Vijftig jaar Humanae Vitae

Katholiek NieuwsbladKatholiek Nieuwsblad, 20 juli 2018

Op 25 juli is het exact vijftig jaar geleden dat de encycliek Humanae Vitae verscheen. De rondzendbrief van paus Paulus VI over het menselijk leven en geboorteregeling is misschien wel de meest controversiële encycliek van de twintigste eeuw.

Liefde is…

Humanae Vitae wordt veelal gezien als ‘de encycliek die de pil verbood’. Maar ze biedt ook een mooie reflectie op de vier kenmerken van ware huwelijksliefde. Liefde, schrijft Paulus VI, is:

1. VOLLEDIG MENSELIJK Zij is vóór alles een volledig menselijke, dat wil zeggen tegelijk zinnelijke en geestelijke liefde. Het gaat dus niet alleen om een louter natuurlijke of emotionele drift, maar ook en vooral om een vrije wilsdaad die zich in de vreugden en in het verdriet van het dagelijks leven zoekt voort te zetten, ja te vermeerderen; en wel zo dat de echtgenoten één van hart en ziel worden en samen hun menselijke voltooiing bereiken.

2. ALOMVATTEND Zij is vervolgens een alomvattende liefde, dat wil zeggen een heel bijzondere vorm van persoonlijke vriendschap, waarbij de echtgenoten alles grootmoedig met elkaar delen zonder ongerechtvaardigd voorbehoud of egoïstische berekening. Wie zijn partner werkelijk liefheeft, heeft deze niet alleen lief om wat hij van hem of haar ontvangt, maar om hem of haar zelf, blij zijn partner door de gave van zichzelf te kunnen verrijken.

3. TROUW De echtelijke liefde is ook trouw en uitsluitend tot de dood; want aldus aanvaarden bruid en bruidegom haar op de dag waarop zij zich vrij en in volledig bewustzijn door de huwelijksband aan elkaar verplichten. Hoewel het soms moeilijk kan zijn deze echtelijke trouw op te brengen, kan niemand beweren, dat zij onmogelijk zou zijn, edel en vol verdienste als zij is in tegenspoed. Het voorbeeld van zovele echtparen door de eeuwen heen bewijst niet alleen, dat zij met het wezen van het huwelijk overeenstemt, maar bovendien, dat zij de bron is van een diep en duurzaam geluk.

4. VRUCHTBAAR Deze liefde is tenslotte vruchtbaar, omdat zij immers niet in de gemeenschap van de echtgenoten kan blijven opgesloten, maar zich wil verwijden en nieuwe levens wil verwekken. Door hun innerlijke aard zijn het huwelijk en de huwelijksliefde gericht op gezinsstichting. Van het huwelijk zijn de kinderen waarlijk een uitmuntend geschenk en zijzelf dragen hogelijk bij tot het welzijn van de ouders.

‘De priesters kregen weinig steun van hun bisschoppen’
Kerkhistoricus Paul Hamans verdiepte zich in de vraag hoe Humanae Vitae in Nederland werd ontvangen. “De leiding van de Kerk in Nederland en veel gelovigen hebben deze encycliek niet aanvaard.”

Als Humanae Vitae (HV) verschijnt, is er ook in Nederland commotie over de encycliek. Mgr. Paul Hamans licht in zijn onlangs verschenen boek Het Pastoraal Concilie van de Nederlandse kerkprovincie (1966-1970) en het bisdom Roermond in de jaren zestig een tipje van de sluier op over wat er zich toen afspeelde. “Op de dag dat HV beschikbaar kwam, was kardinaal Alfrink in Afrika voor een werkbezoek. Ook de bisschoppen Bluyssen (Den Bosch) en Ernst (Breda) waren afwezig. Onder leiding van de directeur van het Pastoraal Instituut van de Nederlandse Kerkprovincie werd een verklaring uitgebracht waarin men vraagtekens plaatste bij de encycliek. Hierin werd benadrukt dat het document niet onfeilbaar zou zijn en dat de discussie over dit onderwerp derhalve vrij kon worden voortgezet. Twee van de ondertekenaars waren de vicarissen-generaal van Den Bosch en van Breda. Zij werden hier door kardinaal Alfrink op aangesproken. Hij vond dat zij als plaatsvervangers van hun bisschoppen deze verklaring niet hadden mogen ondertekenen.”

