Instructie Donum Vitae

5 Hoe dient het gebruik voor onderzoek moreel te worden beoordeeld van embryo’s die door bevruchting in vitro zijn verkregen?
De in vitro verkregen menselijke embryo’s zijn menselijke wezen en subjecten met rechten: hun waardigheid en recht op leven moeten worden geëerbiedigd vanaf het eerste moment van hun bestaan. Het is immoreel menselijke embryo’s te produceren die bestemd zijn te worden gebruikt als beschikbaar ‘biologisch materiaal’.

In de gewone praktijk van de in vitro bevruchting worden niet alle embryo’s overgebracht in het lichaam van de vrouw; sommige worden vernietigd. Evenals zij de abortus provocatus veroordeelt, verbiedt de kerk ook een aanslag te doen op het leven van deze menselijke wezens. Het betaamt op de bijzondere ernst te wijzen van de opzettelijke vernietiging van menselijke embryo’s die, bestemd voor onderzoek, in vitro zijn verkregen door kunstmatige bevruchting of door ‘tweeling splitsing’. Door zo te handelen stelt de onderzoeker zich in de plaats van God en maakt zich, ook wanneer bij zich daarvan niet bewust is, tot heer van de bestemming van anderen in zover hij willekeurig kiest wie bij laat levenen wie bij ter dood brengt en weerloze menselijke wezens onderdrukt.

Om dezelfde redenen zijn de observatie- of experimenteermethoden die schade veroorzaken of ernstige en onevenredige gevaren opleveren voor in vitro verkregen embryo’s moreel ongeoorloofd. leder menselijk wezen moet om zichzelf worden gerespecteerd en mag niet worden teruggebracht tot een loutere en eenvoudige waarde als middel tot nut van anderen. Het is daarom niet in overeenstemming met de moraal menselijke in vitro verkregen embryo’s opzettelijk aan de dood bloot te stellen. Ten gevolge van het feit, dat zij in vitro zijn geproduceerd, blijven deze embryo’s die niet in het lichaam van de moeder worden overgebracht en ‘overbodig’ worden genoemd, aan een absurd lot blootgesteld, zonder de mogelijkheid dat hun zekere en geoorloofde wegen worden geboden om te overleven.

6 Welk oordeel dient te worden gegeven over de andere manipulatiemethoden met embryo’s die verband houden met de “technieken van menselijke reproductie”?
De technieken van in vitro bevruchting kunnen de mogelijkheid openen tot andere vormen van biologische of genetische manipulatie van de menselijke embryo’s, zoals: bevruchtingspogingen of -plannen tussen menselijke en dierlijke kiemcellen en het uitdragen van menselijke embryo’s in de baarmoeder van dieren; de hypotese of het plan kunstmatige baarmoeders te construeren voor menselijke embryo’s. Deze handelingen zijn in strijd met de eigen waardigheid van het embryo als menselijk wezen en schenden tegelijkertijd het recht van iedere persoon te worden ontvangen en geboren binnen het huwelijk en uit het huwelijk. (32) Ook de pogingen die worden aangewend om een menselijk wezen te verkrijgen zonder enig verband met de seksualiteit door middel van ‘tweelingsplitsing’, klonen en parthenogenese, moeten in strijd met de moraal worden beschouwd in zoverre zij in strijd zijn zowel met de waardigheid van de menselijke voortplanting als de echtelijke een-wording.

Ook het invriezen van embryo’s, ook wanneer dit wordt uitgevoerd om het in leven houden van het embryo te waarborgen – cryoconservering – vormt een schending van de verschuldigde eerbied voor het menselijk wezen in zover het hen aan ernstige gevaren van dood of beschadiging blootstelt voor hun lichamelijke integriteit, hen tenminste tijdelijk berooft van het ontvangen en dragen door de moeder en hen in een situatie plaatst waarin verdere schendingen en manipulaties dreigen.

Sommige pogingen in het chromosomenerfgoed of genetisch erfgoed in te grijpen zijn niet therapeutisch, maar hebben de produktie van menselijke wezens op het oog, die naar geslacht of andere vooraf bepaalde hoedanigheden worden geselecteerd. Deze manipulaties zijn in strijd met de persoonlijke waardigheid van het menselijk wezen, met zijn integriteit en eigenheid. Daarom kunnen ze op geen enkele manier worden gerechtvaardigd op grond van eventuele weldadige gevolgen voor de toekornstige mensheid. (33) Iedere persoon moet worden geëerbiedigd om zichzelf; daarin bestaat de waardigheid en het recht van ieder menselijk wezen vanaf zijn begin.

image_pdfimage_print