Gewetensbezwaren in de zorg onder druk

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 1 oktober 2010
Jan Peeters

Steeds meer medici, vaak katholieken, weigeren mee te werken aan abortus of euthanasie. Het recht op gewetensbezwaren moet daarom worden ingeperkt, vinden de Europese socialisten en liberalen.

Het recht van patiënten op legale medische handelingen als abortus of euthanasie gaat boven het recht op gewetensbezwaren van artsen en medisch personeel. Dat vindt de Britse sociaal-democrate Christine McCafferty. Zij publiceerde deze zomer een rapport over de ‘toegang van vrouwen tot legale medische zorg’. Het rapport wordt komende donderdag behandeld in de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

De in 1946 opgerichte Raad van Europa staat los van de Europese Unie en heeft als doel de bevordering van grotere Europese eenheid, meer aandacht voor pluriforme democratie en uitdieping van de principes van de rechtsstaat en de rechten van de mens. De leden van het parlement van de Raad worden gekozen uit en door de volksvertegenwoordigingen van de 47 deelnemende landen.

Groeiende weigering
Wanneer vrouwen vragen om legale medische zorg, variërend van anticonceptie en geslachtsverandering tot sterilisatie en abortus, stuiten zij steeds vaker op gewetensbezwaren van medici, aldus het rapport. Hoewel de parlementaire commissie voor Sociale, Gezondheids- en Gezinszaken die individuele gewetensvrijheid erkent, zegt zij “ernstig bezorgd” te zijn over de “toenemende en veelal ongereguleerde praktijk ervan vooral op het terrein van reproductieve gezondheidszorg”. Zo zou het percentage Italiaanse gynaecologen dat abortus weigert zijn gestegen tot 70 procent. De commissie “vreest” dat gewetensbezwaren vooral vrouwen met lage inkomens en die in landelijke gebieden treffen.

Volgens de commissie bestaat er een dringende noodzaak om het recht op gewetensbezwaren en het recht op tijdige medische zorg “uit te balanceren”. De 47 lidstaten van de Raad van Europa worden opgeroepen hun nationale wetgevingen aan te passen en te harmoniseren onder toeziend oog van speciale sturingscomissies.

Uit de formuleringen van het rapport blijkt dat het vooral om abortus gaat, waaraan artsen en ander medisch personeel op “religieuze, morele of filosofische gronden” weigeren mee te werken. Dat recht zou beperkt moeten worden door de “beroepsverantwoordelijkheid” en “het recht van iedere patiënt op tijdige legale medische zorg”. Dit laatste is een verwijzing naar de beperkte periode waarin in de meeste lidstaten abortus legaal is.

Recht op geen Downkind
Als voorbeeld van uit te bannen situaties geeft het rapport een zaak uit 2003 van een Britse katholieke arts die het niet nodig had gevonden een zwangere vrouw een test aan te bieden vanwege de door haar leeftijd vergrote kans op afwijkingen aan haar ongeboren kind. De arts was door de vrouw voor de hoogste rechter gesleept omdat zij haar kind had laten aborteren als zij geweten had dat het leed aan het syndroom van Down.

De commissie gebruikt deze zaak om te onderstrepen dat het recht op gewetensbezwaren “niet in de weg mag komen te staan” van professionele gezondheidszorg, laat staan van het recht van anderen daarop. Formeel erkent zij weliswaar de godsdienst- en gewetensvrijheid zoals die verankerd zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar maakt die tegelijkertijd ondergeschikt aan het vermeende recht op reproductieve gezondheidszorg en abortus. Daarbij wordt en passant ook verwezen naar vergelijkbare problemen waar het gaat om euthanasie.

Concreet stelt het rapport dat het recht op gewetensbezwaren alleen voor individuen geldt en niet voor instellingen zoals ziekenhuizen. Maar ook het recht op gewetensbezwaren van individuele artsen of ander medisch personeel wordt de facto buiten werking gesteld. Zo mogen apothekers niet weigeren de abortieve morningafterpil te verstrekken. Dat zou ook moeten gelden voor andere vormen van anticonceptie. Ook tests en informatie die tot een abortus zouden kunnen leiden, mogen niet worden geweigerd. Artsen zijn hoe dan ook verplicht bij weigering door te verwijzen. Kunnen zij niet garanderen dat een patiënt elders kwalitatief goede zorg krijgt, dan zijn zij verplicht die ‘zorg’, bijvoorbeeld abortus, sterilisatie, ivf of geslachtsverandering, zelf te verlenen.

Rekbaar
Ook zouden artsen hun recht verliezen indien er binnen een redelijke afstand geen andere instantie te vinden is of wanneer “de gezondheid of het welzijn van de patiënt in gevaar is”.

Concreet geeft de commissie het voorbeeld van een Poolse vrouw die door een vrij zeldzame afwijking praktisch blind zou zijn geworden doordat artsen hadden geweigerd haar zwangerschap af te breken. De eveneens Poolse artsen zijn veroordeeld door het Europees Hof van de Rechten van de Mens, ressorterend onder de Raad van Europa.

Dergelijke problemen kunnen voorkomen worden, suggereert het rapport, door gewetensbezwaarden uit te sluiten van aanstelling, zoals in Nederland gebeurt met trouwambtenaren. Zo maakt assistentie bij abortus een vast onderdeel uit van functieomschrijvingen voor Britse ziekenhuispersoneel.

Opmerkelijk is dat de commissie wel het probleem ziet van patiënten die de dupe zouden zijn van de morele grillen van medische professionals, maar omgekeerd nergens het probleem signaleert van patiënten die medici dwingen tegen hun geweten in te handelen.

Hippocrates op sterk water
Waar de commissie onverholen suggereert dat een Berufsverbot voor gewetensbezwaarden een optie is omdat dezen niet zouden passen in de “moderne medische zorg”, laat zij volkomen buiten beschouwing waar het uiteindelijk in de meeste zaken om gaat: dat artsen, trouw aan de klassieke eed van Hippocrates, weigeren de gezondheid van een mens te schaden, laat staan diens leven of dat van een ongeboren kind te nemen.

Als het aan de linkse en liberale volksvertegenwoordigers ligt, wordt de eed van Hippocrates volgende week feitelijk vervangen door wat uiteindelijk kan uitmonden in een dodingsplicht.

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.

image_pdfimage_print