Katholieke Stichting Medische Ethiek
7 juli 2022

Vaticaans astronoom over vaccindebat: ‘Vertrouw de wetenschap, maar verafgood haar niet’

Katholieke Nieuwsblad, 21 januari 2022
door Carol Glatz

Degenen die hardnekkig sceptisch zijn over de wetenschap en degenen die haar gretig als onfeilbaar omarmen, koesteren beide een gevaarlijk misverstand over wat wetenschap is. Dat schrijft de Amerikaanse jezuïet en astronoom van het Vaticaan Guy Gonsolmagno.

De beide tendensen weerspiegelen “de verleiding om van wetenschap of geloof een vesting te maken tegen onze fundamentele en menselijke angst voor onzekerheid”, zo schrijft broeder Guy Gonsolmagno in het januarinummer van het Italiaanse jezuïetentijdschrift La Civilta Cattolica. Beide zijn te zien in het debat over coronavaccins. “We vertrouwen het vaccin niet omdat het perfect is, maar omdat het de kans om niet ziek te worden enorm vergroot. Het echte en duidelijke probleem ligt in het feit dat de mccsten van ons niet begrijpen hoe waarschijnlijkheid werkt: daarom zijn casino’s en loterijen zo succesvol”, aldus Gonsolmagno.

Vaccinsceptici en samenzweringstheoretici hebben een verkeerd beeld van wat wetenschap is en wat die kan beloven, zo stelt de katholieke wetenschapper. Aan de andere kant zijn er de mensen die de wetenschap ten onrechte als onfeilbaar beschouwen; zij voeden uiteindelijk de wetenschapsscepsis.

Consolmagno is planetair astronoom en directeur van de Vaticaanse sterrenwacht. Hij schrijft dat het belangrijk is dat mensen het ware doel van de wetenschap begrijpen en inzien hoe belangrijk en noodzakelijk twijfel is om vooruitgang te boeken en meer begrip te krijgen.

Een populaire slogan van voorstanders van coronavaccins is trust the Science, ‘vertrouw op de wetenschap’, zo merkt hij op. Die slogan drukt terecht uit dat de wetenschap een betrouwbare weg naar de waarheid is, vindt Consolmagno, maar hij hekelt de mensen die eruit afleiden dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is.

Misvatting

Deze valse of-of tweedeling voedt de misvatting dat geloof en wetenschap op gespannen voet met elkaar staan, schrijft hij. Het zou ook een deel van de reden kunnen zijn waarom uit een Amerikaans onderzoek uit september 2021 bleek dat de vaccinatiebereidheid onder blanke evangelicale gelovigen in de VS het laagst is van alle bevolkingsgroepen.

“In die gemeenschap bestaat een wantrouwen tegenover de wetenschap, dat zich vertaalt in scepsis tegenover vaccins. Het is alsof het onderzoek zegt dat dat wantrouwen volgt op een waargenomen noodzaak om te kiezen tussen wetenschap en geloof”, schrijft de jezuïet.

“Dit misverstand is niet alleen wijdverbreid onder degenen die sceptisch staan tegenover de wetenschap, maar ook, en misschien nog wel gevaarlijker, onder degenen die de wetenschap te overhaast omarmen.” Want wanneer de wetenschap er niet in slaagt om te voldoen aan een soort “overdreven betrouwbaarheid, voedt deze mislukking alleen maar de scepsis” over de wetenschap in het algemeen, aldus Consolmagno.

Mensen geven het misschien niet graag toe, maar “er zit een kern van waarheid in die angst om onvoorwaardelijk vertrouwen te schenken aan de wetenschap”, schrijft hij verder. “De wetenschap maakt soms fouten.”

“Coronavaccins voorkomen ziekte bij de overgrote meerderheid van degenen die gevaccineerd zijn en verminderen de ernst van de ziekte. Maar vaccins zijn niet perfect en mensen kunnen nog steeds ziek worden, ook al is dat zelden ernstig.”

De jezuïet gaat nog een stapje verder: wetenschap is bij uitstek gebaseerd op twijfel en fouten. “Falen is geen optie, het is een vereiste.” Weten dat men “niets weet”, is de drijfveer voor diepere studie en voor vooruitgang. Wetenschap is van nature altijd onvolledig, groeit en verandert naarmate nieuwe kennis en ervaring zich opstapelen, stelt hij. Je kunt prima een oud boek over filosofie of theologie lezen, “maar je zou nooit het biologieboek van je grootvader bestuderen”.

“Je wordt pas wetenschapper als je in staat bent om naar iets te kijken waarvan je dacht datje het begreep en uiteindelijk te zeggen: ‘Dat klopt niet!’ Deze onzekerheid accepteren, verplicht je echter ook om de risico’s te accepteren die verbonden zijn aan het proberen van iets onzekers.”

Sciëntisme

“Zekerheid is geen religie, maar fanatisme; het is geen wetenschap, maar sciëntisme”, dat wil zeggen een blind vertrouwen in de wetenschap.

De honger naar zekerheid en het wantrouwen tegenover gezag zijn vreemde bedgenoten, omdat de één “een perfecte waarheid wil en tegelijkertijd iedereen afwijst die zegt dat hij in staat is ons naar die waarheid te leiden”. Wat er uiteindelijk gebeurt, waarschuwt Consolmagno, is dat mensen op zoek gaan naar hun eigen antwoorden, hun eigen onderzoek online doen en “de voorkeur geven aan geheime bronnen van kennis die alleen beschikbaar zijn voor een paar mensen die er verstand van hebben”.

Dit wordt volgens hem bijzonder gevaarlijk wanneer mensen zo ver gaan in het vasthouden aan deze persoonlijke overtuigingen, dat ze er bijvoorbeeld hun baan door verliezen, en gaan denken dat ze ‘vervolgd’ worden om hun principes. Een puur verkeerde opvatting kan dan zo verankerd raken dat ze nooit meer als onjuist kan worden aanvaard, omdat ze een fundamenteel onderdeel van iemands wezen en identiteit is geworden.

“Wetenschap geeft niet de perfecte waarheid, maar experimenten en theorieën kunnen voortdurend worden verfijnd, waardoor mensen steeds nauwkeurigere beschrijvingen van de natuur krijgen”, schrijft Consolmagno. “Wetenschap bedrijven hangt af van het houden van zelfs de saaie delen van nauwgezet onderzoek doen. Het is geloven zelfs wanneer het vertrouwen in onze wetenschappelijke vooruitgang wankelt, het is bereid zijn om te vergeven en te leren van degenen die in het verleden fouten hebben gemaakt. Liefhebben betekent leven met onzekerheid, leren vertrouwen.” Leven met de onzekerheid van ziekte, de feilbaarheid van de wetenschap en de angst om je persoonlijke autonomie te verliezen, vereist vertrouwen in het werk van anderen. Dat moet volgens Consolmagno – net als de liefde – worden gedaan “met voorzichtigheid en durf”.

Wees verstandig en voorzichtig, spring er niet blind in, maar geloof ook in kennis, die mooi en feilbaar is, concludeert hij. Ondanks de onvolmaaktheid van de wetenschap, leidt ze toch tot een verhoogde kans op een gezond leven. “We zijn blij dat God ons het vermogen heeft gegeven om zijn schepping te begrijpen en te waarderen door middel van onze wetenschap.”


Paus: ‘reality check’ over vaccins nodig

De coronapandemie vraagt om een dringende realiteitscheck tegen ongegronde informatie en om grotere inspanningen zodat iedereen toegang heeft tot vaccins en andere medische hulpmiddelen. Dat zei paus Franciscus bij een recente bijeenkomst met diplomaten uit de hele wereld.

