God deed aan mij zijn wonderwerken

Paus FranciscusVerrukking voor al wat God doet: “die machtig is, deed aan mij zijn wonderwerken”. (Vgl. Lc. 1,49) – 25e Wereldgebedsdag voor de zieken (2017)

8 december 2016, Feest van de Onbevlekte Ontvangenis
Paus Franciscus

Dierbare broeders en zusters,

Op 11 februari aanstaande zal in heel de Kerk en bijzonder in Lourdes, de 25e Weredziekendag gevierd worden rond het thema: Verrukking voor al wat God doet: “Die machtig is, deed aan mij zijn wonderwerken” (Lc. 1, 49). In 1992 ingesteld door mijn voorganger, de heilige Johannes Paulus II en voor het eerst gevierd precies in Lourdes op 11 februari 1993, is deze dag een gelegenheid om bijzonder aandacht te schenken aan de situatie van de zieken en meer in het algemeen voor de lijdende mens; hij is tegelijk een uitnodiging aan wie zich voor hen inzetten, vooreerst hun naastbestaanden, maar ook het verzorgingspersoneel en de vrijwilligers, om de Heer te danken voor de roeping die zij van Hem ontvingen om hun zieke broeders te begeleiden. Bovendien vernieuwt deze gelegenheid de geesteskracht van de Kerk om dit fundamenteel aspect van haar zending steeds beter te ontplooien ten dienste van de zieken, de lijdende of uitgesloten mens en de marginalen. (1) De gebedsmomenten, Eucharistievieringen en Ziekenzalving, de uitwisseling met de zieken en de bio-ethische en theologisch-pastorale verdieping die deze dagen in Lourdes zullen plaatshebben, zijn beslist een nieuwe en belangrijke bijdrage aan deze dienstverlening.

In de geest ben ik nu reeds in de grot van Massabielle, bij het beeld van de Onbevlekte Maagd Maria, aan wie de Almachtige grote dingen gedaan heeft voor de verlossing van de mensheid, en u allen, broeders en zusters die lijden en uw familie, wil ik laten weten dat ik u nabij ben en iedereen waardeer die zich in zijn eigen rol en in alle sanitaire structuren over heel de wereld, met competentie, verantwoordelijkheid en toewijding inzet voor uw verlichting, behandeling en dagelijks welzijn. Ik wil u allen aanmoedigen, de zieken, de mensen die lijden, de artsen, het verpleegkundig personeel, de naastbestaanden, de vrijwilligers, om naar Maria te kijken, Heil van de zieken, waarborg van Gods tederheid voor iedere mens, en voorbeeld van overgave aan Zijn wil; moge u in het geloof, gevoed door het Woord en de Sacramenten, de kracht vinden om God en de broeders te beminnen, ook bij ziekte.

Zoals de heilige Bernadette, staan ook wij onder de blik van Maria. Het nederige jonge meisje van Lourdes vertelt dat de Maagd, die zij “de Mooie Dame” noemt, haar aankeek zoals men een persoon aankijkt. Deze eenvoudige woorden beschrijven de volheid van een relatie. Bernadette, arm, ongeletterd en ziek, voelt zich door Maria aangekeken als een persoon. De Mooie Dame spreekt met veel eerbied tot haar, niet hooghartig. Dat herinnert ons eraan dat elke zieke een mens is en dat altijd blijft, en als zodanig moet bejegend worden. Zieken en – soms zwaar – gehandicapten, hebben hun onvervreemdbare waardigheid en zending in het leven en worden nooit zomaar een object, ook al lijken zij soms louter passief, doch in werkelijkheid is dat nooit zo.

