Menselijke waardigheid in wachten op de dood

TertioTertio, 16 november 2010
door Jan De Volder

Actieve euthanasie lijkt, tenminste in onze gewesten, uit te groeien tot de ‘ars moriendi’ of stervenskunst van de 21ste eeuw. Maar is ze echt dat toppunt van menselijke waardigheid?

Een jaar geleden, op 18 november 2009, is Tuur Van Wallendael heengegaan. De Antwerpse SP.A-politicus en oud-journalist stierf na een lange strijd tegen darmkanker: omringd door familie en vrienden werd zijn leven bij hem thuis beëindigd door de injectie van de arts. Zo had hij het bepaald, zo is het gebeurd. Tuur en ik waren vrienden. Ach, ik weet het, ‘den Tuur’ was het genre man dat geen vijanden had en we behoorden niet tot elkaars ‘inner circle’. Maar twee keer per jaar gingen we samen iets eten en ook onze ongeplande ontmoetingen waren altijd warm en hartelijk. Euthanasie was geen gespreksonderwerp tussen ons, hij wist dat ik ‘van een ander gedacht’ was. De vrijdenker en logeman was geboeid door het geloof van een geëngageerde katholiek en die fascinatie was wederzijds. Onze verschillen stonden onze vriendschap nooit in de weg, ze lagen er veeleer aan de basis van.

Afscheidsfeest
Ons laatste contact dateerde van midden oktober. Door een buitenlandse reis had ik in augustus het feest voor Tuur gemist. Zijn broer Jan was zo attent geweest mij daarvoor uit te nodigen, ik had niet door dat het een afscheidsfeest was. Kort daarop las ik ontroerd Tuurs afscheidinterviews en zijn keuze voor de zelfbepaalde dood. Ik belde hem meermaals, om nog een keer af te spreken voor het te laat was, tevergeefs. Midden oktober belde hij zelf. Hij had de heiligverklaring van Damiaan gevolgd op tv, wilde daar nog een en ander over weten – kon Damiaan Hawaïaans? –, polste nog naar mijn reis naar Molokai. En ja, hij wilde wel nog eens iets gaan eten als zijn krachten het toelieten. Hij trok nu een poosje naar zee en zou me daarna contacteren. Op 18 november vernam ik zijn dood op de radio.

Ik wil en durf over niemand te oordelen die zijn eigen dood kiest: hoeveel twijfel, pijn en wanhoop gaat er aan zo’n onomkeerbare beslissing vooraf? In het geval van een overtuigd vrijzinnige als Van Wallendael was de keuze voor euthanasie ook bijna een geloofsact. Met zijn kameraden had hij voor de legalisering van euthanasie gevochten, nu de vreselijke ziekte hem ook terminaal in de greep had, was het logisch dat hij ervoor zou kiezen, bijna als een ‘statement’. Tuur geloofde oprecht dat dit het toppunt was van menselijke autonomie en waardigheid.

Ik respecteer zijn keuze en oordeel hem niet. En toch blijft zo’n zelfgekozen dood iets wrangs hebben. Voor de nabestaanden. Voor wie er bij was. Voor wie achterblijft. Ik lees het een jaar later in de interviews van nabestaanden. Moest hij echt nu al gaan? Kon hij niet nog wat langer onder ons blijven? Iets dergelijks las ik ook in een interview met de partner van Hugo Claus: het gevoel dat hij te vroeg is gegaan. Of bij Luckas Vander Taelen: hij respecteerde de wilsbeschikking van zijn zus, maar merkte plots hoe zwaar het was – menselijk gezien – die daadwerkelijk uit te voeren. Ik merk het bij mezelf: dat mijn laatste afspraak met Tuur nooit heeft plaatsgevonden, zou ik minder erg vinden als de natuurlijke dood hem had verrast. Maar nu hij zelf de tijd van zijn heengaan heeft bepaald, knaagt dat toch een beetje: was onze vriendschap een laatste ontmoeting niet meer waard?

Verlangen naar de dood
De afgelopen tijd heb ik nogal wat vrienden en bekenden verloren, vaak aan kanker. Iedereen van hen was lucide over de ziekte en de afloop. Allen zagen op tegen aftakeling. Wilfried Verhaert, de pastoor van de Antwerpse kathedraal, zei me bij mijn afscheidsbezoek: “Ik hoop dat ik niet te veel moet afzien.” Negen dagen later was hij gestorven. Pijnloos en goed omringd. Een andere, eveneens erg gelovige bekende, dacht wel aan euthanasie. Ze wilde niet verder aftakelen, wilde niet tot last zijn, ze verlangde naar de dood. Een vriendin sprak de woorden die niemand durfde te spreken, maar die ze wel nodig had: “Niet bang zijn, zeker met de huidige palliatieve zorg is de pijn minimaal. En de dood zal niet eindeloos op zich laten wachten.” Zo is het ook gegaan, in grote sereniteit.

Troost en verlichting
Ik heb gezien: in je te kunnen toevertrouwen, in je uit handen te kunnen geven, zit authentieke menswaardigheid. Voor de nabestaanden die achterblijven, is er troost en verlichting in het feit voor de geliefde te hebben kunnen zorgen, tot het einde toe. De kerk heeft bij ons het debat over de wettelijkheid van euthanasie verloren. Onze cultuur exalteert nu eenmaal de keuzevrijheid, zelfs daar waar de menselijke natuur amper keuze laat. Dat is een uitdaging voor de christelijke ‘ars moriendi’: aan ons christenen om ervan te getuigen, met leven en sterven, wat de liefdevolle zorg van God en medemens vermag en hoe menswaardig de dood ‘in overgave’ is. En om de anderen niet te oordelen.

Overgenomen met toestemming van Tertio.

image_pdfimage_print