De paus drong erop aan dat regeringen en de internationale gemeenschap de effectiviteit en het belang erkennen van het immuniseren van zoveel mogelijk mensen als onderdeel van de bestrijdingvan de pandemie.

“Vaccins zijn geen tovermiddel, maar toch vormen zij de meest redelijke oplossingvoor de preventie van de ziekte”, zo zei de paus tijdens zijn jaarlijkse ontmoeting met de ambassadeurs van de 183 landen die diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan onderhouden. “Helaas komen we er steeds meer achter dat we leven in een wereld van sterke ideologische tegenstellingen” waarbij mensen zich laten beïnvloeden door “ongefundeerde informatie of slecht gedocumenteerde feiten”.

“Elke ideologische uitspraak verbreekt de band tussen de menselijke rede en de objectieve werkelijkheid”, aldus Franciscus, wat leidt tot relativisme. “De pandemie daarentegen spoort ons aan tot een soort ‘realiteitstherapie’ die ons ertoe aanzet het probleem frontaal onder ogen te zien en passende remedies aan te nemen om het op te lossen.”


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Verantwoordelijkheid voor eigen gezondheid en die van anderen is een morele verplichting

Pope Francis
10 January 2022

Your Excellencies, Ladies and Gentlemen!

Yesterday concluded the liturgical season of Christmas, a privileged period for cultivating family relationships, from which we can at times be distracted and distant due to our many commitments during the year. Today we want to continue in that spirit, as we once more come together as a large family which discusses and dialogues. In the end, that is the aim of all diplomacy: to help resolve disagreements arising from human coexistence, to foster harmony and to realize that, once we pass beyond conflict, we can recover a sense of the profound unity of all reality.

I am therefore particularly grateful to you for taking part today in our annual “family gathering”, a propitious occasion for exchanging good wishes for the New Year and for considering together the lights and shadows of our time. I especially thank the Dean, His Excellency Mr George Poulides, the Ambassador of Cyprus, for his gracious address to me in the name of the entire Diplomatic Corps. Through all of you, I extend my affectionate greetings to the peoples you represent.

Your presence is always a tangible sign of the attention your countries devote to the Holy See and its role in the international community. Many of you have come from other capital cities for today’s event, thus joining the numerous Ambassadors residing in Rome, who will soon be joined by the Swiss Confederation.

Dear Ambassadors,

In these days, we are conscious that the fight against the pandemic still calls for a significant effort on the part of everyone; certainly, the New Year will continue to be demanding in this regard. The coronavirus continues to cause social isolation and to take lives. Among those who have died, I would like to mention the late Archbishop Aldo Giordano, an Apostolic Nuncio who was well-known and respected in the diplomatic community. At the same time, we have realized that in those places where an effective vaccination campaign has taken place, the risk of severe repercussions of the disease has decreased.

It is therefore important to continue the effort to immunize the general population as much as possible. This calls for a manifold commitment on the personal, political and international levels. First, on the personal level. Each of us has a responsibility to care for ourself and our health, and this translates into respect for the health of those around us. Health care is a moral obligation. Sadly, we are finding increasingly that we live in a world of strong ideological divides. Frequently people let themselves be influenced by the ideology of the moment, often bolstered by baseless information or poorly documented facts. Every ideological statement severs the bond of human reason with the objective reality of things. The pandemic, on the other hand, urges us to adopt a sort of “reality therapy” that makes us confront the problem head on and adopt suitable remedies to resolve it. Vaccines are not a magical means of healing, yet surely they represent, in addition to other treatments that need to be developed, the most reasonable solution for the prevention of the disease.

A political commitment is thus needed to pursue the good of the general population through measures of prevention and immunization that also engage citizens so that they can feel involved and responsible, thanks to a clear discussion of the problems and the appropriate means of addressing them. The lack of resolute decision-making and clear communication generates confusion, creates mistrust and undermines social cohesion, fueling new tensions. The result is a “social relativism” detrimental to harmony and unity.

In the end, a comprehensive commitment on the part of the international community is necessary, so that the entire world population can have equal access to essential medical care and vaccines. We can only note with regret that, for large areas of the world, universal access to health care remains an illusion. At this grave moment in the life of humanity, I reiterate my appeal that governments and concerned private entities demonstrate a sense of responsibility, developing a coordinated response at every level (local, national, regional, global), through new models of solidarity and tools to strengthen the capabilities of those countries in greatest need. In particular, I would urge all states, who are working to establish an international instrument on pandemic preparedness and response under the aegis of the World Health Organization, to adopt a policy of generous sharing as a key principle to guarantee everyone access to diagnostic tools, vaccines and drugs. Likewise, it is appropriate that institutions such as the World Trade Organization and the World Intellectual Property Organization adapt their legal instruments lest monopolistic rules constitute further obstacles to production and to an organized and consistent access to healthcare on a global level.

Dear Ambassadors,

Last year, thanks also to the lessening of the restrictions put in place in 2020, I had occasion to receive many Heads of State and Governments, as well as various civil and religious authorities.

Among those many meetings, I would like to mention that of 1 July 2021, devoted to reflection and prayer for Lebanon. To the beloved Lebanese people, who are working to find a solution to the economic and political crisis that has gripped the nation, I wish today to renew my closeness and my prayers. At the same time, I trust that necessary reforms and the support of the international community will help the country to persevere in its proper identity as a model of peaceful coexistence and brotherhood among the different religions.

In the course of 2021, I was also able to resume my Apostolic Journeys. In March, I had the joy of travelling to Iraq. Providence willed this, as a sign of hope after years of war and terrorism. The Iraqi people have the right to regain their dignity and to live in peace. Their religious and cultural roots go back thousands of years: Mesopotamia is a cradle of civilization; it is from there that God called Abraham to inaugurate the history of salvation.

In September, I travelled to Budapest for the conclusion of the International Eucharistic Congress, and thereafter to Slovakia. It was an opportunity for me to meet with the Catholic faithful and Christians of other confessions, and to dialogue with the Jewish community. I likewise travelled to Cyprus and Greece, a Journey that remains vivid in my memory. That visit allowed me to deepen ties with our Orthodox brothers and to experience the fraternity existing between the various Christian confessions.

A very moving part of that Journey was my visit to the island of Lesbos, where I was able to see at first hand the generosity of all those working to provide hospitality and assistance to migrants, but above all, to see the faces of the many children and adults who are guests of these centres of hospitality. Their eyes spoke of the effort of their journey, their fear of an uncertain future, their sorrow for the loved ones they left behind and their nostalgia for the homeland they were forced to depart. Before those faces, we cannot be indifferent or hide behind walls and barbed wires under the pretext of defending security or a style of life. This we cannot do.

Consequently, I thank all those individuals and governments working to ensure that migrants are welcomed and protected, and to support their human promotion and integration in the countries that have received them. I am aware of the difficulties that some states encounter in the face of a large influx of people. No one can be asked to do what is impossible for them, yet there is a clear difference between accepting, albeit in a limited way, and rejecting completely.

There is a need to overcome indifference and to reject the idea that migrants are a problem for others. The results of this approach are evident in the dehumanization of those migrants concentrated in hotspots where they end up as easy prey to organized crime and human traffickers, or engage in desperate attempts to escape that at times end in death. Sadly, we must also note that migrants are themselves often turned into a weapon of political blackmail, becoming a sort of “bargaining commodity” that deprives them of their dignity.

Here I would like to renew my gratitude to the Italian authorities, thanks to whom several persons were able to come with me to Rome from Cyprus and Greece. This was a simple yet meaningful gesture. To the Italian people, who suffered greatly at the beginning of the pandemic, but who have also shown encouraging signs of recovery, I express my heartfelt hope that they will always maintain their characteristic spirit of generosity, openness and solidarity.