Nadat zij naar de grot gegaan is, heeft Bernadette dankzij het gebed, haar kwetsbaarheid omgezet in steun voor anderen; dank zij de liefde kon zij haar naaste verrijken, vooral door haar leven te offeren voor het heil van de mensheid. Het feit dat de Mooie Dame haar vraagt voor de zondaars te bidden, herinnert ons eraan dat zieken, mensen die lijden, in zich niet alleen het verlangen dragen om te genezen maar ook om hun leven christelijk te leiden, en het tenslotte als authentieke missionaire volgelingen van Christus te geven. Maria geeft aan Bernadette de roeping om dienstbaar te zijn aan de zieken en roept haar om een zuster van naastenliefde te zijn, een zending die zij in zo hoge mate tot uiting brengt, dat zij een voorbeeld wordt waaraan iedereen die in de gezondheidszorg werkt, zich kan spiegelen. Vragen wij dus aan de Onbevlekte Ontvangenis de genade om zo met zieken te kunnen omgaan, zeker als met iemand die hulp nodig heeft, soms ook voor de meest elementaire zaken, maar ook als met iemand die een persoonlijke gave in zich draagt om met anderen te delen.

De blik van Maria, Troosteres van de bedroefden, verlicht het gelaat van de Kerk in haar dagelijkse inzet voor behoeftige mensen en mensen die lijden. De kostbare vrucht van deze toewijding van de Kerk voor de wereld van lijden en ziekte, is een reden tot dankbaarheid aan de Heer Jezus, die zich solidair gemaakt heeft met ons, gehoorzaam aan de wil van de Vader tot in de dood op het kruis, om de mensheid vrij te kopen. Solidariteit met Christus, Gods Zoon, uit Maria geboren, brengt Gods barmhartige almacht tot uiting die zich in ons leven manifesteert – vooral wanneer het kwetsbaar is, gewond, vernederd, gemarginaliseerd, lijdend – zij blaast ons de kracht van de hoop in die ons weer doet opstaan en ondersteunt.

Zoveel rijkdom aan menselijkheid en geloof mag niet verloren gaan, maar moet ons eerder helpen ons te confronteren met onze menselijke zwakheid en de uitdagingen van de hedendaagse gezondheidszorg en technologie. De Wereldziekendag kan ons een nieuw elan geven om bij te dragen tot de verspreiding van een cultuur die het leven, de gezondheid en het milieu respecteren; evenals een nieuwe impuls om de mens als geheel en in zijn waardigheid te respecteren; en een juiste benadering van bio-ethische kwesties, de bescherming van de zwakste mens en van het milieu.

Ter gelegenheid van de 25e Wereldziekendag, verzeker ik opnieuw in gebed en aanmoediging nabij te zijn aan artsen, verpleegkundig personeel, vrijwilligers en Godgewijden die ten dienste staan van zieke en noodlijdende mensen; aan de Kerkelijke en burgerlijke instellingen die zich op dat vlak inzetten; aan de families die met liefde zorg dragen voor hun zieke naastbestaanden. Het is mijn wens dat iedereen steeds een vreugdevol teken zou zijn van Gods aanwezigheid en liefde, door het lichtend getuigenis na te volgen van zo veel Godsvrienden onder wie de heilige Johannes de Deo en de heilige Camillus de Lellis, patronen van klinieken en gezondheidspersoneel, en de heilige Moeder Theresa van Calcutta, missionaris van Gods tederheid.

Broeders en zusters, laat iedereen, zieken, gezondheidspersoneel en vrijwilligers, zich samen in gebed tot Maria verheffen, opdat Haar moederlijke voorspraak ons geloof ondersteunt en begeleidt en dat Zij voor ons van Haar Zoon moge verkrijgen dat wij hoopvol de weg gaan van genezing en gezondheid, van broederlijkheid en verantwoordelijkheidszin, van inzet voor de integrale ontwikkeling van de mens en van dankbaarheid die vreugde geeft, telkens wanneer de hoop ons verwondert over Zijn trouw en barmhartigheid.

O Maria, onze Moeder,
die ieder van ons in Christus opneemt als een kind,
ondersteun de vertrouwvolle verwachting van ons hart,
kom ons te hulp in onze ziekte en ons lijden,
leidt ons naar Christus Uw Zoon en onze Broeder,
en help ons ons toe te vertrouwen aan de Vader die grote dingen doet.

Ik verzeker u allen in gebed te blijven gedenken en geef u van harte de apostolische Zegen.

Noten
1. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Motu Proprio, Oprichting van de Pauselijke Raad voor de Pastorale in de Gezondheidszorg, Dolentium Hominum (11 feb 1985), 1

image_pdfimage_print