Katholiek Nieuwsblad,16 juli 2026
door Hannah Beijeman, adviseur onderzoek en beleid bij NPV-Zorg voor het leven
Een proef met late abortussen in ziekenhuizen biedt “een aanlokkelijke stip op de horizon” voor meer ruimte voor abortus in de zorg, vinden de organisaties achter de proef. De NPV ziet dat anders: er wordt juist een gruwelijke realiteit aan het licht gebracht.
Het Amsterdamse ziekenhuis OLVG wil van start met een proef om abortussen tussen de 22 en 24 weken uit te voeren op sociale indicatie: als het kindje om welke reden dan ook niet welkom is. In Nederland is dit toegestaan tot 24 weken, maar vanwege praktische, juridische en ethische bezwaren vinden deze late abortussen nauwelijks plaats. Dit moet volgens sommigen veranderen.
De NPV is een petitie gestart tegen de proef en pleit voor een heel andere verandering: een herbezinning op hoe wij omgaan met het ongeboren leven.
Leemte
In 2022 stuurt de Inspectie van Gezondheidszorg en Jeugd een brief aan de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA). De brief stelt een hiaat aan de kaak.
Er vinden namelijk alleen abortussen plaats tussen de 22 en 24 weken als er een medische indicatie is: bijvoorbeeld een aandoening bij het ongeboren kind. Dit terwijl in Nederland de grens bij 24 weken ligt, wat de reden ook is. De NVOG en NGvA betreuren deze leemte en onderzochten waar precies de knelpunten liggen.
De NPV wijst erop dat er wellicht een leemte is, maar dat moraal voorafgaat aan de wet. Een wet die het mogelijk maakt onschuldige mensenlevens het leven te benemen, mag sowieso niet ten uitvoer worden gebracht.
Persoonlijke bezwaren
De NVOG en het NGvA beschrijven obstakels om abortus zo laat nog uit te voeren. De in Nederland gebruikte techniek “bereikt bij 22 weken zwangerschapsduur haar mechanisch plafond; foetale delen worden simpelweg te groot”, aldus de verenigingen.
Een ander obstakel omtrent late abortussen is dat ziekenhuizen te maken hebben met personeelstekorten. Terwijl er al noodgedwongen verloskamers moeten sluiten, zou er personeel moeten worden vrijgemaakt om dit soort abortussen uit te voeren en moeten worden geïnvesteerd in organisatie, scholing en ondersteuning.
Ook spelen er veel persoonlijke bezwaren bij het personeel. Niet zelden wordt het kindje bij een dergelijke abortus volgens de NVOG en het NGvA namelijk levend geboren. En dan?
Heel zichtbaar
Beide organisaties brengen in formele taal een gruwelijke werkelijkheid aan het licht. Abortus breekt altijd pril menselijk leven af, maar in dit late stadium wordt dit wel heel zichtbaar.
In dit geval gaat het om een klein mensje van ongeveer 30 centimeter lang, dat salto’s kan maken, geluiden kan horen, slokjes vruchtwater kan drinken en ademhalingsbewegingen kan maken om de longen te oefenen. Daarom is het voor alle betrokkenen waar te nemen dat het hier gaat om het doden van een mensenleven.
Droom
Het is een droom van de NVOG en het NGvA dat abortussen onderdeel zijn van de normale zorg. Het is volgens hen “een aanlokkelijke stip op de horizon” dat abortus een centrale plaats gaat innemen in onze reproductieve zorg.
De deuren van de zorgverleners zouden moeten openstaan voor hen die zwanger willen worden, maar net zo ‘open’ voor diegenen die hun zwangerschap willen beëindigen, voor wat voor reden dan ook, is hun overtuiging.
Omgebracht
De NPV kaart de tegenstrijdigheid hiervan aan. Volgens het Van Dale-woordenboek is ‘zorg’ toewijding: het streven of de inspanning om iemand “in goede conditie of zo goed mogelijk te houden”. Bij diverse eden die men bij de beroepsgroepen aflegt, draait het steevast om het principe ‘geen schade toebrengen’.
Het verlenen van abortus voldoet niet aan de definitie van ‘zorg’ en gaat ook regelrecht in tegen het geen-schadeprincipe: in plaats van het ongeboren leven in goede conditie te houden en het geen schade toe te brengen, wordt het prille leven omgebracht.
Bezinning
In Nederland vonden er in 2024 39.438 abortussen plaats. Terwijl er vanwege personeelstekort verloskamers moeten sluiten, maken de NVOG en het NGvA zich zorgen over het geschatte jaarlijkse getal van 225 ongeboren kinderen wier leven niet kan wordt beëindigd vanwege dit ‘hiaat’.
Medische ethiek
Dit weerzinwekkende en uiterst tragische nieuws noopt tot bezinning op onze omgang met het ongeboren leven en vraagt dringend om herziening van de huidige wetgeving.