At the same time, I consider it essential that the European Union arrive at internal cohesion in handling migration movements, just as it did in dealing with the effects of the pandemic. There is a need to adopt a coherent and comprehensive system for coordinating policies on migration and asylum, with a view to sharing responsibility for the reception of migrants, the review of requests for asylum, and the redistribution and integration of those who can be accepted. The capacity to negotiate and discover shared solutions is one of the strong points of the European Union; it represents a sound model for a farsighted approach to the global challenges before us.

Nonetheless, the migration issue does not regard Europe alone, even though it is especially affected by waves of migrants coming from Africa and from Asia. In recent years, we have witnessed, among others, an exodus of Syrian refugees and, more recently, the many people who have fled Afghanistan. Nor can we overlook the massive migration movements on the American continent, which press upon the border between Mexico and the United States of America. Many of those migrants are Haitians fleeing the tragedies that have struck their country in recent years.

The issue of migration, together with the pandemic and climate change, has clearly demonstrated that we cannot be saved alone and by ourselves: the great challenges of our time are all global. It is thus troubling that, alongside the greater interconnection of problems, we are seeing a growing fragmentation of solutions. It is not uncommon to encounter unwillingness to open windows of dialogue and spaces of fraternity; this only fuels further tensions and divisions, as well as a generalized feeling of uncertainty and instability. What is needed instead is a recovery of our sense of shared identity as a single human family. The alternative can only be growing isolation, marked by a reciprocal rejection and refusal that further endangers multilateralism, the diplomatic style that has characterized international relations from the end of the Second World War to the present time.

For some time now, multilateral diplomacy has been experiencing a crisis of trust, due to the reduced credibility of social, governmental and intergovernmental systems. Important resolutions, declarations and decisions are frequently made without a genuine process of negotiation in which all countries have a say. This imbalance, now dramatically evident, has generated disaffection towards international agencies on the part of many states; it also weakens the multilateral system as a whole, with the result that it becomes less and less effective in confronting global challenges.

The diminished effectiveness of many international organizations is also due to their members entertaining differing visions of the ends they wish to pursue. Not infrequently, the centre of interest has shifted to matters that by their divisive nature do not strictly belong to the aims of the organization. As a result, agendas are increasingly dictated by a mindset that rejects the natural foundations of humanity and the cultural roots that constitute the identity of many peoples. As I have stated on other occasions, I consider this a form of ideological colonization, one that leaves no room for freedom of expression and is now taking the form of the “cancel culture” invading many circles and public institutions. Under the guise of defending diversity, it ends up cancelling all sense of identity, with the risk of silencing positions that defend a respectful and balanced understanding of various sensibilities. A kind of dangerous “one-track thinking” [pensée unique] is taking shape, one constrained to deny history or, worse yet, to rewrite it in terms of present-day categories, whereas any historical situation must be interpreted in the light of a hermeneutics of that particular time, not that of today.

Multilateral diplomacy is thus called to be truly inclusive, not canceling but cherishing the differences and sensibilities that have historically marked various peoples. In this way, it will regain credibility and effectiveness in facing the challenges to come, which will require humanity to join together as one great family that, starting from different viewpoints, should prove capable of finding common solutions for the good of all. This calls for reciprocal trust and willingness to dialogue; it entails “listening to one another, sharing different views, coming to agreement and walking together”. Indeed, “dialogue is the best way to realize what ought always to be affirmed and respected apart from any ephemeral consensus”. Nor should we overlook “the existence of certain enduring values”. Those are not always easy to discern, but their acceptance “makes for a robust and solid social ethics. Once those fundamental values are adopted through dialogue and consensus, we realize that they rise above consensus”. Here I wish to mention in particular the right to life, from conception to its natural end, and the right to religious freedom.

In this regard, in recent years we have seen a growing collective awareness of the urgent need to care for our common home, which is suffering from the constant and indiscriminate exploitation of its resources. Here I think especially of the Philippines, struck in these last weeks by a devastating typhoon, and of other nations in the Pacific, made vulnerable by the negative effects of climate change, which endanger the lives of their inhabitants, most of whom are dependent on agriculture, fishing and natural resources.

Precisely this realization should impel the international community as a whole to discover and implement common solutions. None may consider themselves exempt from this effort, since all of us are involved and affected in equal measure. At the recent COP26 in Glasgow, several steps were made in the right direction, even though they were rather weak in light of the gravity of the problem to be faced. The road to meeting the goals of the Paris Agreement is complex and appears to be long, while the time at our disposal is shorter and shorter. Much still remains to be done, and so 2022 will be another fundamental year for verifying to what extent and in what ways the decisions taken in Glasgow can and should be further consolidated in view of COP27, planned for Egypt next November.

Your Excellencies, Ladies and Gentlemen!

Dialogue and fraternity are two essential focal points in our efforts to overcome the crisis of the present moment. Yet “despite numerous efforts aimed at constructive dialogue between nations, the deafening noise of war and conflict is intensifying”. The entire international community must address the urgent need to find solutions to endless conflicts that at times appear as true proxy wars.

I think first of Syria, where the country’s rebirth does not yet clearly appear on the horizon. Even today, the Syrian people mourn their dead and the loss of everything, and continue to hope for a better future. Political and constitutional reforms are required for the country to be reborn, but the imposition of sanctions should not strike directly at everyday life, in order to provide a glimmer of hope to the general populace, increasingly caught in the grip of poverty.

Nor can we overlook the conflict in Yemen, a human tragedy that has gone on for years, silently, far from the spotlight of the media and with a certain indifference on the part of the international community, even as it continues to claim numerous civil victims, particularly women and children.

In the past year, no steps forward were made in the peace process between Israel and Palestine. I would truly like to see these two peoples rebuild mutual trust and resume speaking directly to each other, in order to reach the point where they can live in two states, side by side, in peace and security, without hatred and resentment, but the healing born of mutual forgiveness.

Other sources of concern are the institutional tensions in Libya, the episodes of violence by international terrorism in the Sahel region, and the internal conflicts in Sudan, South Sudan and Ethiopia, where there is need “to find once again the path of reconciliation and peace through a forthright encounter that places the needs of the people above all else”.

Profound situations of inequality and injustice, endemic corruption and various forms of poverty that offend the dignity of persons also continue to fuel social conflicts on the American continent, where growing polarization is not helping to resolve the real and pressing problems of its people, especially those who are most poor and vulnerable.

Reciprocal trust and readiness to engage in calm discussion should also inspire all parties at stake, so that acceptable and lasting solutions can be found in Ukraine and in the southern Caucasus, and the outbreak of new crises can be avoided in the Balkans, primarily in Bosnia and Herzegovina.

Dialogue and fraternity are all the more urgently needed for dealing wisely and effectively with the crisis which for almost a year now has affected Myanmar; its streets, once places of encounter, are now the scene of fighting that does not spare even houses of prayer.

Naturally, these conflicts are exacerbated by the abundance of weapons on hand and the unscrupulousness of those who make every effort to supply them. At times, we deceive ourselves into thinking that these weapons serve to dissuade potential aggressors. History and, sadly, even daily news reports, make it clear that this is not the case. Those who possess weapons will eventually use them, since as Saint Paul VI observed, “a person cannot love with offensive weapons in his hands”. Furthermore, “When we yield to the logic of arms and distance ourselves from the practice of dialogue, we forget to our detriment that, even before causing victims and ruination, weapons can create nightmares”. Today these concerns have become even more real, if we consider the availability and employment of autonomous weapon systems that can have terrible and unforeseen consequences, and should be subject to the responsibility of the international community.