Wat was eigenlijk de positie van de Nederlandse bisschoppen in deze kwestie?
“In een bisschoppenvergadering op 31 juli 1968 stelden de bisschoppen zich na terugkomst van kardinaal Afrink allemaal achter de encycliek op. De twee bisschoppen (mgr. Bluyssen en mgr. Ernst) die op vakantie waren, lieten zich vervangen door hun vicaris-generaal. Die zorgden ervoor dat de eenduidige aanvaarding van de encycliek in een verklaring van de bisschoppen werd afgezwakt, waardoor er ruimte gemaakt werd om de encycliek niet te aanvaarden. Daarmee was de toon gezet. De bisschoppen waren er persoonlijk van overtuigd dat de encycliek gewoon de geloofsleer was die iedereen moest onderhouden. Hun omgeving wist hen om te praten.”

Hoe heeft het zover kunnen komen?
“Er was al jarenlang discussie over het huwelijk. Niet dat de geloofsleer daarover onduidelijk was, maar de mensen hadden vragen en gingen daarmee naar de priesters. Het is de taak van de priesters de mensen op een herderlijke wijze naar het geloof toe te leiden, en daarbij hoort ook de moraal. Maar veel priesters wezen mensen op andere mogelijkheden. Zo groeide in de pastoraal vanaf de jaren vijftig al een grotere vrijheid inzake de kerkelijke huwelijksleer. Tussen 1961 en 1968 zijn de priesters door de leiding van de Kerk onvoldoende geholpen bij een pastoraal die mensen opvoedt tot de beleving van het geloof op het vlak van de huwelijksmoraal.”

Wat bedoelt u daarmee?
“Ik bedoel een pastoraal die mensen naar het beleven van het geloof leidt. Dat kan moeite kosten en zelfs offers vragen. Het is een proces van bekering. Deze oproep tot bekering wordt soms door mensen uitgelegd als het pesten of onderdrukken van de gelovigen. Op een gegeven moment zijn de priesters opgehouden om HV te verkondigen. Dat hangt ook samen met het feit dat je daar een geloof bij nodig hebt waarin het huwelijk wordt beleefd voor het oog van de Schepper. Als dit geloof niet meer aanwezig is, kan de Kerk wel zeggen dat je geen voorbehoedsmiddelen mag gebruiken, maar dan landt het niet.”

Vaak wordt gesuggereerd dat HV een van de oorzaken is van de leegloop van kerken. U spreekt dit tegen.
“De priesters merkten in de jaren vijftig al dat de kerkgang afnam en moesten hier antwoord op geven. In het bisdom Roermond sprak men hier tijdens officiële vergaderingen over. In een daarvan werd gezegd: de mensen blijven uit de liturgie weg omdat ze niet meer trouw zijn aan de huwelijksleer van de Kerk. Dan is er zo’n afstand tussen jezelf en God, dat je gemakkelijker bij Hemwegblijft. Die redenering heb ik in de bronnen aangetroffen. Het zal niet in alle gevallen gelden, maar ik zie er wel iets in. Als je met iemand ruzie hebt, ga je immers niet meer zo gemakkelijk bij hem op bezoek.” (FP)

‘Humanae Vitae is de juiste weg’
Toen Humanae Vitae verscheen, was de eerste reactie van zuster Hanna Klaus (1928): “Heel aardig, Heilige Vader, dat u ons vertelt wat wij niet mogen doen, maar u vertelt ons niet wat wij wel mogen.” Ze besteedde een groot deel van haar werkzame leven aan het beantwoorden van die vraag.

Wat ‘wel mag’, is Natural Family Planning (NFP), natuurlijke gezinsplanning, dat wil zeggen gebruikmaken van de signalen die het lichaam van de vrouw afgeeft over wanneer ze vruchtbaar is. Humanae Vitae spreekt daar ook over in de context van verantwoord ouderschap.

Zuster Hanna is arts en lid van de congregatie van Medische Missiezusters en stak veel tijd en energie in de promotie van NFP. In 1980 begon ze met het programma TeenSTAR, om NFP bekend te maken onder tieners. De behoefte bleek groot en het programma wordt inmiddels in ruim dertig landen wereldwijd gegeven, aan katholieken en niet-katholieken.

