Voltooid leven

  1. Hulp bij suïcide ook wegens ondraaglijk en uitzichtloos geacht lijden zonder medische grondslag?

Toch blijft de Euthanasiewet ‘schuren’. Hoezeer ook is geprobeerd de grenzen ervan te verkennen en op te rekken, de afhankelijkheid van de arts blijft en er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden op medische grondslag, wil iemand in aanmerking komen voor hulp bij de beëindiging van zijn leven. Maar, zo vraagt menigeen zich af, kan ook lijden zonder medische grondslag onder bepaalde omstandigheden niet ondraaglijk en uitzichtloos zijn en daarom als een redelijk motief worden gezien voor een verzoek om hulp bij suïcide? En als het antwoord hierop bevestigend is, moet dan geen andere hulpverlener dan de arts worden ingeschakeld, omdat het gaat om ondraaglijk en uitzichtloos lijden op een niet-medische grondslag. In de loop der jaren zijn diverse voorstellen gelanceerd om aan deze gedachte tegemoet te komen.

Begin van de jaren negentig stelde Drion, lid van de Hoge Raad, voor het bij wet mogelijk te maken dat artsen aan ouderen op hun verzoek middelen ter beschikking stellen waarmee zij hun leven kunnen beëindigen op een moment dat ze zelf verkiezen.(9)

In 1998 beëindigde de PvdA-politicus Edward Brongersma zijn leven met een middel dat hem op zijn verzoek daartoe door zijn huisarts was verstrekt. Hij leed niet aan een ernstige lichamelijke of psychische aandoening, maar ging gebukt onder de afname van zijn lichamelijke krachten en eenzaamheid, om welke redenen hij zijn leven zinloos achtte. Omdat Brongersma niet leed aan een classificeerbare lichamelijke of psychische aandoening, werd zijn huisarts uiteindelijk door de Hoge Raad schuldig bevonden aan hulp bij zelfdoding, al werd hem geen straf opgelegd. Anderzijds sloot de Hoge Raad niet uit dat er ook in een situatie waarin er geen sprake is van een medische of psychische aandoening, sprake kan zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.(10)

In het verlengde van de door Drion opgeworpen gedachte en het Brongersma-arrest kwam een discussie op gang over de vraag of er ook geen wettelijke mogelijkheden zouden moeten worden gecreëerd voor euthanasie of hulp bij suïcide in het geval dat mensen hun leven willen (laten) beëindigen omdat zij het ‘voltooid’ achten, zonder dat er een medische grondslag voor is. De door de KNMG ingestelde Commissie Dijkhuis, die overigens niet de uitdrukking ‘voltooid leven’ hanteerde, maar ‘lijden aan het leven’, kwam in 2004 tot de conclusie dat van het laatste sprake is wanneer mensen zonder dat zij een (doorslaggevende) somatische of psychiatrische aandoening hebben, duurzaam naar de dood verlangen, omdat ze geen of slechts een gebrekkige kwaliteit van leven ervaren.(11) De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie is van opvatting dat een ‘voltooid’ leven een aanvaardbare reden kan zijn voor levensbeëindigend handelen, vooral bij ouderen die tot de slotsom komen dat hun leven aan waarde heeft ingeboet in zodanige mate dat zij er de voorkeur aan geven het te beëindigen, “zonder dat zij lijden aan een onbehandelbare ziekte of aandoening die met ernstig lijden gepaard gaat”.(12)

In 2010 publiceerde de initiatiefgroep Uit Vrije Wil een wetsontwerp dat op basis van een strafuitsluitingsgrond ruimte bood voor hulp bij suïcide bij mensen die de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt en een vrijwillige, weloverwogen en duurzame stervenswens hebben.(13) De hulp bij suïcide zou moeten worden verleend door een ‘stervenshulpverlener’, die geen arts hoeft te zijn, maar bijvoorbeeld psycholoog, filosoof, geestelijk verzorger of verpleegkundige is. De stervenshulpverlener moet verbonden zijn aan een stichting, die speciaal daarvoor zal moeten worden opgericht: de Stichting Stervenshulp aan ouderen (art. 4). Wanneer de stervenshulpverlener besluit de gevraagde stervenshulp te verlenen, verzoekt hij een arts die aan genoemde stichting verbonden is, een recept uit te schrijven voor middelen voor zelfdoding die hij bij de gewone apotheek afhaalt en vervolgens aan de hulpvrager ter beschikking stelt.(14) Voor stervenshulp zouden ook mensen in aanmerking komen die niet lijden aan een medische of psychiatrische aandoening, maar om andere redenen menen dat hun leven voltooid is. Er bleek in Haagse politieke kringen toentertijd weinig steun te zijn voor dit burgerinitiatief. Ook artsen bleken weinig enthousiast om hulp bij suïcide te verlenen aan mensen die hun leven voltooid achten, maar niet lijden aan een medische aandoening die met ondraaglijk en uitzichtloos lijden gepaard gaat. Het opiniepanel van het televisieprogramma Een Vandaag hield er van 21 tot 27 juli 2011 een enquête over onder 800 huisartsen: slechts 20 procent van hen bleek bereid hulp bij suïcide te verlenen aan mensen die hun leven voltooid achtten. 64,5 procent verklaarde zich daar niet toe bereid . De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst publiceerde in 2011 als haar officiële standpunt dat er een medische grondslag moest zijn, minstens een combinatie van medische factoren, om te kunnen spreken van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden dat levensbeëindiging kan rechtvaardigen.(16)

Pia Dijkstra, Tweede Kamerlid voor D66, diende op 8 maart 2012 een motie in waarin werd bepleit “dat op uitdrukkelijk verzoek van de individuele oudere en onder strikte voorwaarden van zorgvuldigheid en toetsbaarheid stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten, mogelijk wordt”. Haar motie werd echter door een grote meerderheid verworpen.(17) De achterliggende gedachte van haar voorstel was “dat iedere oudere de vrijheid moet hebben om zelf te bepalen hoe en wanneer hij of zij wil sterven” (18). Dit weerspiegelt het heersende ideaal van de hyper-individualistische seculiere samenleving, waarin het individu zelf moet uitmaken of zijn leven nog waarde heeft. Deze cultuur verwerpt de gedachte dat het menselijk leven een universele waardigheid heeft, die altijd en overal geldt, ook bij een mens die getroffen is door een ernstige, ongeneeslijke en ontluisterende aandoening die met ondraaglijk geacht lijden gepaard gaat. Een waardigheid die blijft, ook al heeft betrokkene het gevoel dat het leven alle waardigheid verloren heeft. Tevens diende Pia Dijkstra een motie in waarin de regering werd verzocht om samen met de indieners van het burgerinitiatief Voltooid Leven een desbetreffend wetsvoorstel te formuleren.(19) Deze motie werd aangehouden. (20)

image_pdfimage_print