Among the weapons humanity has produced, nuclear arms are of particular concern. At the end of December last, the Tenth Review Conference of the parties to the Treaty on the Non-Proliferation of Nuclear Weapons, which was to meet in New York in these days, was once again postponed due to the pandemic. A world free of nuclear arms is possible and necessary. I therefore express my hope that the international community will view that Conference as an opportunity to take a significant step in this direction. The Holy See continues steadfastly to maintain that in the twenty-first century nuclear arms are an inadequate and inappropriate means of responding to security threats, and that possession of them is immoral. Their production diverts resources from integral human development and their employment not only has catastrophic humanitarian and environmental consequences, but also threatens the very existence of humanity.

The Holy See likewise considers it important that the resumption of negotiations in Vienna on the nuclear accord with Iran (the Joint Comprehensive Plan of Action) achieve positive results, in order to guarantee a more secure and fraternal world.

Dear Ambassadors!

In my Message for the World Day of Peace celebrated on 1 January last, I sought to highlight several factors that I consider essential for promoting a culture of dialogue and fraternity.

Education holds a special place, since it trains the younger generation, the future and hope of the world. Education is in fact the primary vehicle of integral human development, for it makes individuals free and responsible. The educational process is slow and laborious, and can lead at times to discouragement, but we can never abandon it. It is an outstanding expression of dialogue, for no true education can lack a dialogical structure. Education likewise gives rise to culture and builds bridges of encounter between peoples. The Holy See wished to stress the importance of education also by its participation in Expo 2021 in Dubai, with a pavilion inspired by the theme of the Expo: “Connecting Minds, Creating the Future”.

The Catholic Church has always recognized and valued the role of education in the spiritual, moral and social growth of the young. It pains me, then, to acknowledge that in different educational settings – parishes and schools – the abuse of minors has occurred, resulting in serious psychological and spiritual consequences for those who experienced them. These are crimes, and they call for a firm resolve to investigate them fully, examining each case to ascertain responsibility, to ensure justice to the victims and to prevent similar atrocities from taking place in the future.

Despite the gravity of such acts, no society can ever abdicate its responsibility for education. Yet, regrettably, state budgets often allocate few resources for education, which tends to be viewed as an expense, instead of the best possible investment for the future.

The pandemic prevented many young people from attending school, to the detriment of their personal and social development. Modern technology enabled many young people to take refuge in virtual realities that create strong psychological and emotional links but isolate them from others and the world around them, radically modifying social relationships. In making this point, I in no way intend to deny the usefulness of technology and its products, which make it possible for us to connect with one another easily and quickly, but I do appeal urgently that we be watchful lest these instruments substitute for true human relationships at the interpersonal, familial, social and international levels. If we learn to isolate ourselves at an early age, it will later prove more difficult to build bridges of fraternity and peace. In a world where there is just “me”, it is difficult to make room for “us”.

The second thing that I would like to mention briefly is labour, “an indispensable factor in building and keeping peace. Labour is an expression of ourselves and our gifts, but also of our commitment, self-investment and cooperation with others, since we always work with or for someone else. Seen in this clearly social perspective, the workplace enables us to learn to make our contribution towards a more habitable and beautiful world”.

We have seen that the pandemic has sorely tested the global economy, with serious repercussions on those families and workers who experienced situations of psychological distress even before the onset of the economic troubles. This has further highlighted persistent inequalities in various social and economic sectors. Here we can include access to clean water, food, education and medical care. The number of people falling under the category of extreme poverty has shown a marked increase. In addition, the health crisis forced many workers to change professions, and in some cases forced them to enter the underground economy, causing them to lose the social protections provided for in many countries.

In this context, we see even more clearly the importance of labour, since economic development cannot exist without it, nor can it be thought that modern technology can replace the surplus value of human labour. Human labour provides an opportunity for the discovery of our personal dignity, for encounter with others and for human growth; it is a privileged means whereby each person participates actively in the common good and offers a concrete contribution to peace. Here too, greater cooperation is needed among all actors on the local, national, regional and global levels, especially in the short term, given the challenges posed by the desired ecological conversion. The coming years will be a time of opportunity for developing new services and enterprises, adapting existing ones, increasing access to dignified work and devising new means of ensuring respect for human rights and adequate levels of remuneration and social protection.

Your Excellencies, Ladies and Gentlemen,

The prophet Jeremiah tells us that God has “plans for [our] welfare and not for evil, to give [us] a future and a hope” (29:11). We should be unafraid, then, to make room for peace in our lives by cultivating dialogue and fraternity among one another. The gift of peace is “contagious”; it radiates from the hearts of those who long for it and aspire to share it, and spreads throughout the whole world. To each of you, your families and the peoples you represent, I renew my blessing and offer my heartfelt good wishes for a year of serenity and peace.

Thank you!


Laat een katholiek zich vaccineren tegen het Corona-virus?

door Lambert J.M. Hendriks en Frans J. van Ittersum

Vaccineren is waarschijnlijk nog nooit zo omstreden geweest als in deze periode, waarin de hele wereld in de ban is van vaccins tegen het corona-virus. Veel regeringsleiders hebben vanaf de eerste uitbraak van COVID-19 gehoopt dat het normale leven weer zou kunnen terugkeren als er een vaccin tegen dit virus zou worden gevonden. Sindsdien is er wereldwijd koortsachtig gezocht naar werkend vaccins. Inmiddels zijn er veel zorgen ontstaan over de vaccins die nu beschikbaar zijn of nog worden onderzocht. Die zorgen hebben dan vooral betrekking op twee dingen: op basis waarvan wordt een dergelijk vaccin geproduceerd en zorgt de snelheid van het proces op dit moment er niet voor dat er onzorgvuldigheden insluipen. Dit laatste lijkt tot nu toe overigens niet het geval te zijn. Er is met de nieuwere vaccintypes al getest bij mensen met bepaalde vormen van kanker rond 2000 en in laboratoria en proefdieren sinds de MERS-epidemie van 2012. Ook nu moet er nog steeds voldaan worden aan alle standaard zorgvuldigheidseisen voor onderzoek bij mensen. Alertheid voor problemen c.q. bijwerkingen op de middellange en lange termijn moet echter vanzelfsprekend blijven bestaan. Dat is niet anders dan bij andere geneesmiddelen: ook die komen op de markt voordat we mogelijk effecten op de lange termijn (meerdere jaren na toediening) kennen. Deze alertheid heeft er recent al toe geleid dat de vaccins van AstraZeneca en Janssen tijdelijk niet zijn gebruikt.

Het is belangrijk om vast te stellen dat vaccineren als zodanig vanuit Rooms-Katholiek perspectief geen ethische bezwaren oplevert. Medisch-ethisch is het moreel goed, om door middel van vaccinatie de werking van het immuunsysteem in het lichaam te activeren. Vanzelfsprekend is het geen verplichting (dit zou tegen het recht op de integriteit van het lichaam zijn), maar het hoort zeker bij de handelingen die moreel goed zijn, wanneer ze worden gesteld. Bijkomende goede motieven kunnen bijvoorbeeld bestaan uit de wens om ook anderen te beschermen tegen infectie, door de vaccinatie-graad (het percentage mensen in de bevolking dat gevaccineerd is) hoog te krijgen. Vanuit de Sociale Leer van de Kerk kan men stellen dat het aanbevelenswaardig is dat mensen zich laten vaccineren, als daar geen andere morele bezwaren of risico’s aan verbonden zijn, om zo verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen (principe van socialiteit) en bij te dragen aan het Algemeen Welzijn (Bonum Commune).

Tegelijkertijd is het ook waar, dat er soms ethische bezwaren kunnen bestaan. Het vaccin kan bijvoorbeeld geproduceerd zijn op embryonale of foetale cellijnen. Deze cellijnen zijn ontstaan door een paar cellen die, meestal lang geleden, verkregen zijn van een embryo of een (geaborteerde) foetus verder te kweken, vervolgens door manipulatie te veranderen en daarna te laten vermenigvuldigen in een laboratorium. Ze verliezen hierdoor deels hun oorspronkelijke eigenschappen, maar kunnen wel eigenschappen behouden of verkrijgen waardoor ze interessant zijn voor wetenschappelijk onderzoek of productie van geneesmiddelen of vaccins. Hoe de morele beoordeling hiervan kan zijn, volgt verderop.