NFP is geen ‘natuurlijke anticonceptie’, benadrukt de zuster. “Het leert echt bewustzijn van de vruchtbaarheid aan.” Het is haar ervaring dat zodra tieners hun vruchtbaarheid leren begrijpen, “ze onder de groepsdruk uit beginnen te komen en hun eigen besluiten gaan nemen. Het maakt niet uit of ze in de Bronx (buurt van New York – red.) of in Ethiopië zijn, de kinderen worden zich bewust van hun eigen identiteit”.

Wat zuster Klaus betreft, is Humanae Vitae “de juiste weg. Ik denk niet dat vruchtbaarheid een ziekte is en ik denk niet dat het redelijk is om sterke medicijnen of chirurgie te gebruiken om een normale lichaamsfunctie te verwijderen”. Margreet Boender van SensiPlan Nederland ziet een toenemende interesse in NFP, niet alleen onder christenen, maar juist ook onder niet-religieus gemotiveerde mensen. “We zien het totaal aantal cursisten dat zich bij ons aanmeldt, groeien. Daarbinnen groeit de groep die aangeeft geen religieuze motivatie te hebben om voor NFP te kiezen, het hardst. Dat zijn bijvoorbeeld vrouwen die geen hormonale pil meer willen slikken.”

SensiPlan geeft zelf geen cursussen aan tieners, “maar wij horen van het grootste deel van de cursisten dat ze graag in hun middelbare schooltijd hierover gehoord hadden. Ik kan me ook voorstellen dat sommigen dan andere keuzes zouden hebben gemaakt. Als je je bewust bent van je vruchtbare periode, pas je daar sneller je gedrag op aan.” (CNS/PD)

Waarom kwam Humanae Vitae niet aan?
De boodschap van Humanae Vitae kwam voor velen onverwacht, stelt moraaltheoloog Marc Timmermans. Hij gaat in op de vraag waarom veel katholieken moeite hadden met de encycliek.

“Het is belangrijk om te benadrukken dat er sprake was van een zeer complexe situatie”, zegt Timmermans. “Er speelden heel veel binnenen buitenkerkelijke factoren mee. Voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) waren er met name in Nederland zaken aan het verschuiven. Men bleef nog braaf katholiek, maar onderhuids was er van alles aan de hand. Toen kwam het Concilie, het aggiornamento , het bij de tijd brengen van de Kerk. De indruk werd gewekt dat veel bespreekbaar was. En dat gebeurde in ons land op grote schaal. In gespreksgroepen in het hele land werd al vanaf 1963 over allerlei zaken gediscussieerd, van priestercelibaat tot geboorteregeling. Dit alles creëerde een sfeer van: alles is bespreekbaar en veranderingen zijn aanstaande.”

Toen rond 1960 de anticonceptiepil in de handel kwam, vroeg men zich af of de Kerk die wel zou afwijzen, vertelt Timmermans. “De vraag was: valt de pil onder dezelfde argumenten waarmee andere vormen van kunstmatige geboortebeperking zijn afgewezen? Daar was men niet meteen zeker van, omdat het een middel was dat de huwelijksdaad als zodanig in stand hield. Het leek daarmee een andere kwestie. Ook belangrijk is dat vanaf 1964 een aantal theologen zich vóór verandering van het geldende kerkelijke standpunt uitsprak. In 1967 lekte een rapport uit van de speciale pauselijke commissie over dit thema, waaruit op te maken viel dat een meerderheid van die commissie vóór verandering was.”

Volgens Timmermans werd er in de publieke opinie eigenlijk al rekening mee gehouden dat er in de Kerk iets zou veranderen. “Vanaf dat moment zeiden zelfs consciëntieuze artsen en geestelijken: ‘Doe het maar, want het gaat binnenkort veranderen.’ Humanae Vitae landde in die historische en sociale context, twee maanden na de rellen van mei ’68 en het ‘verbod om te verbieden’. Als ze twee jaar eerder was gekomen, zou het misschien anders zijn geweest. Maar Paulus VI heeft zelf gezegd er enorm mee geworsteld te hebben. Niet met wat hij moest zeggen, maar met hoe hij het moest zeggen.” (FP)

Overgenomen met toestemming van Katholiek Nieuwsblad.

image_pdfimage_print