome, Saint John Lateran, 23 March 2021.

Francis