De vaccins tegen het Corona-virus die tot nu toe in de media zijn gekomen, maken gebruik van verschillende technieken om in het menselijk lichaam werkzaam te kunnen zijn. Een paar voorbeelden hiervan zijn de volgende. De vaccins van Valneva (waar de EU een optie op heeft) en Sinovac (dat in China wordt geproduceerd) lijken op klassieke vaccins tegen mazelen, rode hond etc: ze bevatten geïnactiveerd virus dat is gekweekt op Vero cellen (cellen die verkregen zijn uit de nieren van grivetapen). De zeven andere vaccins die door de Europese Unie zijn aangekocht bevatten zelf geen levend, verzwakt of gefragmenteerd virus. De vaccins van Sanofi en Novavax bevatten een molecuul dat op het oppervlak van het Coronavirus voorkomt en dat is geproduceerd in een Baculovirussysteem, dat gebruik maakt van virussen die bij insecten voorkomen. Het levert naar verwachting een reactie van het afweersysteem op die lijkt op die van de klassieke vaccins. Bij de controle na de productie van het vaccin van Novavax wordt gebruik gemaakt van HEK293-cellen. Deze HEK293-cellen zijn ontwikkeld uit cellen uit de nieren van een Nederlandse foetus uit 1972 of 1973. Of deze foetus was geaborteerd of spontaan als miskraam ter wereld was gekomen, is onduidelijk. De onderzoekers die de cellijn ontwikkelden, wisten het niet of niet meer; door anderen is gesuggereerd dat het aannemelijk is dat de cellen wèl van een geaborteerde foetus afkomstig waren.

De aanvankelijk vijf andere door de EU aangekochte vaccins maken gebruik van een nieuwere techniek. Ze bevatten mRNA (Pfizer, Moderna, CureVac) of DNA in een vector (AstraZeneca / Universiteit van Oxford, Janssen). De vaccins van Pfizer en Moderna zijn in een chemisch laboratorium gemaakt. Ook hier wordt gebruik gemaakt van HEK293-cellen voor controle na de productie. De DNA-vector in het AstraZeneca vaccin wordt geproduceerd op HEK293-cellen. Voor de ontwikkeling en productie van het vaccin van Janssen wordt gebruik gemaakt van PER.C6 cellen. Deze zijn rond 1996 voortgekomen uit HER199 cellen die weer voortkomen uit onrijpe cellen van het netvlies van een Nederlands embryo. Het mRNA-vaccin van CureVac (Duitsland) waarvan de ontwikkeling begin oktober 2021 werd gestaakt, werd niet geproduceerd op cellijnen. Voor de controletesten werden HeLa-cellen (baarmoederhalskankercellen die zonder medeweten zijn verkregen van Henrietta Lacks, die in 1951 aan haar ziekte overleed) gebruikt. Bij de productie van al langer bestaande vaccins tegen rodehond, waterpokken en gordelroos (herpes zoster), ebola, polio en hondsdolheid (rabies) worden twee andere cellijnen gebruikt die afkomstig zijn van geaborteerde foetussen uit de zestiger jaren. Het Russische Sputnik V vaccin, dat niet door de EU is aangekocht, maakt, evenals de vaccins van AstraZeneca en Janssen, gebruik van een DNA-vector die zeer waarschijnlijk wordt geproduceerd op HEK293-cellen.

Bovenstaande roept de vraag op hoe we nu aan moeten kijken tegen het gebruik van deze cellijnen voor de ontwikkeling van vaccins. Met het gebruik van embryonale of foetale cellen kan de R.K. Kerk nooit instemmen, omdat embryo’s en foetussen nooit en te nimmer opgeofferd mogen worden voor welk doel dan ook. De handeling van weleer, het verkrijgen van de oorspronkelijk cellen van deze embryo’s of foetussen, is zeer afkeurenswaardig . Toch heeft de Congregatie voor de Geloofsleer in hetzelfde document gesteld dat ernstige redenen, zoals gevaar voor de gezondheid (b.v. een pandemie), een goede reden kunnen zijn om een vaccin dat ontwikkeld of geproduceerd is op deze cellijnen, die na lange tijd weinig of geen verband meer hebben met de oorspronkelijke embryonale of foetale cellen, toch te gebruiken . In december 2020 heeft de Congregatie voor de Geloofsleer dit standpunt m.b.t. de vaccins tegen het coronavirus bevestigd . De CvG voegt daar wel twee dingen aan toe. Allereerst moet men bij gebruik van deze vaccins dan wel zelf of middels aanmoediging van anderen blijven zoeken naar mogelijkheden om vaccins te produceren, waarbij dit ethisch dilemma geen rol meer speelt. Daarnaast stelt de CvG dat mensen die er in geweten toch voor kiezen een dergelijk vaccin niet te nemen, niet ontslagen zijn van de verantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn: deze mensen moeten door extra strenge quarantaine- en andere voorzorgsmaatregelen er zorg voor dragen dat zij het virus niet verder verspreiden. Het categorisch afwijzen van vaccins of geneesmiddelen waarbij bij de ontwikkeling of productie gebruikt gemaakt is van materiaal dat in het verre verleden een immorele oorsprong had, is dus niet altijd nodig.

De werking van de vijf nieuwere vaccins is dat het mRNA of vector-DNA in cellen in het menselijke lichaam komt waardoor deze lichaamscellen een oppervlakte-eiwit, dat op het SARS-CoV-2-virus voorkomt, gaan produceren. Het menselijke lichaam begint tegen dit eiwit een afweerreactie (aanmaak van antistoffen). De vector is een verzwakt adenovirus dat van apen afkomstig is en helpt om een stukje DNA dat codeert voor hetzelfde oppervlakte-eiwit als hierboven genoemd de cel in te krijgen. De cellen reageren er op een volstrekt natuurlijke (en menselijke) manier op. De morele handeling bestaat in deze context uit het aanzetten van het menselijk lichaam tot het opbouwen van bescherming voor zijn eigen behoud en functioneren.

Volgens sommigen zou het in het lichaam brengen van mRNA of DNA een vorm van genetische manipulatie zijn. Dit is echter zeker onjuist: het mRNA verandert zeer waarschijnlijk het eigen DNA van de mens niet. Het vaccin-DNA zou het menselijk DNA in sommige cellen wel kunnen veranderen, maar het is belangrijk om dit goed te begrijpen. Ook virussen kunnen zelf menselijk DNA veranderen tijdens een infectie. Sommige veranderingen worden zelfs nog in het DNA overgeërfd. Dit is echter iets anders dan wat met genetische manipulatie wordt bedoeld. In dat laatste geval is de handeling erop gericht het DNA te veranderen en dan ook nog met het doel om betere eigenschappen van het organisme te bewerken. In het geval van vaccinatie gaat het niet alleen om het genezen van een ziekte, maar bovendien is de wijziging in het DNA in het geheel niet bedoeld. Daarmee is het niet vergelijkbaar met genetische manipulatie.

Dat voorzichtigheid en prudentie nodig is bij het omgaan met de eigen gezondheid, is een belangrijke vanzelfsprekendheid. Daarom is het in principe ook alleen maar toe te juichen, wanneer mensen afwachtend zijn en niet zonder nadenken een vaccinatie accepteren. Problematisch is wel de ontzettend grote stroom aan desinformatie die er op gang is gekomen, in combinatie met een ernstig en vaak ongefundeerd wantrouwen. In potentie, kan dit ertoe leiden dat er veel meer mensen ziek worden dan nodig is. Ook zijn er oproepen van katholieke gelovigen, priesters en bisschoppen de vaccins waarbij in de productie of controle gebruik gemaakt is van de immoreel verkregen cellijnen, niet te laten toedienen. Vaak dateren hun inschattingen van voor de publicatie van de CvG. Het is voor Rooms-katholieken belangrijk om zich te realiseren dat de CvG als taak heeft in allerlei moeilijke theologische en moraaltheologische (ethische) discussies een weloverwogen eindoordeel te geven.

Hopelijk kan een goede en transparante informatievoorziening over alle aspecten van de vaccins ervoor zorgen dat mensen met een gerust hart een vaccinatie accepteren. Natuurlijk is nooit vooraf voor de volle 100% te garanderen dat er geen onvoorziene problemen zullen zijn, maar het is wel zinvol dat men zich realiseert dat dit voor werkelijk alle medische ingrepen geldt. Een belangrijke conclusie is dat er vanuit een Rooms-Katholiek perspectief geen redenen zijn om op voorhand een vaccinatie tegen het Corona-virus af te wijzen.

Meer informatie over Preventieve Geneeskunde en Vaccinatie in Handboek Katholieke Medische Ethiek (aanvullingen vanaf 2019) of het artikel Vaccinatie: door God verboden of juist mogelijk gemaakt ? van dezelfde auteurs als dit website artikel.

Dr. Lambert J.M. Hendriks is priester, moraaltheoloog, rector van het Grootseminarie Rolduc en voorzitter van de Katholieke Stichting Medische Ethiek (KSME)

Prof.dr. Frans J. van Ittersum is internist-nefroloog en voorzitter van het Netwerk Katholieke Zorgprofessionals Nederland (een KSME werkgroep)


Duitse theologen zien grote obstakels voor vaccinatieplicht

Katholiek Nieuwsblad, 27 juli 2021

Er zijn “goede redenen om grote obstakels op te werpen” voor een algemene vaccinatieplicht, zegt de Duitse ethicus Franz-Josef Bormann. Volgens de katholieke moraaltheoloog en lid van de Duitse Ethiekraad heeft de Duitse overheid meermaals verklaard dat vaccinatie vrijwillig is.

Vanuit moralistisch oogpunt zou iedereen wel moeten nadenken over vaccinatie “omdat er weinig tegen in te brengen is”, aldus Bormann. Hij denkt dat verplicht inenten de allerlaatste optie zou kunnen zijn voor beroepsgroepen als ouderenverplegers en ziekenhuismedewerkers; iedereen is verantwoordelijk om de kans op schade aan zichzelf en anderen te beperken, zeker mensen die met kwetsbare groepen als ouderen en zieken werken. “Daarom mag verwacht worden dat mensen die met kwetsbaren werken zich daar in het bijzonder verantwoordelijk voor voelen.” Wel is belangrijk dat mensen goed geïnformeerd worden.

Internationaal perspectief

Het debat omtrent het inenten van jongeren heeft volgens Bormann een internationaal perspectief nodig. Een stijgende besmettingsgraad onder jongeren is weliswaar een probleem en het open houden van scholen heeft een hoge prioriteit, maar omdat jonge mensen weinig risico lopen om ernstig ziek te worden door corona, moet men nadenken of het niet beter zou zijn om kwetsbaren in arme delen van de wereld te vaccineren. “De ontwikkeling van de pandemie in de derde wereld kan ook effect hebben op rijkere landen door het ontstaan van nieuwe coronavarianten”, zegt Bormann.

Hij wil termen als ‘speciale rechten’ en ‘privileges’ voor wie volledig gevaccineerd is vermijden. De coronamaatregelen van de afgelopen tijd hebben grondrechten beïnvloed; het is niet het geven van vrijheden dat gerechtvaardigd moet worden, maar het afnemen ervan.

Bormann vindt wel dat mensen die geen vaccin willen in de toekomst zelf voor hun coronatests moeten gaan betalen; het is niet nodig om de belastingbetaler op te zadelen met kosten die in principe niet gemaakt hoeven te worden.

Groepsimmuniteit

Een ander lid van de Duitse Ethiekraad, Andreas Lob-Hüdepohl, noemt verplichte vaccinatie ook een brug te ver. Omdat er nu nog genoeg mensen zijn die zich vrijwillig laten prikken, is verplichten nog niet nodig om groepsimmuniteit te bereiken, aldus de katholieke moraaltheoloog.

Lob-Hüdepohl vindt beperkingen voor mensen die niet gevaccineerd zijn ook geen goed idee. “Om zulke sancties op te leggen, moet er een wettelijk vastgestelde vaccinatieplicht zijn”, zegt hij. “Anders zijn zulke maatregelen enkel bespreekbaar bij nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen rondom het virus.”


Covidvaccinatieplicht in zorg: morele noodzaak of grens voorbij?

Medisch Contact, 28 juli 2021

Internationaal is de discussie over verplichte Covidvaccinatie op gang gekomen. In meerdere landen worden groepen mensen, bijvoorbeeld zorgmedewerkers of ambtenaren, verplicht zich te laten vaccineren; in andere landen hikt men nog aan tegen een vaccinatieplicht. Medisch Contact publiceert de resultaten van een enquête onder Nederlandse artsen en geneeskundestudenten: 57% is voor een vaccinatieplicht voor zorgmedewerkers.

De volledige tekst van het artikel is alleen beschikbaar voor abonnees van Medisch Contact.


Europese katholieke leiders hekelen ‘vaccinatie-nationalisme’, pleiten voor eerlijke distributie

Katholiek Nieuwsblad, 23 februari 2021
door Hannah Brockhaus

Katholieke leiders in Europa hebben er bij de Europese Unie op aangedrongen zich te laten leiden door solidariteit, broederschap en sociale rechtvaardigheid bij de distributie en toediening van de coronavaccins.

In een gezamenlijke verklaring op 23 februari stellen Caritas Europa en de Commissie van de Bisschoppenconferenties van de EU (COMECE) dat “solidariteit het doorslaggevende criterium moet zijn op dit historische moment”.

‘Vaccinatie op grote schaal promoten’

“Het is dringend noodzakelijk om snel massale vaccinatiecampagnes te voeren”, aldus de verklaring. “We dringen er bij de Europese Unie op aan om vaccinatie op grote schaal te promoten, niet alleen voor Europa’s eigen veiligheid en bescherming, maar ook voor de mondiale volksgezondheid als een publiek goed, waarvan zowel mensen in armere landen profiteren als mensen in landen met de middelen om de vaccins te produceren.”

De verklaring dingt er bij de EU-leiders op aan om de vaccinatiestrategie snel en gedetailleerd uit te werken. “Na de versnelde ontwikkeling van de vaccins, moet er meer aandacht worden besteed aan de productie en implementatie.”

Solidariteit

“We dringen er daarom bij de Europese Unie en haar lidstaten op aan om niet toe te geven aan een zorgwekkende tendens om nationale of economische belangen te laten prevaleren”, zo staat er verder te lezen, “maar om zich te laten leiden door de principes van broederschap, solidariteit, subsidiariteit, sociale rechtvaardigheid en inclusiviteit.”

“Goed Europees vaccinatiebeleid is niet alleen het ‘begin van het einde’ van de pandemie, maar ook het ‘begin van een nieuw begin’ van solidair beleid”

COMECE en Caritas Europa sluiten zich ook expliciet aan bij eerdere uitspraken van paus Franciscus, dat het coronavirusvaccin voor iedereen beschikbaar moet zijn, vooral voor de meest kwetsbaren.

‘Vaccinconcurrentie’

Ook wijzen zij op een verklaring van de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie Tedros Adhanom, die zei dat “prioriteit moet worden gegeven aan het vaccineren van sommige mensen in alle landen, in plaats van alle mensen in sommige landen”.

Verder bekritiseert de gezamenlijke verklaring van de katholieke organisaties “betreurenswaardige tendensen in de richting van ‘vaccinconcurrentie ‘en ‘vaccinatie-nationalisme’ in de vorm van exportverboden en andere protectionistische maatregelen om de aanvoer van vaccins weg te houden uit armere landen.”

Angst en desinformatie tegengaan

Dit dreigt “decennia van menselijke ontwikkeling” om te keren. “Zorgen voor toegang tot vaccins voor iedereen – dat ze beschikbaar en betaalbaar zijn – is een wereldwijde morele urgentie”, zo benadrukt de verklaring.

Caritas Europa en COMECE pleiten ook voor meer steun voor nauwkeurige informatiecampagnes, “om de angst voor vaccinatie en verkeerde informatie te overwinnen”.

‘Nieuw begin’

“Europa kan van zijn Covid-19-vaccinbeleid niet alleen het ‘begin van het einde’ van de pandemiecrisis maken, maar het ook zien als het ‘begin van een nieuw begin’, voor een vernieuwd beleid in dienst van het algemeen belang en solidariteit.”


Wie vertrouw je over de nieuwe coronavaccins?

Katholiek Nieuwsblad, 22 januari 2021

door dr. Anton ten Klooster, moraaltheoloog aan Tilburg University en priester van het aartsbisdom Utrecht

Binnen en buiten de Kerk heerst wantrouwen ten opzichte van de nieuwe coronavaccins. Kritische vragen stellen is terecht, maar er zijn goede (katholieke) redenen om je toch te laten vaccineren.

Het toedienen van de eerste vaccins markeert het begin van een nieuwe fase van de corona-pandemie. Velen hopen en verwachten dat het het begin van het einde van de beperkende maatregelen is. Daarvoor is een bepaalde vaccinatiegraad nodig; een dusdanig groot deel van de bevolking is gevaccineerd dat het virus zich moeilijker of zelfs helemaal niet kan verspreiden. Voor die vaccinaticgraad moeten mensen vertrouwen hebben in de werking van het vaccin en bereid zijn het te ontvangen. Deze zaken staan echter onder druk door zowel onduidelijkheid als desinformatie.

Voorop staat dat de vraag van wel of niet vaccineren iedereen persoonlijk raakt. Het is een handeling die ingrijpt in het eigen lichaam, om dit tegen ziekte te beschermen. Wie voor vaccinatie kiest, zal dus terecht willen weten of het veilig is. De werkzaamheid en veiligheid van de vaccins die nu in West-Europa toegediend worden, zijn onderzocht volgens de geldende wetenschappelijke standaarden. Toch blijven er vergezochte theorieën rondgaan over mogelijke genetische manipulatie door een vaccin en onbewezen bijwerkingen.

Wantrouwen

De bron van dit probleem is een wantrouwen naar officiële instanties, dat gevoed wordt door de onzekere omstandigheden en de snelheid waarmee het vaccin ontwikkeld is. Maar juist die snelheid is ook een hoopvol teken van wat de mensheid kan bereiken als ze zich voluit en gezamenlijk inzet voor het oplossen van problemen. Uiteindelijk rest dan de vraag: wie vertrouw je? Zelf kies ik ervoor mijn vertrouwen te stellen in ethici met medische kennis, zoals bijvoorbeeld verenigd in de Katholieke Stichting Medische Ethiek (medische-ethiek.nl). Zij betogen met kennis van zaken dat vaccinatie verantwoord, veilig en aanbevelenswaardig is. Terecht stellen we kritische vragen over zoiets belangrijks als het ontwikkelen en toedienen van een vaccin. Maar wc mogen ook kritisch zijn bij de weging van de betrouwbaarheid van beschikbare informatie.

Terecht krijgt het gebruik van cellijnen van geaborteerde menselijke foetussen in de ontwikkeling van vaccins veel aandacht. Het leergezag wijst dit gebruik af. Tegelijk heeft het consequent betoogd dat het gebruik van deze vaccins in ernstige omstandigheden te rechtvaardigen is. De Congregatie voor de Geloofsleer bevestigde kort voor Kerstmis dat we ons in zulke omstandigheden bevinden. Toch blijft een aantal katholieken, met name in de VS, betogen dat het ontvangen van zo’n vaccin moreel onaanvaardbaar is. Zij verwerpen daarmee impliciet (en soms ook expliciet) de stelling-name van het leergezag. Ook hier komt de kwestie van vertrouwen terug: paus Franciscus en bisschoppen wereldwijd – een enkele uitzondering daargelaten – houden eensgezind voor dat vaccinatie aanvaardbaar en aanbevelenswaardig is. Zo helpen zij ons bij het vormen van ons geweten. De Kerk heeft door de eeuwen heen de eensgezindheid over een leer ook gezien als een teken van de leiding van de Heilige Geest, ook hierop mogen we vertrouwen.

Het katholieke leergezag houdt eensgezind voor dat vaccinatie aanvaardbaar en aanbevelenswaardig is

Vaccinatie afwijzen lijkt een manier om jezelf te vrijwaren van vermeende risico’s, moreel of medisch. Dit gaat echter voorbij aan het sociale aspect een vaccinatieprogramma beoogt niet alleen de bescherming van het individu, maar daardoor ook het beschermen van de samenleving als geheel, in het bijzonder diegenen die het kwetsbaarst zijn voor het coronavirus. Een afgewogen gewetensbeslissing dient ook dit mee te wegen.

Het spreekt voor zich dat daarbij de belangen van de ene groep niet opgeofferd mogen worden voor die van een andere. Dat is ook niet aan de orde: vaccinatie beschermt het individu en de gemeenschap. Wie denkt zelf weinig te vrezen te hebben van een eventuele corona-infectic, doet er goed aan om uit solidariteit voor vaccinatie te kiezen. Juist vanwege de grote belangen moet de overheid zorgvuldig communiceren over de werking van vaccins, mogelijke bijwerkingen, en ingaan op de zorgen van burgers. Waar zij dit nalaat, moet zij kritisch bevraagd worden, in het bijzonder door experts. Tegelijk mogen we als gelovige mensen en betrokken burgers laten zien dat we geen individualisten zijn, maar deel willen uitmaken van een solidaire en gezonde samenleving.


Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.


Kamerleden pleiten voor keuzevrijheid in coronavaccin

Katholiek Nieuwsblad, 19 januari 2021
door Selinde van Dijk-Kroesbergen

Nu de eerste coronavaccins worden toegediend, wordt de roep om zelf het coronavaccin te kiezen groter. DENK en de SGP dienden hiervoor vorige week een motie in. Ook hebben de SGP en de ChristenUnie Kamervragen gesteld.

Voor de een is het gebruik van varkensvet een bezwaar, voor de ander het gebruik van cellen die terug te voeren zijn op foetaal weefsel. Kees van der Staaij (SGP), Carla Dik-Faber (CU) en Tunahan Kuzu (DENK) willen openheid over de totstandkoming en samenstelling van de verschillende coronavaccins en keuzevrijheid voor de burgers.

Verontruste telefoontjes

Het onderwerp speelt al veel langer, maar nu de vaccinaties worden toegediend is het prominenter geworden.

“We kregen de afgelopen tijd wekelijks verontruste telefoons en mails van mensen met vragen over het gebruik van foetaal weefsel in de coronavaccins”, vertelt Ardjan Boersma die beleidsmedewerker van de SGP is en nauw betrokken was bij het opstellen van de Kamervragen.

De gebruikte cellen zijn afkomstig van een foetus uit de jaren zeventig en een geaborteerde foetus uit de jaren tachtig. Het is niet zeker of de foetus uit de jaren zeventig geaborteerd is. Hoe dan ook, het leidt bij sommige mensen tot gewetensbezwaren.

Praktisch onhaalbaar

Tijdens een debat van vorige week zijn er vragen aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) gesteld. Zijn antwoord gaf niet veel hoop dat de motie die Kuzu en Van der Staaij 14 januari indienden, vandaag – 19 januari – zal worden aangenomen.

“De Jonge ziet het praktisch gezien niet voor zich dat mensen de keuze voor het type vaccin krijgen”, verklaart Boersma. “Daarom is er bij de schriftelijke Kamervragen extra de nadruk gelegd op het feit dat sommige mensen gewetensbezwaren hebben”, vervolgt hij.

Toename bereidheid

Van de ongeveer 130 verschillende vaccins die er wereldwijd ontwikkeld worden, heeft Nederland de vaccins van zes verschillende fabrikanten besteld. “Er schijnt een vaccin tussen te zitten dat wel ‘clean’ is”, zegt Boersma.

De Kamerleden hopen dat onder de specifieke groep gewetensbezwaarden de bereidheid tot vaccineren zal toenemen, wanneer zij zelf mogen kiezen welk vaccin ze nemen.

Katholieke Kerk: geen bezwaar tegen vaccins

Overigens stellen katholieke geestelijken van over de hele wereld, onder wie kardinaal Eijk, dat mensen geen bezwaar hoeven te hebben bij het coronavaccin. Er is voldoende morele afstand tussen het toedienen van het vaccin en het oorspronkelijk onrechtmatig handelen.


Paus Franciscus roept op tot vaccinatie

Kerknet, 11 januari 2021

Kerknet doet verslag van een interview van TG5 met Paus Franciscus waarin hij mensen oproept tot vaccinatie tegen het SARS-CoV-2 virus.


Vaticaan: geen alternatief? Dan zijn huidige coronavaccins moreel geoorloofd

Katholiek Nieuwsblad, 22 december 2020

Als er geen alternatieven beschikbaar zijn, is het moreel acceptabel om coronavaccins te ontvangen die zijn ontwikkeld of getest met behulp van cellijnen die uit geaborteerde foetussen afkomstig zijn. Dat schrijft de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer.

Echter, “het geoorloofd gebruik van dergelijke vaccins impliceert op geen enkele manier – en mag op geen enkele manier impliceren – dat er een morele instemming is met het gebruik van cellijnen die voortkomen uit geaborteerde foetussen”.

“Zowel farmaceutische bedrijven als gezondheidsinstanties van overheden worden dus aangemoedigd om ethisch acceptabele vaccins te produceren, goed te keuren, te verspreiden en aan te bieden die geen gewetensproblemen creëren voor de zorgaanbieders of de mensen die gevaccineerd gaan worden”, aldus de Congregatie.

Verheldering

De notitie ‘Over de moraliteit van het gebruik van sommige anti-Covid-19 vaccins’ werd vorige week door paus Franciscus bekeken, die volgens de Congregatie opdracht gaf voor publicatie. Het document verscheen maandag.

Vaccins tegen het nieuwe coronavirus worden inmiddels in sommige delen van de wereld gedistribueerd. Dit leidde tot vragen aan de Congregatie om een leidraad voor het gebruik van vaccins waarbij “in de loop van het onderzoek en de productie cellijnen zijn gebruikt die aan weefsel zijn ontleend dat werd verkregen van twee abortussen die in de afgelopen eeuw plaatsvonden”.

Bisschoppen, katholieke organisaties en experts deden volgens de Congregatie “diverse en soms conflicterende” uitspraken over de moraliteit van het gebruik ervan, wat vragen opriep. Hoewel de Congregatie zelf en de Pauselijke Academie voor het Leven eerder al notities en instructies publiceerden over dit thema, “verlangt deze congregatie enkele indicaties aan te bieden ter verheldering”.

Moreel aanvaardbaar

De Kerk leert dat er verschillende niveaus van verantwoordelijkheid voor medewerking aan kwaad bestaan. Zo is de verantwoordelijkheid van degene die besluit cellijnen van ongeoorloofde oorsprong te gebruiken, niet dezelfde als die van mensen “die geen zeggenschap in een dergelijk besluit hebben”, citeerde de Congregatie een eigen instructie Dignitas Personae uit 2008.

“Als ethisch onberispelijke Covid-19-vaccins niet beschikbaar zijn – bijvoorbeeld in landen waar vaccins zonder ethische problemen niet beschikbaar worden gemaakt voor artsen en patiënten, of waar hun distributie moeilijker is vanwege speciale opslag- en transportomstandigheden, of wanneer verschillende soorten vaccins in hetzelfde land worden verdeeld maar gezondheidsautoriteiten het burgers niet toestaan te kiezen met welk vaccin zij ingeënt worden – dan is het moreel aanvaardbaar om Covid-19-vaccins te ontvangen waarbij cellijnen uit geaborteerde foetussen zijn gebruikt in het onderzoeks- en productieproces”, schrijft de Congregatie in haar nieuwe notitie.

Anders oncontroleerbare verspreiding

Het gebruik ervan is moreel geoorloofd als de “passieve materiële medewerking” met het kwaad van een abortus “waaruit de cellijnen voortkomen, wat degene betreft die het uiteindelijke vaccin gebruikt, ver verwijderd is”

“De morele plicht om zulke passieve materiële medewerking te vermijden, is niet verplicht als er een ernstig gevaar bestaat, zoals een anders oncontroleerbare verspreiding van een ernstige pathologische ziekteverwekker – in dit geval de pandemische verspreiding van het SARS-CoV-2 virus dat Covid-19 veroorzaakt.”

In zo’n geval kunnen “alle vaccinaties die als klinisch veilig en effectief worden erkend, in goed geweten gebruikt kunnen worden, met de zekerheid dat het gebruik ervan geen formele medewerking aan de abortus vormt”.

‘Geen goedkeuring abortus’

De Congregatie benadrukt wel dat dit alles “geen goedkeuring” betekent van abortus, “ook niet indirect”, en dat het “noodzakelijkerwijs verzet tegen deze praktijk veronderstelt van de kant van degenen die deze vaccins gebruiken”.

De Congregatie herhaalde de oproep van het Vaticaan aan farmaceuten en overheden om vaccins te ontwikkelen en gebruiken waarbij überhaupt geen moreel gecompromitteerde cellijnen zijn gebruikt.

Vaccinatie kan worden aangeraden

Wat het vaccineren zelf betreft, is er niet alleen een plicht om de eigen gezondheid te beschermen, maar ook om het algemeen welzijn te bevorderen. Vanuit dat oogpunt kan vaccinatie worden aangeraden als er geen andere manieren zijn om een epidemie te stoppen of voorkomen, “in het bijzonder om de zwaksten en meest blootgestelden te beschermen”.

Wie op gewetensgronden geen vaccins wil ontvangen waarbij in de productie cellijnen uit geaborteerde foetussen zijn gebruikt, “moet zijn uiterste best doen” om besmetting te voorkomen en de gezondheid van anderen niet in gevaar te brengen.

Vaccins beschikbaar maken voor arme landen

Tot slot merkt de Congregatie op dat farmaceuten, overheden en ngo’s een morele plicht hebben om effectieve, veilige en ethisch acceptabele vaccins ook toegankelijk te maken voor de armste landen, “op een manier die niet kostbaar is voor hen”.

Anders wordt dit gebrek aan toegang nog een teken van discriminatie en onrechtvaardigheid “die arme landen ertoe veroordeelt in gezondheids-, economische en maatschappelijke armoede te blijven leven”.